Barnyard




‘Barnyard’ heeft filmgeschiedenis geschreven; voor zover bekend
is het de eerste film ooit waarin stieren uiers hebben. Regisseur
en scenarist Steve Oedekerk verklaarde in een interview haastig dat
dat een geintje was. Om twee redenen is dat tekenend: ten eerste is
het met zo’n gevoel voor humor niet verwonderlijk dat de grappen in
de rest van de film zo bloedeloos zijn en in de tweede plaats is
dat nog een van de onschuldiger dingen die in ‘Barnyard’ misgaan.

‘Barnyard’ (in de Nederlandstalige versie ‘Beestenboel’
getiteld) vertelt het verhaal van een boerderij waar de dieren hun
zich als mensen gaan gedragen wanneer de boer slaapt of afwezig is.
De boerderij en de bewaking ervan komen dan in handen van de stier
Ben. Zijn adoptiezoon Otis is een lichtzinnig feestbeest, dat niets
anders wil doen dan lol maken. Otis wordt onverwacht verkozen tot
opperdier wanneer Ben omkomt terwijl hij de kippen van de boerderij
beschermt tegen gemene coyotes. Met vallen en opstaan leert Otis
dat hij in zijn nieuwe positie niet meer onbeperkt kan feesten en
flirten met interessante koeien, maar dat hij zijn mannetje zal
moeten staan tegen de steeds brutaler wordende coyotes.

Het eerste wat opvalt wanneer de film begint is het gebrek aan
detail bij de animaties. Vrijwel alle dieren hebben een
cylindervormig lichaam met een perfect gladde vacht, en hun koppen
(vooral die van de koeien) bestaan uit een horizontale en een
verticale cylindervorm waarin voor de herkenbaarheid nog een neus
en twee oogjes verwerkt zijn. Minder is niet altijd meer; in dit
geval is het gewoon saai. Ook de luchten zien er bijvoorbeeld
vreselijk uit; die strakblauwe hemels met steeds aan de horizon een
zonnegloed zijn gewoon kitsch.

Ook het geluid is nu niet wat je noemt ideaal. De dieren waren
(met Nederlandse stemmen) vaak onverstaanbaar omdat door een
verkeerde mixage de donkere tonen overheersten. De verstaanbaarheid
werd nog eens extra bemoeilijkt door de dreunende muziek, waarmee
de makers verkrampt proberen om modern aan te doen; het dieptepunt
van de film is een soort rondspringende haarbal die begeleid door
keiharde housemuziek in het rond springt. Kennelijk is voor
Oedekerk een muziekstroming uit de jaren negentig het summum van
moderniteit.

Het verhaal is erg karig uitgewerkt, onder andere door de grote
omwegen die het verhaal zich permitteert om maar een bepaalde grap
te kunnen scoren; tegen de tijd dat we halverwege zijn, heeft de
kijker alleen nog maar de introductie van de dieren te zien
gekregen en is Ben omgekomen. Verreweg de meeste gebeurtenissen
dienen alleen om de tijd vol te maken, zonder een essentiële
functie voor het verhaal te hebben. Tegen het einde blijkt
bijvoorbeeld dat Daisy (de koe waar Otis wel wat in ziet) op het
punt van bevallen staat en dat Otis zich, om de geboorte mee te
kunnen maken, terug moet haasten naar de boerderij. Hiertoe
scheuren ze in ‘Easy Rider’-stijl op motoren naar de boerderij.
Waarom had ze niet wat later uitgerekend kunnen worden, zodat Otis
op zijn gemak naar huis had kunnen reizen? Als ‘Barnyard’ een boek
was geweest, zou het bladvulling geweest zijn; in dit geval kunnen
we rustig spreken van pelliculevulling. Aan de andere kant wordt
met potentieel veelbelovende personages, zoals de eekhoornse
maffiosi en een dikke muis met een grote gouden bling
bling
ketting, weer veel te weinig gedaan.

Overigens is het na het zien van de film de vraag of de makers
democratie wel zo’n goed idee vinden; de vergaderingen van de
dieren bestaan bij het leven van Ben geheel uit Bens monologen,
zonder dat daarover gestemd wordt; kennelijk vonden de
boerderijdieren overleg en inspraak geen goed idee. Even later
blijkt waarom de makers het lot niet in de poten van de beesten
zelf durven te leggen; Otis wordt -zonder campagne te voeren!-
gekozen als leider van de dieren, terwijl hij nog het meest lijkt
op George W. Bush voor zijn bekering – een leven van feesten en
drank (in dit geval melk). Dat Ben het zo gewild zou hebben, was
kennelijk de enige reden om Otis tot leider te maken…

Al met al krijg je als kijker de indruk dat de makers vooral
niets van zichzelf in de film wilden leggen en (misschien door de
gebrekkige animatie) snel een filmpje in elkaar hebben gedraaid. In
combinatie met de weinig geslaagde grappen zorgt dat voor de
doodzonde bij een film die voornamelijk gericht is op kinderen: hij
amuseert niet. Als een halfgevulde zaal zelden lachende kinderen
bij deze komedie een maatstaf mogen heten: vermijd deze film.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 5 =