Eindejaarslijstje 2006 van Tom Viaene

Er is zeker aan Bob Dylan, Yo La Tengo, Beck en Howe Gelb gedacht, en toch is onderstaand lijstje niet geheel willekeurig te noemen. Dit waren de bedpartners die ook ’s morgens nog verrasten. Dat het allemaal mannen bleken te zijn, was ook voor ondergetekende hoogst verwarrend.

  1. Bonnie Prince Billy :: The Letting Go Will Oldham overtreft zichzelf (en anderen) op alle fronten van het songschrijverschap. Velen zijn al eens ondergedompeld in onpeilbare diepten van de melancholie, weinigen slagen erin om dat op overtuigende en integere wijze te vertolken en in vaste vorm te gieten. Een album dat niet loslaat, wat de titel ook moge beweren.
  2. Ron Sexsmith :: Time Being Deze Canadese songsmid gebruikt geen ellebogen en gaat nergens spectaculair in de bochten liggen. Trouw aan zichzelf, en voila, perfecte 3-minuten pop waarmee hij velen van zijn generatie ruimschoots overtreft. “Jazz at the bookstore” evenaart het beste van Steely Dan.
  3. M Ward :: Post-War Het jaar van M Wards doorbraak, zo’n beetje toch. Het vormt geen breuk met vorig werk, maar het Wardiaanse korrelige geluid wordt verder verfijnd in een uitzonderlijke productie.
  4. Stuart Staples :: Leaving Songs De voormalige frontman van Tindersticks talmt niet en bariton-t er als vanouds lustig op los. Met een whiskey glijdt de luisteraar als vanzelf in Staples’ gedachte-experimenten om eens alles achter te laten.
  5. Jarvis :: Jarvis Uitgeweken naar Parijs, laat Cocker in zijn eerste solo-album opnieuw zijn satirische blik dwalen over de Britse en globale samenleving. De Pulp-liefhebber kan op zijn twee oren slapen: hoewel er al wat meer aangebrande sérieux dreigt in te sluipen, bewijst Cocker eens te meer zijn gave om ironie, pittigheid en kennis van de popgeschiedenis in te zetten als het buskruit voor een uitstekend pop-album.
  6. Scott Walker :: The Drift Wie zou er aan dit jaar genoeg hebben gehad om dit hoogstbevreemdend experiment op zijn ware merites te schatten? Het zijn geen gezellige Kerstavonden met dit album. Het dwingt je tot diep in het woud en er is geen warme chocomelk op het eind van de dropping.
  7. James Yorkston :: The Year of the Leopard De mooiste titel van het jaar, en een album dat als een luipaard op een lange tak in een hoge boom ligt te smeulen na de heftige woordenwisselingen en Babel-misverstanden.
  8. Guillemots :: Through The Window Pane Zo gemakkelijk is het niet om onverschrokken te stelen en toch nog onschuldig en geloofwaardig te klinken. Met singles als “Made up Love Song #43" en "Trains to Brazil" kan je al eens hoog van de toren blazen. Zeer welkom album dit jaar.
  9. Morrissey :: Ringleader of the Tormentors Het voert ons niet terug naar popstandaarden zoals “Unhappy Birthday” en “Cemetry Gates”, maar Visconti’s aandeel in de productiekamer verdient pluimen met hopen: sommige songs zijn een directe ode aan de dramatische, lichtvoetige kwinkslagen van The Smiths. Het is gewoon geruststellend dat dat er ook was, in zo’n vol jaar.
  10. John Vanderslice :: Pixel Revolt Vanderslice levert een verdomd verdienstelijk album af. Het is doordrongen van de oorlogsproblematiek en de terrorisme-dreiging, maar nergens wordt het moralistisch, breedsprakerig of drammerig. Muzikaal krijg je een inkijk in het knopjesbestand en de vele mogelijkheden van een gedegen productiekamer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − elf =