Hot Club de Paris :: Drop It ‘Til It Pops

De eerste keer dat we aan den lijve ondervonden dat muziek voor een
groot stuk wiskunde is, was ergens in het begin van de jaren ’80.
We hadden de avond tevoren naar een Europacupmatch van SK Beveren
mogen kijken, waren de volgende dag niet echt wakker en aandachtig
in de klas en misten zo de finesse van de les breuken. Van ons
huiswerk snapten we dan ook geen bal, tot groot ongenoegen van onze
verwekkers. Voor straf mochten we dan ook niet naar de repetitie
van de fanfare (‘Als je niks snapt van breuken, kan je ook geen
partituren lezen!’), die het voor één keer zonder de ‘fluwelen
klanken’ van onze bugel moest doen.
Drie jonge snaken die met plezier (en meer succes) wiskunde en
muziek combineren zijn Paul, Alasdair en Matthew, drie
Liverpudlians die zich Hot Club de Paris noemen en uitproberen hoe
je popmuziek (oorspronkelijk toch bedoeld als ‘simpel vertier’) zo
ingewikkeld mogelijk kan laten klinken. Hun eersteling ‘Drop It
‘Til it Pops’ is een (meestal) sprankelend plaatje met prikkelende,
maar heel af en toe ook een tikkeltje irritante math rock.

Matthew (gitaar, zang, spellingcorrectie) en Paul (bas, gitaar,
teksten, artwork) werden vrienden tijdens één van hun vele
interimjobs, en merkten al snel dat ze van dezelfde muziek hielden.
Toen het plan begon te rijpen een band op te starten werd Matthews
broer Alasdair (drums, toetsen, glockenspiel) erbij gehaald en was
Hot Club de Paris een feit. Aanvankelijk was het de bedoeling te
klinken als The Minutemen, Owl en Joan of Arc, maar intussen is het
lijstje invloeden te lang geworden om nog op één kant van een A4 te
passen: de band zelf vermeldt Don Caballero,
Talking Heads en The Police, maar wij horen hier toch ook voldoende
bands van nu in om dit plaatje te kunnen doen aanslaan bij de
muziekminnende jeugd van tegenwoordig.

Niet alleen wat de songstructuur betreft tast Hot Club de Paris de
grenzen af. Het eerste wat opvalt zijn de nogal ongewone titels die
de songs meekregen: ‘Everyeveryeverything’ gaat er misschien nog
mee door, maar wat dan gezegd van
‘Sometimesitsbetternottostickbitsofeachotherineachotherforeachother’?
En wat dacht u van deze: ‘Welcome Welcome to the Hot Club de Paris
(Can I Get a Rewind?)’, ‘3:55AM: I Think We Should Go Home’ en
‘Hello, I Wrote a Song For You Called ‘Welcome to the
Jungle”.
Ondanks al die taalkundige spielereien slagen de drie er ook in
catchy songs te componeren. Zoals we al zegden, hoeft men Don
Caballero of The Minutemen niet echt te kennen om hier een touw aan
te knopen, want vocaal doen ze ook wel denken aan bands als
The
Futureheads
en The Young Knives. En
muzikaal? Wij vonden dat Field Music al een beetje verwant was aan
The Futureheads, in dien verstande dat zij het populaire
stop/start-trucje al eens hadden uitgetest op zijn rekbaarheid,
maar Hot Club de Paris gaat nóg een stapje verder. Heel wat van hun
songs hangen van die staccato stop/start-momentjes, de strakker dan
strakke gitaaraanslagen, bassen en drums én de (eerder)
ongebruikelijke ritmes en maatverdelingen aan elkaar. (‘3:55…’
oftewel 5 vóór 4 wordt dan ook gespeeld in een 5/4 maat.)

Dat levert leuke songs op waarbij het moeilijk stilzitten is
(ondertussen een dichtbundel lezen of het raderwerk van een horloge
herstellen mag u dus wel vergeten), maar iets over halfweg begint
het wel een beetje te vervelen en zelfs een beetje te enerveren.
Songs als ‘Nams and Names and Names’, ‘Snitches Get Stitches’ of
‘Welcome to the Hop’ hebben intrinsiek misschien dezelfde
kwaliteiten als ‘Shipwreck’, ‘Clockwork Toy’, ‘3:55…’ en
‘Yes/No/Goodbye!’, ze hebben vooral de pech dat we soortgelijke
dingen al eerder hoorden op de plaat. Daarom ook zijn ‘Bonded By
Blood (A Song For Two Brothers)’ en ‘Hello, I Wrote a Song For You
Called ‘Welcome to the Jungle” een verademing, alleen al omdat ze
heel anders klinken. In de ene worden gitaar, bas en drums even aan
de kant geschoven en wordt er alleen gezongen en gebeatboxt, de
andere komt dan weer het dichtst in de buurt van een klassieke
postpunksong.

‘Drop It ‘Til it Pops’ is met andere woorden een leuke plaat, maar
niet zo één die je nog gauw-gauw opzet vóór u naar een eerste
afspraakje of een sollicitatiegesprek moet. Het gevaar dat u
bloednerveus bent en serieus zal gaan stotteren is immers erg
reëel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 3 =