Elysian Fields :: Bum Raps & Love Taps

Paradise In The Afterlife. Dat is niet alleen de letterlijke betekenis van de term Elysian Fields, het is Elysian Fields ten voeten uit. Zweverig, beeldschoon, noir en blanc tegelijk. In Bum Raps & Love Taps weerklinken lef, eigenzinnigheid en gevoel voor esthetiek. 2005 was weer een vruchtbaar jaar.

Elysian Fields is geen gewone groep, zoveel is zeker. Joey Ramone en Jeff Buckley waren fans. Marc Ribot, John Zorn, Steve Albini en ongeveer driekwart van hip New York liepen geregeld hun studio binnen. Hun herwerking van Les Amours Perdues van Gainsbourg belandde in Emporte moi, de prent van Léa Pool die in 1999 een karrenvracht aan internationale prijzen bijeengraaide. Ontelbare groepen lieten zich door Elysian Fields beïnvloeden.

Toch komt Elysian Fields maar niet aan de oppervlakte bovendrijven. Een gevolg van hun extreme eigenzinnigheid? Zonder twijfel. Wie maakt namelijk op het moment van de grote doorbraak een, zelfs naar Elysian Fields-normen, ontoegankelijk album en breekt vervolgens met zijn platenmaatschappij? In ieder geval, Elysian Fields bouwde doorheen de jaren een bijzonder trouw fanbestand op en kroonde zich met recht en reden tot een van de grootste cultgroepen die het Europese en Amerikaanse clubcircuit afdweilen.

Ook voor de nieuwe plaat Bum Raps & Love Taps werd schoon volk bijeengeroepen. Fotograaf Michael Ackerman zorgde voor de geniale cover, Joe Blaney (Prince, the Clash) en Bryce Goggin (Pavement) draaiden aan de knoppen en Howie Weinberg (Sonic Youth, Nirvana, Smashing Pumpkins, the Ramones, … ) verzorgde de mastering. Maar goed, voldoende genamedropped.

Met Bum Raps & Love Taps trekken Jennifer Charles en Oren Bloedow, de twee gezichten van Elysian Fields, de lijn door die op hun vorige albums, Dreams That Breathe Your Name en vooral op Queen Of The Meadow, al uit de verf kwam. Zweverige gezangen en poëtische teksten, ondersteund door hoekig, strak gitaarwerk met soms ongerijmd, soms zelfs ongestemd orgel- en pianowerk. Zonder bombastisch te willen klinken of te verstikken in een overvloed aan wierook is Elysian Fields zo een beetje de Claude Monet van de hedendaagse muziek. Haast alle nummers op Bum Raps & Love Taps zijn sfeerbeelden, indrukken, impressionistische schilderijtjes, verhaaltjes zonder einde.

Verschillende invloeden weergalmen op de plaat. Het openingsnummer "Lion In The Storm" bevat de dromerige sfeer van Portishead met de elegantie van Mazzy Star. In "Set The Grass On Fire" komt PJ Harvey met John Parish om de hoek loeren, terwijl in "Sharpening Skills" de b-kant van Mellon Collie And The Infinite Sadness op de achtergrond speelt.

Het beste van het geniale duo Charles-Bloedow wordt echter samengebald in "Duel With Cudgels": een intro die aan Ennio Morricone evenals aan een Eftelingbezoek in onze kindertijd herinnert, vakkundig aaneengeregen met een middenstuk à la Sonic Youth. Een dergelijke gelaagdheid is klaar voer voor geologisch onderzoek.
Ook "Lame Lady On The Highways", het jazzy "When" en titelsong "Bum Raps & Love Taps" verdienen hun plaats onder de zon. Dat het ietwat saaie en repetitieve "We’re In Love" en "Out To Sea" het niveau van hun broertjes en zusjes niet halen, mag het luisterplezier niet drukken.

Zangeres Jennifer Charles draagt Bum Raps & Love Taps op aan haar overleden grootmoeder en Elysian Fields leende dan ook de titel van de onbeëindigde autobiografie van die grootmoeder. Stokoude grootmoedertjes kunnen waarschijnlijk triestere sterfscenario’s bedenken dan dit eerbetoon. Bum Raps & Love Taps behoort namelijk tot het beste wat 2005 ons gebracht heeft. Nederig buigen wij het hoofd voor zoveel talent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + 9 =