Gwar :: Beyond Hell

Gezocht: een welwillend luisterend oor voor een buitenaards zootje ongeregeld dat naar de aarde is afgezakt om orde op zaken te stellen (lees: het menselijke ras te vernietigen) en zijn missie ondersteunt met luid loeiende gitaren.

Waar hebben we dat nog gehoord? Inderdaad: bij die goedkope rip-off die het Eurosongfestival vorig jaar gijzelde. GWAR, het New Yorkse gezelschap waar Lordi de mosterd ging halen, marcheert evenwel al een dikke twintig jaar rond op deze aardbol met een carrière die vooral opgemerkt werd door prominente politieke incorrectheid. Het waren de onbedekte odes aan drugs, conceptfilms als Phallus in Wonderland, het schofferen van zowat elk Amerikaans icoon sinds het ontstaan van de band en vooral de, in podiumkostuum gehesen, ophefmakende optredens waarbij namaakbloed en andere lichaamsvochten lustig in het rond spuiten, die de reputatie van de band vestigden.

Gelukkig komt GWAR minder over als een omhooggevallen poppenkast-Abba in Halloweenuitrusting dan als een Slipknot met zelfrelativering: een band die in eerste instantie zijn bestaansrecht dankt aan een dijk van een gimmick, natuurlijk, maar die zichzelf tenminste niet serieuzer neemt dan nodig. Paradoxaal genoeg leverde net die ingesteldheid GWAR nogal wat street credibility op in het metalwereldje, dat van tijd tot tijd ook wel eens een verzetje op prijs stelt, en een achterban waar het onder anderen Machine Heads Rob Flynn en multitalent Devin Townsend onder mag rekenen. Het was ook die laatste die achter de knoppen stond bij de opnames van Beyond Hell.

Dat album trekt de theatrale lijn gewoon door: Beyond Hell is één groot episch stuk dat druipt van de scatologische verwijzingen en waarvan het kaderverhaal verbluffend welbespraakt uitgeschreven staat in het cd-boekje. Kort samengevat: GWAR trekt op vakantie naar de hel en verslaat er alles en iedereen, om uiteindelijk te beseffen dat het nog altijd in zijn eigen fort in het barre Antarctica zit. En drinkt dan maar bier. Het tegen de schenen schoppen zijn de lelijkerds nog niet verleerd; getuige daarvan de verschijning van Jitler en zijn Krosstica en Stubbles McGillicutty, de in ongunst gevallen uitgever van een metalmagazine die tot de grond afgebroken wordt — zo hard dat het pijnlijk wordt, zowel voor hem als voor de band. Op één nummer na is het al halfgaar gegrap dat de klok slaat: "Destroyed", een onverwacht sarcastische ode aan drugs en gevallen rocksterren valt dan ook iet of wat uit de toon.

Een geval als dit bespreken aan de hand van z’n muzikale kwaliteiten valt te vergelijken met het op prijs stellen van een gigantische dame noire om z’n esthetische meerwaarde. Maar het oor wil ook wat, en dus merken we terloops op dat GWAR nog steeds de crossovermetal huldigt die het sinds de release van voorganger War Party beoefent. Aan metriek of zingen heeft frontman Oderus Urungus lak: hij declameert zijn teksten over grotendeels volstrekt niets om het lijf hebbende gitaarriffs die putten uit dertig jaar hardrock, punkrock, hardcore en thrash metal en al afgezaagd klinken nog voor gitarist Balzac the Jaws of Death ze een eerste keer volledig heeft mogen aframmelen, terwijl de solo’s op z’n best Kirk Hammett ten tijde van het Zwarte Album plagiëren.

Hoezeer GWAR dus ook zijn best doet, het blijft een niemendallig kind van de wegwerpmaatschappij. De band doet muzikaal op Beyond Hell best veel, maar niets al te best. Het is dan ook veeleer het gevoel voor humor van de luisteraar dan zijn muzieksmaak dat zal bepalen of Beyond Hell al dan niet in de gratie valt. Ons deert het niet langer: we hebben even onze wenkbrauw opgetrokken, en daar zal het bij blijven — dan nog is GWAR grotendeels geslaagd in zijn opzet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + elf =