The Taste of Tea




143 min. /
Japan/ 2004

Zonnebloemen eten normaal gesproken het heelal niet op en er
komen ook geen treinen uit iemands hoofd gereden, dat weet ik
allemaal wel. Maar in ‘The Taste of Tea’ horen deze dingen nu
eenmaal bij het leven en ik kan niet ontkennen dat zoiets mij
kriebeltjes geeft: ik draag originaliteit en een grenzeloze
fantasie nogal hoog in het vaandel en dan zit je bij deze film wel
snor. ‘The Taste of tea’ biedt zowat alles wat je normaal niet in
een film verwacht terug te vinden. Katsuhito Ishii’s prent is een
geschifte, dromerige ervaring, zo eentje waarover je zo enthousiast
bent, dat je er raaskallend tegen je vrienden over vertelt en
daarbij knalhard over je tong struikelt, omdat je mond de vele
memorabele flashbacks op je netvlies niet kan volgen.

Een verdacht eenvoudig concept, dat al honderd keer gekopieerd
is: een wat excentriek gezin wordt afgebeeld in zijn dagelijkse
beslommeringen. Het leven van de familie Haruno is gelukkig
boeiender dan welk Vlaams reality-gezinsdrama ook, met gezinsleden
die dingen meemaken die we ons eigenlijk niet kunnen voorstellen,
maar die tegelijkertijd toch ook heel banaal en herkenbaar zijn.
Hun kleine en grote persoonlijke worstelpartijen zijn immer
charmant. Een korte voorstelling: de verlegen Hajime is verliefd op
een meisje uit zijn klas en hij begint te flippen als hij ontdekt
dat zij ook houdt van het gezelschapsspel Go. (Ik weet nog dat ik
op zijn leeftijd al ontvlambaar was als mijn love interest
net als ik ook graag bokes met choco at, met choco jawel!)
Zijn verliefdheid geeft hem een eeuwige grijns op zijn gezicht en
hij fantaseert over situaties waarin hij in haar buurt de actieheld
kan uithangen. Zijn kleine sushi Sachiko zit dan weer met
een ander lastig probleempje: ze weet niet hoe ze van haar
reuzegrote dubbelgangster moet afraken. Het kind blijft haar overal
maar aanstaren en ze krijgt er de fleubes van. Wanneer ze
haar hippe nonkel (Tadanobu Asano) een verhaal hoort vertellen over
een getatoeëerde geest, die hem in zijn kindertijd bleef
achtervolgen, krijgt ze inspiratie: blijkbaar is hij er vanaf
geraakt toen het hem lukte om een ommezwaai aan de rekstok te
maken. Sachiko begint alvast te oefenen. Dan is er nog de
spastische opa met grijze Frida Kahlo-wenkbrauw, die graag model
staat voor de animatietekeningen van de huishoudende moeder; een
vader, die zijn brood verdient als hypnotiseur en nog een nonkel,
die eruit ziet als de Japanse Jimmy B en zichzelf voor
zijn verjaardag een liedje over een berg cadeau doet.

‘The Taste of tea’ zit vol verrassingen. De film is een
overrompeling van maffe anekdotes over zaken als ‘schijten in
openlucht’ of vraagstukken als ‘waarom ben ik een driehoek?’, maar
soms zitten de gezinsleden ook gewoon thee te drinken voor hun
huisje. Veel symboliek denk ik niet dat er te rapen valt, behalve
dan misschien de liefde voor de kleine dingen des levens. Want we
moeten het toegeven, eigenlijk is de mens toch maar een klein
pietluttig wezentje. We zijn niet meer dan een nest mieren die ook
maar wat ploeteren en het beste proberen te maken van hun tijd op
hun aardklootje. Volgens mij is ‘The Taste of Tea’ een ode aan die
kleine gevoelens van de mens, die zichzelf misschien soms iets te
serieus neemt, maar toch ook beseft dat de nulmeridiaan niet door
zijn gat loopt. De belevenissen van het gezin vloeken fel met de
grootsheid van de natuur. De regisseur toont tussen de
absurditeiten namelijk ook serene beelden van natuurlijke wonderen
uit het landschap temidden waarvan het gezin woont: witte
streepjeswolken in een helderblauwe lucht, de groene bergen, die de
familie zullen overleven, en de zon, die op- en ondergaat en
daarbij de hemel soms doet blozen in allerlei kleuren. Allemaal
wonderen, waarnaast de kleine mens in het niets zinkt, maar waarvan
hij ook onder de indruk is.

De film wordt omschreven als een komedie, maar het is geen humor
zoals we die gewend zijn. Het zit eerder in de sfeer van de film –
de vreemde situaties botsen met ons normaal (westers?)
verwachtingspatroon én over alles wordt zo gewoontjes en normaal
gedaan, dat het lachwekkend wordt of toch op z’n minst de
wenkbrauwen doet fronsen. Het topmoment van hilariteit is wanneer
de elastische opa met zijn plastieken zoon een liedje opneemt met
bijbehorende foute danspasjes én welgemeende geconcentreerde blik
in de ogen. Die opnames worden afgewisseld met beelden van het
ongelovige gezicht van de jonge nonkel achter de mengpanelen en van
de frisgroene berg uit het lied. Maar naast de onnozelheden, is er
ook nog ruimte voor oprechte gevoelens op het randje van het
poëtische. De blik van een wat oudere vrouw, die luistert naar het
puberaal gestoef van vier schooljongens, is goud waard of de scène
waarin je eerst alleen iemands handen ziet, die sierlijke
bewegingen maakt in de lucht en waaronder een danser blijkt te zijn
gehuisvest.

Van alle personages zijn het vooral de kinderen die bekoren.
Hajime illustreert perfect hoe compleet gaga je kunt worden van de
liefde en ook het kleine meisje met de wipstaartjes is
buitengewoon: de manier waarop ze zucht, haar weemoedige blik, een
echte miniactrice. (Voor wie in reïncarnatie gelooft, dit is
duidelijk geen nieuw zieltje.) Alleen de special effects met haar
reuze-ik en met de zonnebloem mochten wel iets naadlozer, maar voor
de rest is het ook op cinematografisch vlak een schone
film: veel ‘grootse’ scènes in de open natuur, een goed gevoel voor
timing en opstelling in de ruimte, details die helemaal kloppen
(let op de lessen die de kinderen op school krijgen), een
beeldvoering die de inhoud op de best mogelijke manier naar voren
brengt en muziek, die twijfelt tussen vriendelijke gsm-tunetjes en
naïeve melodietjes. Een film van een onverklaarbare eenvoud, een
trage, maar toch overvolle film met een lome, meditatieve sfeer.
Gewoon ideaal op een zondagnamiddag met een kopje thee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + zes =