Deuce Bigalow :: European Gigolo




Ik kan niet echt zeggen dat ik ermee heb kunnen lachen op het
moment zelf, maar ergens is het bekijken van ‘Deuce Bigalow:
European Gigolo’ best een louterende ervaring. Neem de ergste pijn
die u ooit hebt ervaren, hetzij fysiek, hetzij emotioneel – die
keer dat u overreden werd en drie jaar revalidatie nodig had om uw
linkerpink opnieuw te kunnen bewegen, die keer dat uw grote liefde
bekende dat hij/zij al jarenlang een relatie had met Walter
Grootaers – vermenigvuldig dat met honderd en u kunt zich misschien
een idee vormen. In vergelijking met dit onding, vallen al die
gebeurtenissen in het niet – deze film is zo slecht dat het pijn
doet. Letterlijk. Fysieke pijn.

Niet dat enig menselijk wezen met de capaciteit om rudimentaire
werktuigen te gebruiken en rechtop te lopen daar behoefte aan had,
maar toch is dit een vervolg op het onvolprezen ‘Deuce Bigalow:
Male Gigolo’, een zelfverklaarde komedie die in 1999 kwam en ging
zonder dat iemand daar echt van wakker lag. Rob Schneider is terug
als Deuce, een visexpert die na z’n uren bijklust als mannelijke
prostituée. (Het woord “gigolo” wordt trouwens enkel in de titel
gebruikt: in de dialogen houdt men het op vrolijker eufemismen
zoals “man-whore” en “he-bitch”.) Na een jammerlijk voorval waarbij
een stel blinden wordt aangevallen door woeste dolfijnen (het
klinkt leuker dan het is), vindt Deuce dat de tijd rijp is om
andere horizonten te verkennen. Op uitnodiging van TJ (Eddie
Griffin), zijn pooier uit de eerste film, reist hij naar Amsterdam,
waar een seriemoordenaar één voor één de man-whores aan het
afslachten is. Ik zat de hele film lang te bidden dat Deuce zelf
aan reepjes gesneden zou worden, maar ho maar, dat plezier is ons
natuurlijk niet gegund.

Ooit zal iemand ergens een diepzinnige sociologische studie maken
van de manier waarop over de voorbije dertig jaar de televisie erin
geslaagd is om onze standaards systematisch te verlagen, zodat we
naar dit soort troep zouden gaan kijken. Ik merk het in de reacties
die ik op sommige recensies krijg: “deze film is best genietbaar,”
is dan de teneur, “maar je mag geen al te hoge eisen stellen”: van
een thriller of actiefilm mag je geen verhaal of goed uitgewerkte
personages verwachten, je mag (van geen enkele film, ongeacht het
genre) enige logica in de plot verwachten, om de acteerprestaties
gaat het gewoonlijk ook niet écht, en eigenlijk kun je best nog je
verstand op nul zetten en je blik op oneindig, om “gewoon te
genieten”. Da’s een hele waslijst, vooraleer je nog een goeie film
te zien krijgt, maar veel mensen schijnen daar tegenwoordig geen
probleem meer mee te hebben: je stelt je eisen zo duizelingwekkend
laag, dat àlles oké is. En inderdaad, dan zul je best wat goeie
films zien.

Ik laat me gaan, dat weet ik, maar ‘Deuce Bigalow’ is een perfect
symptoom van die ziekte: een film hoeft absoluut geen waarde meer
te hebben, het moet nergens op lijken, zolang je het publiek maar
kunt wijsmaken dat ze onredelijk zouden zijn om wél enige kwaliteit
te verlangen. In het geval van ‘European Gigolo’ gaat regisseur
Mike Bigalow (dat moét een pseudoniem zijn, kan niet anders) volop
de toer van de gross-out humor op. Deuce wordt door een reuzin
verplicht om een luier aan te doen. We krijgen een dame die
keelkanker heeft gehad en nu een gaatje in haar luchtpijp heeft –
wanneer ze wijn drinkt, komt de vloeistof er doorheen sijpelen
(maar goed ook, anders zou ze allicht stikken met al die wijn;
niemand heeft de makers van dit prul verteld dat de slokdarm nog
iets anders is dan de luchtpijp). Een andere dame is opgegroeid in
Tsjernobyl (Deuce Bigalow weet niet wat daar gebeurd is, maar geen
nood: het doelpubliek weet dat ook niet) en loopt nu rond met een
penis op haar gezicht in plaats van een neus. Vervolgens krijgt ze
een niesbui.

