In the Mood for Love




Het filmen alleen al van ‘In the mood for love’ nam een volledig
jaar in beslag en als Wong Kar-Wai Cannes 2000 niet als deadline
had gekozen, dan was hij waarschijnlijk nu nog aan het filmen.
Mister Wong heeft soms wat moeite met loslaten, maar we zijn blij
dat hij het zaakje niet te snel heeft afgehaspeld: ‘In the mood for
love’ is een wel heel bijzondere prent geworden. De titel werd
gestolen van een liedje van Bryan Ferry en zegt perfect waar het op
staat: ‘In the mood for love’ is een echte sfeerfilm waarvoor je in
the mood moet zijn, maar die je ook in de juiste mood brengt.

We landen in Hong Kong 1962. Meneer Chow (Tony Leung) en mevrouw
Chan (Maggie Cheung) komen toevallig op dezelfde dag naast elkaar
wonen. Hij werkt als journalist bij een plaatselijke krant, zij
werkt als secretaresse. Hun respectievelijke partners zijn niet
veel thuis: haar man moet vaak op zakenreis en zijn vrouw maakt als
receptioniste lange overuren. Daardoor lopen de twee steeds vaker
bij elkaar binnen en brengen steeds meer tijd met elkaar door.
Stilaan dringt de reden van de afwezigheid van hun partners tot hen
door: de twee hebben een verhouding. Een das en een handtas, is al
dat nodig blijkt om erachter te komen. Samen proberen ze te
achterhalen hoe het tussen de twee begonnen is. Heeft haar man de
eerste stap gezet? Of was het zijn vrouw die hem al giechelend en
knipperend met haar ogen verleidde? Om het zich beter te kunnen
voorstellen, spelen Tony en Maggie (ik gebruik voor het gemak de
acteursnamen) de scènes na zoals ze menen dat die gebeurd zijn – de
ontmoeting tussen hun geliefden, hun afspraakjes op restaurant – en
ze oefenen hoe ze zouden reageren, moesten hun partners onverwachts
hun crime bekennen. Wanneer Tony een hotelkamer (nr 2046, zegt dat
nummer je iets?) huurt om er in alle rust een boek te schrijven,
zit Maggie als hulp, maar vooral als zijn muze aan zijn zijde. Er
is geen ontkennen meer aan: de twee zijn verliefd, maar durven zich
niet te verliezen in een relatie.

Wie zou er vandaag de dag nog iets op tegen hebben dat twee mensen
het geluk vinden bij elkaar als hun partners toch al de lakens
delen? Niemand, iedereen zou licht op groen zetten. Maar de film
moet goed in de tijdscontext geplaatst worden. In het Hong Kong van
de jaren ’60 ging het er anders aan toe: De kat was van huis, maar
de muizen wilden niet dansen of durfden alleszins niet. De twee
bedrogen buren voelen het verlangen hevig branden, maar bewaren
afstand uit angst voor roddels. Mevrouw Chan is daarenboven nog
eens een verlegen vrouw, die haar gevoelens niet kan tonen. Ze wil
een goed persoon zijn, maar dat is net wat haar weerhoudt van het
geluk.

Een ongrijpbare liefde, overspel – er zijn meer films die er wél
over gaan dan niet. Maar clichés vallen er bij Wong Kar-Wai niet te
bespeuren. Hij maakt er geen saaie overspelintrige van, hij bekijkt
de relatie tussen Maggie en Tony vanuit een nieuwe invalshoek en
geeft aan het begrip overspel een extra dimensie. De echtgenoten
komen bijvoorbeeld zelden tot nooit in beeld, tenzij van achteren
gefilmd of out of focus. Bij dialogen worden ook enkel
Maggie en Tony in beeld gebracht. De film heeft dus eigenlijk maar
twee personages: mevrouw Chan en meneer Chow. Maar doordat zij soms
hun partners naspelen, geven ze ook aan hen gestalte en komen die
via hen tot leven. Het imiteren van de afspraakjes van hun partners
zorgt er ook voor dat de grens tussen wat echt en gespeeld is,
begint te vervagen, het ‘doen alsof’ wordt steeds meer een ‘wat
als…’. Het ingetogen acteren van Tony Leung en Maggie Cheung is
indrukwekkend: woorden tellen niet mee, alles is pure body
language
. Ze acteren via blikken, gebaren. Een manier van lopen
of de manier waarop een hand langzaam op een arm naar boven schuift
wordt beeldende proza. Achter hun kleine handelingen schuilen grote
emoties. Niet de gemakkelijkste manier van acteren, maar zeker de
juiste keuze, die perfect past bij hun platonische liefde: zonder
echt lichamelijk te worden, voel je toch de spanning zinderen
tussen de twee personages wanneer ze elkaar steeds weer kruisen in
de al te nauwe gang van het gebouw.

