Gojira :: From Mars To Sirius

In Noah´s flood he despised Noah´s Ark; and if ever the world
is to be again flooded, like the Netherlands, to kill off its rats,
then the eternal whale will still survive, and rearing upon the
topmost crest of the equatorial flood, spout his frothed defiance
to the skies.
Moby-Dick, or The Whale
– Herman Melville

Morbid Angel meets Tool. Zo omschreef
een vriend Gojira toen ik er nog niets van gehoord had. Al zou ik
eerder kiezen voor iets als Hypocrisy meets Mastodon, de
zoektocht naar gelijkenissen en verschillen wordt irrelevant zodra
men vergelijkt met bands van dat kaliber. Want de enthousiaste
beschrijving van mijn vriend was duidelijk terecht: ´From Mars to
Sirius´ behoort zonder enige twijfel tot de belangrijkste
metal-cd´s van de afgelopen tien jaar. Het kan vreemd lijken om een
Franse band met roots in death metal uit te roepen tot de redders
van het metalgenre, want wie kent er goede Franse bands en was
death metal trouwens niet dood na de opkomst van meer
gesofisticeerde black en meer thrashy Gothenburg metal? En was dat
trouwens wel een slechte zaak, de ondergang van death metal, gezien
de vaak puberale fixatie op afgehakte ledematen enzovoort?

In één beweging haalt Gojira al die vooroordelen onderuit. Ja, ze
komen uit Frankrijk, maar ze spelen dan wel zo strak als de Polen
van Behemoth en laten een perfect geproduceerd geluid horen waar
Amerikaanse bands als Nile nog wat van
kunnen leren. En net als Mastodon trekt Gojira zich niets meer aan
van beperkende genrelabels; de intense blastbeats en loodzware
riffs zijn inderdaad geïnspireerd door Morbid Angel, maar de
melodieuze accenten doen dan weer denken aan de Zweedse sound, de
grimmige sfeer aan black en doom metal en de frequente
ritmewisselingen aan progressieve bands als Tool. En dan hebben we
het nog niet over de geweldige strot van de zanger gehad, die zowel
een imposante grunt en wanhopige screams aankan als overtuigende
heldere zang en onheilspellend gefluister.

De eerste regel van het nieuwe metal-millenium, zo lijkt het, is
dat de goede bands zich steeds minder aantrekken van subgenres. En
ook op thematisch vlak kiest Gojira voor een verfrissende aanpak.
In plaats van een Stab!Hack!Slash!Kill!-catalogus krijgen
we een conceptalbum dat zowel een misantropische aanklacht tegen de
vernietigingsdrang van de mens is als een onzekere profetie van
spirituele vernieuwing uitspreekt. Dat klinkt misschien nogal
flower-power, maar Gojira is geen lachwekkende white metal of een
optimistisch Gaia-pamflet. Integendeel, op een vergelijkbare manier
met Mastodon – en in de beste metal-traditie – zoekt Gojira
mythische natuurfiguren als walvissen op in een poging om dat
proces van natuur- en mensvernieuwing te beschrijven. Conclusie.
Love? Ja. Peace and harmony? Nee, zeker niet.
Daarvoor is de zang iets te wanhopig en de sfeer iets te
beklemmend. En dan vermelden we de blastbeats nog niet.

Maar het uniekste geluid en het beste concept in de wereld leveren
weinig op als de goede songs ontbreken. Gelukkig slaagt Gojira ook
op dat met glans. Zo wordt de luisteraar murw gebeukt door songs
als ´Backbone´ en ´The Heaviest Matter of the Universe´, die zo
groovy zijn dat ze spontaan een kosmische mosh-pit doen ontstaan.
Daarnaast zijn er meer melodieuze en sfeervolle intermezzo´s,
bijvoorbeeld de wondermooie akoestische instrumental ´Unicorn´, het
eerste deel van de titelsong, ´From Mars´, of het zowel
optimistisch als onheilspellend klinkende ´World to Come´. In deze
reeks hoort ongetwijfeld ook het afsluitende ´Global Warming´
thuis, dat agressieve passages afwisselt met een van de beste riffs
van de afgelopen jaren. En al herhaalt de zanger op het einde
hoopvol – en in betwistbaar Engels – dat ´We will see our children
growing´, zijn stem wordt steeds schreeuweriger en wanhopiger naar
het einde toe. Een kippenvelmoment. Maar naast de relatief
straightforward harde of zachte nummers wordt het leeuwendeel van
het album gevormd door erg gevarieerde en complexe songs.

Opener ´Ocean Planet´, bijvoorbeeld, introduceert meteen al de
belangrijkste ingrediënten: een erg dynamische en progressieve
songstructuur, een bombastisch drumgeluid en een meeslepend epische
einde. ´From the Sky´ wisselt dan weer een stevig stuwende
melodielijn af met slopende sludge-riffs en een refrein dat gemaakt
is om door honderden metalheads mee te worden gebruld. Dat epische
thrashgeluid keert ook terug in het brutale ´Where Dragons Dwell´
en in ´In the Wilderness´, dat naar het einde toe onverwacht een
nieuwe en grandioze riff introduceert. Het meest toegankelijke en
representatieve nummer hoort ook in deze categorie thuis; het is
dan ook niet toevallig dat de band bij ´To Sirius´ een – opvallend
professionele en sfeervolle – videoclip gedraaid heeft. Het
culminatiepunt van het album is echter ongetwijfeld het fenomenale
´Flying Whales´. Na een paar minuten walvissengezang dat
ondersteund wordt door een eenzame riff, breekt er immers een
geweldige song los die even meezingbaar als brutaal en gevarieerd
is. De conclusie is dus duidelijk: als u denkt dat uw kinderen ooit
naar metal gaan luisteren, schaf dan als de bliksem ´From Mars to
Sirius´ aan. Dan kan u later pronken met een exemplaar van de cd
waarover zij spreken als ´de eerste metal-mijlpaal van het nieuwe
millenium´. Want Gojira, dat is walvissengezang van
wereldkwaliteit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − twee =