Om nog maar te zwijgen van de klappen die homo’s te verwerken
krijgen. Ik ben ervan overtuigd dat Rob Schneider, Mike Bigalow
(als er al zo iemand bestaat) en/of de rest van het team achter de
schermen van dit gedrocht heimelijk homoseksuele neigingen heeft
waarmee hij niet kan omgaan, want het constante spervuur aan
homofobe grappen is werkelijk weerzinwekkend. The lady doth
protest way too fucking much.
Niet dat ik plots politiek
correct wil gaan doen (God verhoede), homo’s mogen al evenzeer
uitgelachen worden als gehandicapten, negers en Nederlanders, maar
op een bepaald moment is het gewoon niet leuk meer. Hier krijgen we
een volledige subplot over de pogingen van pooier TJ om toch maar
te bewijzen dat hij hetero is, plus het feit dat alle man-whores in
de film uiteraard alleen maar vrouwen “bedienen” en de wenkbrauwen
hevig fronsen wanneer één van hen een homoseksuele toespeling
maakt. Deze film is niet alleen smakeloos in z’n gevoel voor humor,
maar getuigt ook van een naargeestige mentaliteit waar ik een
onfris gevoel aan overhield.

Laten we dat al eens even samenvatten: een verhaal is er niet, de
humor is zo laag bij de gronds dat je al de lift naar boven moet
nemen om de grond te bereiken, de film is homofoob… Wat nog? Het
feit dat Schneider niet kan acteren en hier (een genadevol korte)
80 minuten lang laveert tussen de twee gezichtsexpressies waartoe
hij in staat is, misschien? Of het feit dat ‘Deuce Bigalow’ zich,
naar goede gewoonte, alweer afspeelt in die fantasieversie van
Amsterdam die alleen bestaat uit coffeeshops en hoerenkoten?
(Amerikanen kunnen er écht niet van over dat soft drugs in
Nederland legaal zijn.) Tja, dat alles valt nog te verwachten. Dat
de film zich na het eerste half uur aan een slakkegangetje
voortsleept, helpt ook niet – Mike Bigalow weet voor de duvel niet
hoe hij de minste spankracht aan een verhaal moet geven (en ik
gebruik het woord “verhaal” hier in z’n allerruimste betekenis), en
dus krijgen we, zelfs ondanks de ultrakorte speelduur, een aantal
scènes die eigenlijk niets in de film te zoeken hebben.

Maar waar ik écht van opkeek, is dat Jeroen Krabbé zich hiervoor
liet strikken. Hoewel de man nu niet direct een verpletterende
indruk op me maakte met z’n films als regisseur, beschouwde ik hem
altijd wel als iemand met goede smaak en intelligentie, juist die
twee dingen die in ‘Deuce Bigalow’ ver te zoeken zijn. Met ‘Left
Luggage’ en ‘The Discovery of Heaven’ faalde hij, maar hij faalde
wel op een eervolle manier. Ik kan me niet voorstellen dat zo’n man
acteur is geworden om teksten te debiteren als “We will die
together, man-whore!”
, of: “My penis exploded!”

Ach ja. Een fles Château Petrus erbij, een cd met het goddelijke
geweeklaag van Bob Dylan en een boek van de veel te vroeg van ons
heengegane Hunter Thompson – moet jij eens komen kijken hoe snel ik
dit misbaksel weer vergeten zal zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 3 =