Vinicius Cantuária :: Silva

Onze leermeester, steevast net in het pak, leerde ons de fijne knepen van het betere stijlwerk kennen. Bij ons afscheid kregen we een kist sigaren toegestopt en de vermanende raad nooit toe te geven aan gemakzucht. Helaas waren ook wij, als kinderen van een materialistische wereld, onze leermeester ontrouw.

De vijfde studioplaat van Vinicius Cantu´ria roept herinneringen op aan onze oude meester, waardoor we, na een blik in de spiegel geworpen te hebben, haast uitriepen wat er toch van ons geworden was. Een enkele les van de meester hebben we echter nooit verleerd: nooit onze ware gevoelens tonen. Maar elke noot van Silva kerfde iets dieper in ons hart.

De Braziliaan Vinicius Cantu´ria had een huisvriend kunnen zijn, waren wij niet een eeuwigheid geleden van het pad geweken. In Rio experimenteerde Cantu´ria nog met new wave en rock maar nadat hij van New York zijn nieuwe thuis maakte, kwam de nadruk steeds meer op jazz en bossa nova te liggen. Gevestigde undergroundnamen als David Byrne, Ryuichi Sakamoto, Arto Lindsay en Bill Frisell visten de man op, waarna wederzijdse vriendendiensten op albums volgden. Silva is opgevat als een intiem soloalbum van Cantu´ria, waardoor de klemtoon automatisch op de stem en het gitaarspel komt te liggen.

"A Dor" schuifelt onmiddellijk de kamer binnen terwijl er enkele cocktails gedronken worden. Een bijna onopgemerkte percussie en gitaar geven de weemoedige vioolpartijen alle ademruimte terwijl Cantu´ria’s warme stem over de song heen gedrapeerd ligt. De liefdespijn klinkt bijna onhoorbaar voor hen die er geen oor voor hebben. Het eerste Engelstalige nummer "Re-entry", een interpretatie van Lindsays song, laat zich evenmin kennen maar geeft de westerse luisteraar meer houvast. Croonend vraagt Cantu´ria zich ditmaal af waarom een relatie niet gewoon kan eindigen. De spaarzame inkleding geeft de song een vereiste naaktheid die haar van elke droefenis ontslaat. "I play that part" zingt Cantu´ria, alsof het werkelijk niet meer dan een act is die opgevoerd wordt.

Het enige andere Engelstalige nummer, "Evening Rain", laat nukkig de drum en percussie de song bepalen terwijl gitaren noodgedwongen de tweede viool spelen. De warme, tussen voluit zingen en ingehouden praten weifelende zangstem van Cantu´ria blijft ook hier het ijkpunt voor de luisteraar. "Paraguay" laat het anders zo voorzichtig aangewende instrumentarium maximaal openbloeien terwijl wij in een tijdloze Zuid-Amerikaanse nacht getuige zijn van een passioneel liefdesdrama.

"A Felicidade" is een interpretatie van Antonio Carlos Jobims nummer: Cantu´ria maakt er immers een punt van om op elk album Jobim te coveren. Het buitenbeentje bij uitstek is echter het opzwepende "The Bridge", dat het meeste de bossa nova door laat dringen in de song. "Pena De Min" ontplooit zich daarna prachtig op een bed van violen en zacht tokkelende gitaren, terwijl Cantu´ria opnieuw zachtjes de liefdespijn fluistert. "Saudades de Voçe" probeert een brug te slaan tussen de vrolijke teneur van "The Bridge" en de andere, droevere nummers: een valse vrolijkheid die er niet in slaagt de melancholie blijvend te verbergen. Die melancholie weet zich in "Allegria" echter te verzoenen met een gelatenheid die nergens droef te moede klinkt. "Nunca Mais" tenslotte is de zachte aanloop naar "India", dat het album wondermooi afsluit.

Silva is een persoonlijke plaat geworden waar Vinicius Cantu´ria zacht fluisterend de liefdespijnen van zich afzingt. Doordat de akoestische gitaren en violen het album domineren terwijl een zachte percussie de achtergrond opvult, is Silva een plaat geworden die de schemering inluidt. "Stijlvolle droefenis", zou onze meester gezegd hebben, waarna hij nog een Balmoral zou opsteken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + 8 =