Luc Crabbe :: ”Ik heb altijd al de dingen expliciet willen verwoorden”

Hoe zou het nog zijn met Luc Crabbe? Zeer goed, zo blijkt. De ex-frontman van Betty Goes Green is bijzonder opgetogen over zijn solo-album Ghost In A Dream. Goddeau polste naar het klavertje vier in Luc Crabbe. Een gesprek met een songschrijver, een producer, een family man én een visionaire dromer: "binnen vijftig jaar is teleportatie een feit."

enola: Hoe gaat het met de muzikant Luc Crabbe?
Luc Crabbe:"Goed. Ik krijg uitstekende reacties op mijn soloplaat. Ik ben een gelukkig man. Ik ben heel erg kritisch geweest tijdens de opnames. Ik wou echt iets bewijzen. Ik moest het doen, op mijn eentje. Zes jaar geleden begon het idee te broeden. Meteen na Betty Goes Green wou ik al een soloplaat opnemen maar ik heb de afgelopen jaren twee platen uitgebracht met Telstar. (lacht) Ik heb dus een en ander op de lange baan geschoven. Ach, heel waarschijnlijk had ik die tijd wel nodig voor mijn soloplaat. Ze komt er wel wanneer ze er is, zei ik altijd. Vroeger was ik ongeduldiger. Dat heb ik afgeleerd."

enola: "The Damage Done" is een donkere songtitel.
Crabbe:"Ik ga niet meteen zeggen dat mijn nieuwe plaat een dagboek is, maar op deze cd staat alles wat er zich de afgelopen jaren in mijn kopke heeft afgespeeld. Het is mijn meest persoonlijke en open plaat. Vroeger schreef ik anekdotische en soms vrijblijvende teksten. Nu wou ik dat elk nummer een relevante link had met mijn persoonlijke levenssfeer. Expliciet de dingen verwoorden: dat heb ik altijd wel willen doen maar in het verleden had ik altijd schroom om een bepaald realisme aan de dag te leggen."
"Er zijn veel donkere momenten geweest de laatste jaren. Ik heb het op persoonlijk vlak nogal moeilijk gehad, maar daar wil ik niet te veel over uitweiden, alles staat in de teksten. "The Damage Done" is het zwartste nummer op de plaat: heel direct en expliciet. Ik heb het over het gevoel alles te verliezen en de pedalen kwijt te raken. Die song heeft een suïcidale inslag: zo concreet wou ik het niet verwoorden, want anders wordt het pathetisch, maar de zelfmoordneigingen zijn er wel in terug te vinden. Niet alles op mijn plaat is overigens zwartgallig: er is hoop, en de combinatie van donkere teksten met popmelodieën maakt het draaglijk voor de luisteraar."

enola: Wie is de Charlesman uit het gelijknamige nummer?
Crabbe:"Een fictief personage dat dient als een metafoor voor oudere mannen die zich precies de eeuwige jeugd willen aanmeten en nog steeds in een studentensfeertje leven. (lacht) Je hebt ook het omgekeerde: mensen van vijfentwintig die de mentaliteit hebben van iemand van vijftig: ze gaan ervan uit dat bepaalde zaken niet meer bij hun leeftijd passen: "Nu moet ik volwassen worden, ik heb kindjes, ik moet een huis afbetalen". Natuurlijk moet je je verantwoordelijkheden opnemen maar toch niet op zo’n extreme manier. Ik probeer altijd een gulden middenweg te vinden tussen die twee uitersten. Nostalgisch gedoe is ook niet aan mij besteed. De laatste vijf jaar ben ik echt weer een muziekfan geworden. Ik heb me constant gevoed met muziek. Daarvoor heb ik jaren een bepaald soort arrogantie gehad, dat ik het allemaal wel had gezien; en dan loop je het risico dat je wegzinkt in nostalgie: dat vroeger alles beter was. Bullshit. ’t Was vroeger niet beter. (lacht)"

enola: Je bent je eigen producer. Welke producties zijn je onlangs opgevallen?
Crabbe:"Ik ben zeer te vinden voor Spoon: heel conventionele muziek met een dik en warm geluid. De plaat van The Raconteurs vind ik ook zeer interessant: toffe sound, analoog opgenomen, knappe vondsten qua mix. Het werkt maar ik stel me de vraag of hun album binnen tien jaar nog relevant zal zijn. (lacht) Bepaalde platen uit de jaren negentig die ik toen goed vond, klinken nu ongelooflijk gedateerd. Toen we met Betty Goes Green aan het opnemen waren met Mike Rathke (gitarist van Lou Reed, bvm) zei hij me altijd: "We moeten niet proberen een plaat te maken die alleen deze tijd kan doorstaan. We moeten een album maken dat je binnen twintig jaar ook nog kan opleggen." Hij heeft gelijk."

enola: Je producet jonge bands. Waar let jij op?
Crabbe:"Ik heb het niet voor producers die een groep uiteen trekken. Alles afbreken en dan opnieuw opbouwen: dat heeft misschien zijn voordelen bij sommige bands maar ik ben niet zo’n pietje precies dat op zoek is naar een klinisch geluid. Van mij mogen er fouten staan op een cd. De muziek moet echt klinken, ik heb iets tegen platen die achter glas zitten. Weet je, ik had een ongelooflijke hekel aan die Amerikaanse pretpunkgroepen: eenheidsworst tot en met. En dan zijn er nog oneindig veel platen waarvan ik zeg: komaan, jongens. (lacht)"
"Het is er mij nooit om te doen geweest om met singles op de radio te komen. Ik hanteer altijd de slagzin: "We’re making records, we’re not making radio." Als je een muziekfan bent, moet je niet naar de radio luisteren. Wat ik nu ga zeggen is misschien gevaarlijk maar ik heb altijd het gevoel dat Studio Brussel, een muziekzender die een trend wil zetten en de tijdsgeest wil vatten, altijd een jaar of twee achterloopt op de feiten. Voelen ze dan niet wat er allemaal gaande is in Engeland en New York? Als je de pretentie hebt jezelf trendy te noemen, dan moet je je niet vastpinnen op oubollige zever van een aantal jaar geleden. (lacht) Eigenlijk hebben ze er niets van begrepen."
"Het draait tegenwoordig allemaal niet meer om de muziek maar om het eigenbelang van bepaalde zenders en media. Dat soort toestanden heb ik intussen wel gezien. Ik heb ook nooit zin gehad om op een trein te springen. "De Belgische Nirvana verovert Nederland", las ik wel eens over Betty Goes Green. Maar we waren helemaal niet de Belgische Nirvana. En dan staat iedereen daar vol verwachting en krijgen ze een totaal andere groep te zien." (lacht)

enola: Naast muzikant en producer ben je ook huisvader. Een niet voor de hand liggende combinatie, denkt de eerste de beste buitenstaander dan.
Crabbe:"Rock-’n’-roll en kinderen, wat zal daar van worden, die connotatie, hè. Toen de kinderen nog klein waren, lieten veel mensen blijken dat we het niet konden maken om bezig te zijn met muziek, terwijl mijn vrouw en ik ons daar nooit vragen bij hebben gesteld. We waren er voor onze kinderen. Het was soms een moeilijke periode, dat wel: na een optreden om drie uur ’s nachts gaan slapen, de volgende dag om zeven uur opstaan en met kleine oogjes de kinderen naar school brengen. Weinig geslapen, maar het viel wel te combineren."

enola: En intussen heeft je zoon Lenny de finale van Humo’s Rock Rally gehaald met zijn bandje Freaky Age. Het draait allemaal om muziek ten huize Crabbe.
Crabbe:"Meer dan ooit. Lenny ging als baby al veel mee naar optredens. Hij is in dat wereldje opgegroeid. Hij was er zelfs bij toen we in New York aan het opnemen waren met Betty Goes Green. Drie jaar was hij toen. "Golden Boy" gaat over hem. Veel mensen denken dat ik dat nummer naar aanleiding van de Rock Rally heb geschreven maar dat klopt niet. Zes jaar geleden, toen ik het nummer schreef, was er helemaal geen sprake van dat hij muziek zou gaan spelen. Hij is opgegroeid tussen de gitaren en de versterkers maar we hebben hem nooit in die richting gepusht. Pas op zijn twaalfde vroeg hij: "Papa, gitaar spelen, is dat moeilijk?" En twee jaar later …"

