Fun with Dick and Jane




Nu Jim Carrey de laatste jaren aan eerbiedwaardigheid gewonnen
heeft met projecten als ‘Eternal
Sunshine of the Spotless Mind’
en het verrassend genietbare
‘Lemony Snicket’, is het een zeer
reële vraag geworden of hij ooit nog wel zal terugkeren naar de
ongegeneerde debiliteit van ‘Ace Ventura’ of ‘The Mask’. Voor mij
hoeft het althans niet, en ook ‘Fun with Dick and Jane’ suggereert
dat Carrey, zelfs in uitgesproken komische rollen, definitief op
zoek is gegaan naar een ernstige ondertoon die er wat méér van
maakt dan enkel anderhalf uur bekkentrekkerij. Mooi voor hem, maar
in de praktijk betekent dat dat deze nieuwe een opvallend
schizofrene bedoening is geworden. Er zitten twee films in ‘Fun
with Dick and Jane’, die de hele speelduur lang vechten voor de
dominantie: enerzijds een scherpe satire over American big
business
, en anderzijds een dwaze klucht waarin Carrey en zijn
filmega Téa Leoni zich mogen verkleden in allerlei hallucinante
outfits, in de hoop dat u ermee zult kunnen lachen.

Het verhaal is gebaseerd op een film uit 1977, waarin Peter Segal
en Jane Fonda meespeelden. Dick en Jane zijn de perfecte
Amerikaanse middenklassers: ze wonen in een mooi huis in de
voorstad, rijden met een mooie BMW, hij werkt als PR-man in een
succesvol bedrijf en zij bij een reisagentschap. Ze lijken het
prima voor elkaar te hebben, tot het bedrijf waarvoor Dick werkt
plotseling failliet gaat: grote baas Alec Baldwin heeft blijkbaar
jarenlang de boel belazerd, vult nu z’n zakken met maar liefst 400
miljoen dollar, en vertrekt vervolgens met de noorderzon, terwijl
zijn werknemers en zakenparteners geruïneerd achterblijven. (U
krijgt geen extra punten als u de links herkent met het
Enron-verhaal, zoals dat onlangs nog verteld werd in de prima
documentaire ‘The Smartest Guys in the
Room’
.)

Tijdens de volgende maanden slaagt Dick er maar niet in om een
nieuwe job te vinden en de financiële nood wordt hoog. Uiteindelijk
zien hij en Jane geen andere oplossing dan zich tot de misdaad te
wenden: om hun mooie huisje te houden, nemen ze elk een
waterpistool ter hand en beginnen ze aan een resem succesvolle
overvallen.

In opzet zit daar een mooie satire in: de Amerikaanse zakenwereld
is een dog-eat-dog business, waarin je het ene moment danst
van geluk omdat je een belangrijke promotie in de wacht hebt
gesleept, om slechts enkele dagen later volkomen aan de grond te
zitten. En eens je geluk keert, heb je plotseling geen vrienden
meer over – de arbeidsmarkt wordt overweldigd door sukkelaars net
als jij, dus tenzij je toevallig ergens connecties hebt, mag je het
wel vergeten.

Het probleem met de film is echter dat hij, ongeacht die thematiek,
toch wil scoren bij de laagste gemene deler: iederéén moet mee
zijn, iederéén moet ermee kunnen lachen. En op die manier krijg je
dus een film die én iets wil zeggen over het Amerikaanse
bedrijfsleven, én Jim Carrey toont die als een razende het gazon
van de buren aan flarden snijdt. Waarin je én een exposé krijgt
over het machtsmisbruik van de superrijken, én Carrey en Leoni die
vermomd als seventies discogangers een wagenhandelaar overvallen.
‘Fun with Dick and Jane’ heeft continu te lijden onder die
tweeslachtigheid. Het is een film die alles tegelijk wil zijn, en
daardoor uiteindelijk niets echt is. Verleden jaar kwam van
Costa-Gavras de film ‘Le Couperet’
in de zalen, die ruwweg hetzelfde thema behandelde. Wie een prent
wil zien die een gelijkaardig onderwerp op een scherpe en tóch
grappige manier benadert: wendt u naar uw videotheek – die film had
het soort van cojones die ‘Fun with Dick and Jane’ nog niet
na een zware hormonenkuur zou kunnen kweken.

Waarmee nog niet gezegd is dat het een volstrekt waardeloze film
is. Jim Carrey weet zich opvallend goed te redden in de hoofdrol –
hij speelt het dan wel komisch, maar ditmaal houdt hij zich
redelijk in. Er zijn maar weinig momenten waarop hij buiten zijn
personage stapt om gewoon even een paar onnozele fratsen uit te
halen, iets dat hij in ‘Ace Ventura’ bijvoorbeeld continu deed. De
typische Jim Carrey-tics worden hier herleid tot wat je vanuit het
scenario nog kunt rechtvaardigen. En ook gaat het allemaal enorm
goed vooruit; ‘Fun with Dick and Jane’ duurt een zuinige negentig
minuten en verveelt geen seconde. Het is alleen jammer dat er
tijdens die negentig minuten zoveel meer zinnigs had kunnen
gebeuren, had regisseur Dean Parisot de verkleedpartijen en het
hysterisch heen-en-weer geren achterwege kunnen laten.

En dan is er nog Téa Leoni, niet bepaald de meest getalenteerde
actrice die momenteel door Hollywood trippelt en duidelijk een
zwakke schakel in de cast. In tegenstelling tot haar tegenspelers
(Alex Baldwin, bijvoorbeeld, is heerlijk ranzig als Carrey’s
frauderende baas), staat Leoni een hele film lang zichtbaar moeite
te doen om toch maar grappig te zijn. Ze smeekt haast om gelach van
het publiek, en dat is dus precies het laatste dat je mag
doen.

‘Fun with Dick and Jane’ is een onevenwichtige mélange van ernstige
thema’s en Jim Carrey-lolbroekerij, mét een moraliserend einde er
bovenop als kers op de taart. In beginsel had er misschien wat
ingezeten, maar dat zal dan toch voor de volgende keer zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 9 =