Wat onderscheidt deze film nu van andere liefdesgeschiedenissen? De
unieke vertelstijl. Het tempo is traag en de film kent een wel zeer
atypische filmstructuur. Door de personages steeds tijdens dezelfde
acties (een treffen in de gang, een telefoongesprek en
noedelswandeling) in beeld te brengen, creëert Wong Kar-Wai de
illusie dat de getoonde acties één scène vormen en vlak na elkaar
of toch zeker op dezelfde dag of week gebeuren. Maar eigenlijk is
de film een grote collage van verschillende ontmoetingen tussen de
twee protagonisten die minstens verspreid zijn over een jaar. De
(zeer) oplettende kijker merkt dit aan de gerechten, sommige
groenten zijn alleen in de zomer te verkrijgen, andere alleen in de
winter. De duidelijkste aanwijzing is echter de kledij van mevrouw
Chan. (Maggie Cheung genoot een garderobe van maar liefst 25
kleedjes over heel de film.) Een nieuw kleedje markeert een nieuwe
dag, want voor de rest blijft alles (echt alles) hetzelfde: de
handelingen zijn dezelfde, de muziek herhaalt zich en alles blijft
zich op dezelfde benauwende locaties (de gang, de trap) afspelen.
Het is als een plaat die blijft hangen, maar Wong Kar-wai doet dit
natuurlijk niet zomaar. Deze ongebruikelijke vertelstijl zorgt voor
een repetitief effect. Alles herhaalt zich, waardoor de acties hun
uniekheid verliezen. Het enige dat wél langzaamaan verandert zijn
de gevoelens van de twee personen. Door het schrappen van een
spannende verhaallijn en overbodige personages, komt de focus
volledig op de twee buren te liggen en komt hun liefde voor elkaar
langzaam bovendrijven. Het geeft het geheel iets tijdloos, de film
vertelt geen verhaal meer, maar schept een sfeer, een mood…

De muziek versterkt dit nog meer. Het hoofdthema van de film is een
steeds terugkerende wals, die het tempo van de film bepaalt. Nog
nooit waren beeld en muziek zo op elkaar afgestemd. De score blijft
nog lang in je hoofd ronddwalen en zal gegarandeerd je
dagdagelijkse bezigheden overwoekeren met een dramatische
melancholie. Ook de Spaanse songs gebracht door Nat King Cole
(“Aquellos Ojos Verdes”, “Quizás, Quizás, Quizás”) passen in het
plaatje. De muziek was in de jaren ’60 enorm populair in Hong Kong,
werd veel gedraaid in restaurants en legt dan ook perfect de sound
uit die periode vast. De sfeermuziek in combinatie met de prachtig
vertraagde beelden zijn echt de topmomenten uit de film. (Dank u,
Christopher Doyle) De talrijke slowmotionbeelden van de twee die de
trap op – en aflopen om noedels te kopen of Tony Leung die lekker
melancholisch aan een sigaret zit te lurken, zijn een soort van
droombeelden. Ze staan volgens mij ook voor de toestand waarin de
twee zich bevinden: ze zijn er met hun gedachten niet meer bij, ze
zweven ergens weemoedig tussen het grote verdriet en die ene
verliefde, dronken toestand.

‘In the mood for love’ vormt de ontbrekende puzzel uit ‘2046’, de twee films zijn moeilijk van
elkaar los te koppelen. In welke volgorde je ze ook ziet, ze
verrijken elkaar en geven meer inzicht in vooral het brein van
Tony’s personage. ‘In the mood for love’ is voor iedereen
herkenbaar, een lofzang voor die ene onbereikbare liefde en dat ene
woordje dat steeds terugkeert: “Quizás, Quizás, Quizás”…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 13 =