Tunng + Sleepingdog

Wie net als wij Tunng op de meest recente editie van Pukkelpop had
aangestipt maar heeft gemist vanwege het al te vroege aanvangsuur,
kon twee keer op een herkansing rekenen. Zo was er het optreden in
het STUK in Leuven, waarbij Damien
Jurado
zich als voorprogramma nog eens aan Vlaanderen toonde.
Enkele dagen later kreeg het Cactus Muziekcentrum in de MaZ ofte de
Magdalenazaal dezelfde eer toebedeeld en dit als laatste halte in
een Europese tournee van twee maanden. Het voorziene voorprogramma
in de vorm van William Elliott Whitmore moest verstek geven en werd
vervangen door de Brusselse Nederlandse Chantal Acda en haar
ongeboren, ongetwijfeld nu reeds erg muzikale kind.

“Jullie verwachten een heel sexy man, die er helaas niet is. Nou,
ik ben Chantal van Sleepingdog“, begon Acda een
beetje zenuwachtig haar set. Dat de meester, of in dit geval de
meesteres, zich toont in de beperking, zoals een groot schrijver en
duizenden na hem ooit hebben gezegd, is beslist van toepassing op
de muziek van Sleepingdog. Net zoals bij Chan Marshall of
Cat Power, biedt de bijzondere stem van Chantal Acda
een duidelijke meerwaarde bij de eenvoudige instrumentale
composities. Anders dan bij Marshall bracht Chantal haar iMac mee,
die het grootste aantal songs met een elektronische achtergrond
aanvulde. Deze was even basic als de analoge begeleiding
en had als effect dat de erg ijle muziek net iets minder ijl werd.
Bijzonder geslaagd waren de digitale, repetitieve klanken van Acda
zelf, die in duet gingen met Chantal live in de afsluiter ‘Alleys’.
Bij ‘For a Ride’ en ‘In the Pocket’ had het elektronische jasje dan
weer iets luider gemogen om een groter effect op het nummer te
hebben.
‘Alleys’ was niet de enige nieuwe song die Chantal bracht. Wie had
gedacht dat deze set een klakkeloze weergave van debuut Naked In
a Clean Bed
zou worden, bleek daarin verkeerd. Maar liefst vijf
nieuwe nummers, of ook wel de helft van de set, was nog niet eerder
gepubliceerd materiaal. Opvallen in positieve zin deden het korte
‘Sunshine Daylight’ en het op xylofoon begeleide ‘Your Eyes’,
waarin Acda tijdens de refreinen voor haar doen vocaal behoorlijk
luid uithaalde. Daarbij kwam nog de charmante cover ‘If Only’, die
Acda liever zelf had geschreven en niet Robin Proper-Sheppard van
Sophia. Dat hetzelfde Sophia voor en tussen de
optredens uit de luidsprekers kwam, was een grappig toeval.

De zaal was, mede door een schare muziekliefhebbers uit hun
thuisland, een stuk gevulder voor het Britse sextet
Tunng. Met twee releases in evenveel jaar heeft
deze band zich een zekere plaats veroverd in het folktronica genre,
een term die ontstond om een naam op de muziek van Four
Tet
te kleven. De gelijkenis met de landgenoten van Psapp werd
meteen onderstreept toen Becky Jacobs, de enige vrouw in het
gezelschap, tijdens ‘Bodies’ kattengeluidjes uit haar speelgoedje
toverde. In dezelfde sfeer waren de verschillende pluchen dieren
die verspreid over het podium het gebeuren gadesloegen.
Tunng speelde in een 4-2 opstelling, om het even met voetbaltermen
uit te drukken. De drie zangers met akoestische gitaar en Becky
Jacobs met de meest vreemde, vooral schudbare instrumenten vooraan
en achter hen Martin Smith die een arsenaal aan parels, bellen,
schalen en ander slagwerk bediende samen met elektronicaman Phill
Winter. Deze laatste zorgde ervoor dat niemand kon blijven
stilstaan op de bij momenten behoorlijk dansbare nummers zoals hun
fraaie Bloc Party cover ‘Pioneers’.
Dat Tunng een groep is die, ook in Vlaanderen, nog vooral een
aanhang aan het bijeenspelen is, bewees het feit dat weinig
aangekondigde nummers, met ‘Tale From Black’ van het debuutalbum
als uitzondering, op basis van de titel op algemene herkenning
konden rekenen. Mike Lindsay en Sam Genders, de twee centrale
figuren bij Tunng, deden hun best om hun songs van een inleiding te
voorzien. Zo gaat ‘Engine Room’ over het vast zitten op een
technoboot, waarbij je met enkele vrienden een kamer induikt om aan
het lawaai te ontsnappen. De steeds luider wordende beats en
waanzin zorgden voor het meest indrukwekkende moment van de avond.
‘Woodcat’, de eerste single van de laatste, Comments
of the Inner Chorus
, kreeg dan weer de volgende intro mee:
“This next song is about a guy who wants to find somebody who
can turn him into a rabbit to be with his girlfriend who’s a rabbit
for quite some time.”
Het gebruik van surrealisme in de lyrics
is Tunng dan ook niet vreemd.

Zowel Sleepingdog als Tunng speelden geen onvergetelijk optreden,
maar maakten beiden op hun eigen manier een sterke indruk. Het
contrast tussen de ijle, spaarzame tonen en het volle geluid met
sterk samenspel, zorgde voor een unieke combinatie van twee namen
die aankloppen op de poort van een groter publiek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =