Koala :: Gravity

Een Antwerps triphopcombo tekent zijn ’blauwe lijnen’ uit op een verouderd stratenplan van een metropool. De lijnen vertrekken vanuit verschillende ondergrondse stations met klinkende namen zoals Massive Attack, Nitin Sawhney, Tricky, Portishead, Neneh Cherry, en komen uiteindelijk bovengronds samen in een krachtpunt van waaruit de lijnen een nieuwe richting krijgen. Het resultaat is Gravity: een voortreffelijke ode en dus uitdagende en inspirerende terug- en vooruitblik op wat het triphopgenre te bieden heeft.

Koala is een hybride muziekproject dat draait rond twee spilfiguren: de talentvolle gitarist en componist-arrangeur Carlos Dyckmans en de piepjonge rapper Islasoul. Zoals het er ook in de ateliers van Massive Attack en Nitin Sawhney aan toe gaat, lopen gastmuzikanten in en uit en wordt er geduldig gesleuteld aan ideeën en schetsen die op basis van de kruisbestuivingen vaste vorm krijgen.

Koala laat zijn muzikant-parachutisten landen op het dak van een van de grotere gebouwen in het centrum van een wereldstad. Daar steken ze de instrumenten in superversterkers en vertalen ze de stedelijke onrust van de voorbijgangers in symbiotische arrangementen die, met uitzondering van het lelijke eendje "Nilsen", van begin tot eind een bijna feilloze dosering kennen. Met Gravity in de buurt spat het ijzer in het rond om zich uiteindelijk vast te klitten aan de pompende wanden van je geluidsboxen. Gravity bepaalt het gewicht dat je op het eind van de dag in de schaal zal leggen. Gravity is een aardklomp waarin je vrij met beide handen kan woelen, net zolang tot je gaat inzien dat intergalactische buitensporigheden niet opwegen tegen geestesverruimende interculturele uitstapjes.

De globale stad is een intercultureel knooppunt en daarom ook een broeinest van misverstanden waar valse, artificiële emoties om elke hoek loeren. Het is een uitzinnige plaats waar het verkeer van mensen, (licht)symbolen en geluiden vaak ballast is, maar noodzakelijke ballast, teneinde de zoektocht naar jezelf nooit te staken. Dag en nacht zijn er nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Tussen de huizenblokken, onder het gesternte van neonlichten, is er een opgejaagd roofdier dat tussen waak en slaap in een lichtbak (computer, vitrine, … ) staart en hoopt op die ene lichtflits, die ene ontmoeting, die ene onweerstaanbare kracht, die het leven in de onverbiddelijke jungle zin geeft ("Replacements", "Virus" en "Grim City").

De hunkering naar echte authentieke liefde en naar zingeving in het algemeen is zelden zo dwangmatig op muziek gezet als op Blue Lines , het baanbrekende album van Massive Attack. De combinatie van soul, jazz en reggae zorgde voor een wel heel eigenzinnige benadering van tristesse en somberheid. Zwaartekracht kan zwaar wegen. En als je geen geld spaart voor een maanlanding, dan kom je er nooit geheel van los. Het drukt op je leven. Een mens gaat vervolgens op zoek naar iets wat zijn eigen zwaartekracht lichter maakt. Iedereen heeft al eens een wilde bui en verandert dan in een Icarus die van de manie in de depressie valt en tot een rustig besef komt.

Zo ook vind je op Gravity enkele hoogvliegers die de eigen beperkingen willen trotseren. "Dubbeltimer", "Virus", "Nilsen" en "Grim City" zijn pure krachtmetingen: zo schatplichtig aan de reeds genoemde voorgangers tasten deze grimmige songs voortdurend in het duister over waar de eigen grenzen liggen, maar ze maken nergens aanstalten om kopje onder te gaan. Deze verkenning is aandoenlijk mooi en dwingt respect af. De afwisseling tussen de dreigende bombast ("Dubbeltimer" en "Virus") en de soulvolle, tintelende liedjes waarin de gitaar zich als een cobraslang rond de zangeres wentelt (de stem van Adegoke in "Antownbar" en "Frantic"), laat horen dat Koala zichzelf wel degelijk de baas blijft. Vooral opmerkelijk is dat dit debuut tot het eind onvoorspelbaar blijft. Het filmische en benauwende "Grim City" lost buiten alle verwachtingen geheel op in een soort Johnny Marr-achtig poppy gitaarspel. De zware nachtescapades lopen naadloos over in de ochtendnevel van ’uitzinnig’ ingetogen liedjes zoals "Frantic".

De kakofonie van Gravity doet de repeatknop spoorloos verdwijnen in de carrosserie van je stereo. Er was een vergrootglas nodig. Het mocht niet baten. Je stak je vinger tot diep in de holte. En een hele dag bleef je daar staan, gekluisterd aan je stereo, met die vinger, schroefvast, in wat ondertussen een open wond werd. Dat is wat Gravity met je doet: het slaat je polsen in de boeien en zet ondertussen dichtgeslibde aderen open. De knappe afsluiter en ogenschijnlijk ’onaffe symfonie’, "Trop Hip"(!), is een mogelijk bewijs van de ambitie om zelf ook de standaarden van het genre mee te bepalen. Al benieuwd naar het vervolg.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − twee =