enola: … kijkt de pa vol zenuwen naar zijn zoon in de finale van de Rock Rally.
Crabbe: "Ja, ik ging kapot, verschrikkelijk. De songs die hij maakt: dat had ik nooit gekund op zijn leeftijd. En de zelfverzekerdheid waarmee hij op een podium staat: ik had het in mijn broek gedaan in zijn plaats. En ook: mijn ouders hadden een kruidenierszaak. Ze waren helemaal niet te vinden voor muziek. Ik heb alles zelf moeten ontdekken. Om je een anekdote te vertellen: van mijn ouders mocht ik geen gitaar hebben, maar mijn broer, die negen jaar ouder is, heeft een gitaar voor me gekocht toen ik veertien was. Ongelooflijk, zo’n broer. Ik ben hem eeuwig dankbaar."
"Ik ben een nakomertje. Mijn zus was een Led Zeppelin-fan, mijn broer een echte muziekfanaat. Bij ons thuis lag The Who heel vaak op. Toen ik tien, elf jaar was leerde ik The Sex Pistols, The Clash, The Damned kennen. De punkperiode, hè. We woonden in Oudergem en ik ging elke week alleen naar Brussel om met mijn spaarcenten lp’s te kopen. Can’t Stand The Rezillos van The Rezillos, de eerste plaat die ik ooit heb gekocht, zet ik nog regelmatig op. Geniaal album. Ik was ook een ongelooflijke Blondie-fan."
"Nadat ik The Police tijdens hun glorieperiode aan het werk had gezien, dacht ik: dit wil ik ook doen. Ik was dertien, toen. En dan krijg je te kampen met afkeurende reacties: "het is een hard wereldje vol zotten, je kan met muziek toch niet je boterham verdienen." Nee, heb ik gezegd: dit doe ik voor de rest van mijn leven. Ik ben tevreden dat ik nog altijd bezig ben. Het draait bij mij om kwaliteit. Er zijn mensen die me zeggen dat ik de capaciteiten heb om een commerciële hit te schrijven, maar dat interesseert me niet."

enola: En voor iemand anders een song schrijven, is dat een optie?
Crabbe:"Daar ben ik te individualistisch en te koppig voor. Nu pas zing ik voor het eerst een tekst die door iemand anders is geschreven: Jean Vanneste kent me dan ook door en door. Hij slaat de nagel op de kop met "L’éléphant Rose". In ieder van ons leeft een roze olifant die buiten de lijntjes durft te kleuren. Helaas verwatert die behoefte bij veel mensen naarmate ze ouder worden, alsof ze schrik hebben om te blijven dromen."

enola: Luc Crabbe heeft een zeldzame intuïtie en is een beetje visionair, las ik.
Crabbe:"Ik verval wel graag in filosofische discussies. Ik ben er bijvoorbeeld zeker van dat teleportatie mogelijk zal zijn binnen vijftig jaar."
"Ik vraag me heel vaak af waarom mensen zo veel tijd nodig hebben om iets gewoon te worden. Tien jaar geleden zei ik al dat mannen zich binnen x aantal jaren moeilijker en moeilijker zouden kunnen voortplanten. Nu worden we met de feiten geconfronteerd en nog steeds wil niet iedereen aanvaarden dat binnen twintig jaar slechts tien procent vruchtbare mannen zullen rondlopen. Wat is dus de oplossing? Klonen. Daar kan je niet onderuit. Ik ben al tien jaar een fervente aanhanger van klonen. Iedereen zegt dat ik zot ben. Te gevaarlijk, zogezegd. Later zullen we niet meer stilstaan bij de gevaren. Waarom? Omdat klonen de enige manier is om onze soort in stand te houden. Waarom hebben we vijftig jaar nodig om dat te beseffen?"
"Nog zoiets: de prestatiedruk op jonge mensen is nog nooit zo groot geweest. Jongeren moeten honderdduizend antennes hebben. Ik ben er zeker van dat die bom op een dag zal ontploffen. Niemand staat daar bij stil. Wij worden een dagje ouder. De jeugd van nu moet de maatschappij van morgen maken en dragen. Het zou wel eens goed kunnen dat ze zeggen: "jullie hebben de boel om zeep geholpen, nu kunnen jullie allemaal stikken". Jongeren zullen opgezadeld zitten met een verbittering waar we allemaal niet goed van zullen zijn. Sommige scholen hanteren maatstaven die teruggrijpen naar de jaren vijftig. Het lijkt alsof er niets veranderd is na de hippiebeweging en de punkperiode. De tijd wordt teruggeschroefd. Onwaarschijnlijk. In onze tijd was er veel meer ruimte om ons te ontplooien. (lacht)"

Optredens: op 16 september in Fnac, Gent – Luc Crabbe (solo) en op 24 september in T’oogenblik, Haren – Luc Crabbe (solo)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − tien =