Julie Doiron :: Woke Myself Up

Een beetje liefhebber van de vrouwelijke, zachte, Engelstalige
singer-songwriter is verondersteld Julie Doiron te kennen of
nodigen we vanaf nu haar aan zijn checklist toe te voegen. Julie
Doiron is Canadese, stamt af van 17de-eeuwse Franse kolonisten, en
is muzikaal actief sinds 1990. Op dat moment begon ze te zingen en
te bassen voor de indie rock formatie Eric’s Trip, tot ze een
drietal albums, een zestal jaren en een split later haar eigen pad
opzocht, eerst onder Broken Girl, vervolgens steeds als Julie
Doiron. Met een akoestische gitaar, af en toe wat piano en
eenvoudige percussie, situeren we Doiron in dezelfde categorie als
Shannon
Wright
, Cat
Power
en Scout Niblett. Zo groot als deze eerste twee is Doiron
nooit geworden, en naar alle waarschijnlijkheid zal dat ook wel zo
blijven.

Slowcore, sadcore, … : het zijn wel eens benamingen die vallen om
de muziek van de Canadese te beschrijven. Haar bijzonder zachte
stem leent zich perfect tot de vaak licht melancholische teksten
die Doiron neerpent. In 2001 was ze met ‘Désormais’ even in het
Frans te horen, twee jaar nadat ze eenmalig een erg geslaagd album
had ingeblikt met The Wooden Stars, eenvoudigweg ‘Julie Doiron and
the Wooden Stars’. Op haar nieuwste worp ‘Woke Myself Up’ duiken
een aantal mensen op waarmee ze in de eerste helft van de jaren
negentig Eric’s Trip vormde. De bijdrage van deze mensen is dan ook
duidelijk hoorbaar, want brengt wat meer rock in Julie Doiron naar
boven. Elektrische gitaren bij haar fluwelen stem, het is weer even
wennen.

Wanneer we het over power hebben, dan brandt het rode lampje bij
‘Don’t Wanna Be / Liked By You’. Het is het meest uptempo nummer en
onmiddellijk een van de meest geslaagde. Doiron somt dingen op die
ze vooral niet wil. Door zinnen als ‘And I never wanna be in
your bed’
is het altijd handig te weten wat je aan een ander
hebt. Het is een nummer dat we, gezien het gitaarpatroon en het
ritme, eerder op een plaat van Scout Niblett verwachtten, maar
schreeuwen zoals de Britse zag Doiron toch niet zitten. Op ‘The
Wrong Guy’, waarin Doiron per ongeluk de verkeerde vastpakt en
begint te kussen, tot grote consternatie achteraf, ontwaren we
zelfs een elektrische gitaarsolo, zij het een behoorlijk
trage.

Mensen die het met deze toegenomen bezetting moeilijk kunnen
vinden, zullen vast blij zijn dat Julie op een aantal songs naar
goede gewoonte kwetsbaar en akoestisch is te horen. Zo zijn daar
het bekoorlijke ‘Swan Pond’ en het melancholische ‘Me and my
Friend’. Doiron gaat vaak in duet met zichzelf en zingt meerstemmig
dezelfde tekst, waarbij de tweede stem een fractie later aankomt
dan de eerste. Het werkt voorbeeldig op nummers als ‘No More’ en de
hidden track ‘Untitled’, beide samen met het eerste nummer in deze
recensie de topdrie van het album. In ‘No More’, de single, gaat de
zangeres, begeleid van een aardig deuntje, een lijst af met zaken
die niet meer zullen gebeuren. ‘Untitled’ begint met een zucht en
is het nummer dat het dichtst bij het werk van Cat Power aanleunt.
Deze afsluiter is wellicht het meest melancholische nummer op de
plaat, waarin de vertelster uit de doeken doet hoe ze alles heeft
verkloot. ‘Maybe, this is the end / Well I hope it’s not the
end’
zijn ironisch genoeg de laatste woorden van ‘Woke Myself
Up’. Het zijn eenvoudige woorden, die zoals in elk nummer een
simpel verhaaltje vertellen, waarbij Julie met haar hoge
aaibaarheidsfactor steeds iets moois uit puurt.

Op ‘Woke Myself Up’, heeft Julie Doiron wat oude vrienden
uitgenodigd, dus verschiet niet als het tempo af en toe eens de
hoogte ingaat. Het is beslist niet de beste Doiron, maar blijft
niettemin een must have voor liefhebbers van dames die zich
muzikaal kwetsbaar opstellen en je even meenemen naar de mindere
kanten van hun leven. Mooi, Julie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 1 =