Gorki :: Homo Erectus

Ecce Homo. De Vos zal het allicht niet toegeven dat hij wel eens iets van Nietzsche las, want business is business: er moet alweer een nieuwe Gorki-plaat naar de modale burger worden gebracht. Hier met dat bier, de wijven en het feesten. Weg — alweer en jammer genoeg — met het arme jongetje in Luc De Vos. We vreesden dan ook het ergste toen plots woorden als ’conceptplaatje’, ’Joeri’ of ’Russen’ zich een weg baanden door de ijzige wind, waardoor deze Homo Erectus aan kwam wandelen.

Het blijkt nogal mee te vallen met die angst, maar een — hoewel toch zelfverklaard — onovertroffen meesterwerk is het ook deze keer zeker niet geworden. We hadden het eigenlijk ook al wel gehad met De Vos. Een televisieoptreden te veel, een flauwiteit te ver. Er bleken grenzen aan ons geduld, dat zomaar in een flapperend bundeltje werd meegegeven met Geeuw Bourgeois, die het prompt misbruikte om een dictatoriale boom op te zetten over het Levenslied, een genre waarvoor we toch jarenlang blindelings bij onze favoriete Gentse troubadour terecht konden. Bovendien en terzijde spuwen we nog liever op de boerse smoel van Laura Lynn dan haar gezongen fecaliën als levensliederen te beschouwen.

Het treft dan ook nogal dat De Vos het ditmaal vooral wil hebben over teleurstellingen. Er sijpelt wel wat hoop door op Homo Erectus, berusting ook, maar mocht er 15 jaar geleden geen sprankelend debuut uit hem gesukkeld zijn, zouden we onze verwachtingen niet blijven rekken. Maar ontgoocheling wordt nu eenmaal geboren uit routine. En ook nu valt er weer heel wat vastgeroeste Gorki te ontdekken. Alweer te veel, en op is op.

Lichtpunten, tekenen van vage hoop, zijn er nog wel in de vorm van de prima groeisingle "Joeri" (waarvan we bij elke beluistering toch wat vrolijker worden van de speelse intro en de droef gezongen zin ’Meer is het niet’) en het uitstekende "De Zomer Van De Liefde" (een onbeschaamd heerlijk hunkeren naar een onbezorgde jeugd, inclusief limonade en lome televisienamiddagen). Maar dan is het al bijna voorbij. Luc De Vos haalt op het eind van "Morse" nog eens lekker ouderwets hoog uit in het refrein en we kunnen ons wel wat voorstellen bij de misantropie in het stampvoetende "Wees Eens Stil Jongens". De zinnen ’Weet waar je bent/je bent in de jungle, baby’ uit dat laatste nummer vormen trouwens samen wel een heerlijke opener. Ook het slotakkoord genaamd "Mijn Oude Hart" knabbelt aanvankelijk nog mooi aan het gemoed, maar ontaardt onverantwoord in een ongeïnspireerde outro.

De helft van de songs op deze Homo Erectus (we blijven moeite hebben met de flauwe grap) is inwisselbaar met andere minderwaardige pogingen uit het oeuvre van De Vos: "Winternacht" is irritant gewauwel en getokkel en in "Sneller Dan Joerie" bliepen te veel geluidjes ondersteunend voorbij. We hadden hem zo ook wel.

Op zich niets mis mee, met al dat falen. Mislukken is immers mooi, maar tegen de muur blijven knallen is ronduit stupide. Het mooi begeleiden van oerdiepe zuchten of de tranen langs de gekliefde wang is er dan ook al jaren niet meer bij. De Vos slaagt er nog amper in om frappante beelden op te roepen, zowel muzikaal als tekstueel. Bloedarmoede, ondanks een sabbatjaar. Ondanks de seizoenen. Als het lukt — zoals in "De Zomer Van De Liefde" — tikt er weer wat krediet bij op de bingo, maar de teller staat allang in het rood. Ook de hulp van Tom Van Laere (enkele strepen steriele mondharmonica) en Jean-Marie Aerts kan het tij nauwelijks keren.

De Vos mag dan nog zo gelovig zijn, in hem geloven doen we al een tijdje niet meer. Hoe jammer we dat ook mogen vinden. Een halfslachtig conceptplaatje, twee slappe verborgen nummers of een intrieste, ironische c-cup in een nieuwe videoclip gaan daar geen melancholische fuck aan veranderen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − zes =