The Big Hat Band, Kill The Young, Malibu Stacy & Babyshambles :: 2 mei 2006, Botanique

Terwijl buiten de zon achter de kantoorgebouwen van Brussel-Noord verdwijnt, zetten vier bands de Chapiteau op zijn kop. Het aanwezige publiek is vooral naar de Botanique afgezakt om de nagenoeg volledig uit chemicaliën opgebouwde Pete Doherty en zijn Babyshambles aan het werk te zien. Het zijn echter vooral de voorprogramma’s die indruk weten te maken.

Het Schots-Belgische The Big Hat Band bijt de spits af en deze Kinks from hell lijken niet van plan het publiek met zachtzinnigheid te behandelen. Waar ze enkele weken geleden, als voorprogramma van The Kooks, nog enige subtiliteit aan de dag wisten te leggen, ontwikkelen de jongelui zich deze avond tot een energiebom die zich in je gehoorbuis lanceert en aldaar als een losgeslagen tiener uit een gesloten instelling huishoudt. De songs lijken allen over prostitutie en rellen te gaan en doen net als de muziek, aan oud werk van Buzzcocks en Sham 69 denken, zij het wel met de voet nog steviger op het gaspedaal.

Tijd om bij te komen, is er amper. Na een korte pauze palmt Kill The Young het podium in met een rockstorm die niet moet onderdoen voor The Big Hat Band. De Gorman-broers hebben het gepolijste van hun debuutplaat volledig achter zich gelaten en brengen een geluid dat qua rauwheid zijn gelijke alleen kent in het ruwste schuurpapier. De enkele nieuwe nummers die de band speelt, doen het beste beloven voor de tweede plaat en wekken het vermoeden dat de groep tegenwoordig leeft op een dieet van oude Therapy? en Alice In Chains. Kill The Young flirt nog net iets te veel met het pseudo-donkere kantje waar ook The Rasmus pap van lust, maar dan godzijdank zonder de melige klefheid waar die laatste groep zo in uitblinkt.

Na twee concerten van dit kaliber dringt de vraag zich op hoe Malibyu Stacy en Babyshambles beter gaan doen. Het antwoord is simpelweg: niet. Malibu Stacy klinkt aardig, maar ook niet meer dan dat, al is er sprake van vooruitgang: de vorige keer dat we de band aan het werk zagen, begonnen we uit verveling de bubbels in ons drankje te tellen, terwijl deze keer een nummer als "The Fever" ons toch weet te begeesteren. Jammer genoeg houdt de groep het niveau van die song niet aan en zakt het concert al snel in elkaar als een plastic pop in de magnetron.

De groep waar iedereen op zit te wachten, is Babyshambles, de hobby waarmee Pete Doherty de tijd tussen twee dosissen illegaal snoepgoed zoek maakt. De Doherty die op het podium verscheen, leek in relatief goede doen. Al werden de songs slordig, bijna onverschillig gespeeld, maar gelukkig zonder in de zeurderige langdradigheid te vervallen zoals wel vaker gebeurt. Dat het Doherty schijnbaar allemaal geen fuck kon schelen, wordt duidelijk als hij tijdens een verder aanvaardbaar "Pipedown" achteloos zijn gitaar het publiek in slingert en met een welgemikte trap zijn versterker saboteert. Vanaf dat punt worden songs afgehaspeld, terwijl roadies af en aan lopen om Doherty in de juiste microfoon te doen zingen. De man zelf lijkt het zijn koude kleren niet te raken of hij te horen is of niet en gaat over tot het uitdelen van sigaretten aan toeschouwers. Tijdens de songs is hij amper verstaanbaar en zijn muzikanten slagen er evenmin in een aanvaardbaar geluid neer te zetten.

Bij het publiek merken we gemengde gevoelens op over wat zich op het podium afspeelt. Zowat alle aanwezigen zijn blij dat ze het fenomeen aan het werk zien, maar er heerst een bijna collectief gevoel van ontgoocheling over de prestaties die op het podium geleverd worden. Net voor het publiek alle illusies dreigt te verliezen, winnen Babyshambles de aanwezigen in één klap terug met een verrassend sterk "Fuck Forever" dat een collectieve ontlading veroorzaakt die nog lang blijft nazinderen, maar zou een iets evenwichtigere Doherty geen veel pakkendere show neerzetten?

DE FOTO'S

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 3 =