Ske :: Life, Death, Happiness & Stuff

Een paar keer per jaar kunnen we ons echt niet meer bedwingen en
dan surfen we naar de website van het IJslandse label Smekkleysa,
om een nieuwe vracht platenvoer uit het hoge noorden te importeren.
Meestal verlopen die transacties zonder enig probleem. Slechts één
keer is er iets misgelopen, toen we een cd van Slowblow wilden bestellen maar bij het
openen van het postpak een cd’tje van het ons onbekende Ske vonden.
Eén keer hebben we het toen gespeeld, maar aangezien we toen nog
vooral op zoek waren naar múm– en
Sigur Rós sound-a-likes, verdween het al snel weer in de
anonimiteit van onze platenkast. Een klein jaar geleden gaven we
‘Life, Death, Happiness & Stuff’ een tweede kans, en sindsdien
gaan er geen twee weken voorbij zonder dat we dat schijfje na een
dikke knuffel in de cd-speler schuiven. De plaat dateert van 2002,
verscheen in het najaar in het Verenigd Koninkrijk en nu mag ook de
Benelux kennismaken met de sublieme pop van het IJslandse
zevental.

In 1992 starten Eiríkur Thorleifsson (aka Eiki), Frank Thórir Hall
en Gudmundur Steingrímsson (Gummi voor de vrienden) met de groep
Skarren Ekkert. Gewapend met accordeon, akoestische gitaar en
double bass brengen ze muziek uit Fellini-films, en coveren ze werk
van Les Negresses Vertes, Tom
Waits
en The Pogues. Skarren Ekkert is vooral succesvol bij
mensen uit het kunst- en theatermilieu. Ze worden aangezocht om de
muziek te maken voor enkele theaterproducties tot de groep in 1999
wordt versterkt door Hrannar Ingimarsson, die het gebruik van
samples en computers introduceert. In 2001 wordt Skarren Ekkert
afgekort tot Ske, een woord dat in het IJslands ‘gebeurtenis’
betekent. (En ‘slet’ in het Japans, maar dit geheel terzijde.)
Aangezien de groep nog steeds veel gevraagd wordt om ten dans te
spelen op feestjes komt er genoeg geld in het laatje, zodat de
opnames van de eerste Ske-plaat in alle rust en zonder enige
tijdsdruk kunnen plaatsvinden. ‘Life, Death, Happiness & Stuff’
verschijnt in oktober 2002, ruimschoots op tijd om nog genomineerd
te worden voor ‘Beste Album van het Jaar’.

Energieke en pretentieloze popmuziek wordt soms wel eens
bubblegum genoemd, voor de muziek op Ske’s debuutplaat is de
term “toverballenpop” meer van toepassing. Elke song heeft een
ander kleurtje, en hoe vaker je de songs hoort, hoe mooier ze
worden en hoe meer de details komen bovendrijven. Op de plaat wordt
ook nog eens in drie talen gezongen, en valt haast elke track in
een ander genre te situeren. En toch is de groep erin geslaagd het
album te laten klinken als een geheel.

Uiterst charmant en touchant zijn ‘Julietta 1’ en ‘Julietta 2’,
twee songs met de schoonheid van een eerste, echte zonnige
lentedag. Speelse, zomerse pop, gemaakt om te beluisteren wanneer
je languit op je rug in het gras naar de wolkjes ligt te turen. Een
hoofdrol is weggelegd voor de Japanse zangeres Juri Hashimoto, die
beschikt over een stem die – meer nog dan die van Björk of Kristín
Valtsdòttir – intussen een meer dan serieuze bedreiging vormt voor
het IJslandse gletsjerbestand. (Het klinkt allemaal heel speels en
naïef, maar ze zingt in haar moedertaal. Voor hetzelfde geld slaat
ze dus gewoon twee keer de goorste praat uit haar botten.)
Ook heerlijk is ‘Stuff’, meer laidback en van een heel andere orde
dan de Julietta-zusjes. Het nummer dobbert voort op een ritme dat
het beeld oproept van Jón Oddur Gudmundsson (ofte Joddi), die zijn
zangpartij opneemt in een schommelstoel terwijl de wolkjes gitaar,
mandoline en synths hem om de oren vliegen. ‘Cowboy’ is dan een
tikkeltje ingetogener van aard. Als een poor lonesome cowboy
zwerft Joddi over de prairie, mijmerend over zijn eenzaamheid en
liefdeloos bestaan.
In ‘One Thing’, waarin Ske de psychedelica van de Beatles anno 1967
in een modern jasje steekt, tekent Daniel Ágúst Haraldsson (beter
bekend als ex-GusGus-zanger en momenteel soloartiest Daniel August)
voor de vocalen. Dat lukt hem gedeeltelijk: zijn bijdrage schippert
tussen het ijle geneuzel van John Lennon en het niet altijd
toonvaste, Engels-met-haar-op van Amon Düül II . Iemand die ze ook ziet
vliegen (de plukjes elektronica en de gitaarriedeltjes) is de
Française Julie Caodou, die achter de microfoon mag plaatsnemen in
‘Le Tram’. Wéér een beeld van een song, die uitnodigt tot het – in
slow motion weliswaar – draaien van pirouettes in een herfstbos, op
een tapijt van gevallen bladeren.
‘Strange & Deranged’ is een instrumental in de beste Air -traditie en had niet misstaan op
‘City Reading’, het project van de Parijzenaars met
spaghettiwesternauteur Alessandro Baricco. Veel rechtlijniger is
‘T-Rex’, een coole, glamrock light song, die het
“en-dat-we-toffe-jongens-zijn”-gehalte van de plaat een beetje moet
opkrikken. Leuk, maar niet veel meer dan dat.

Wanneer u op zoek gaat naar ‘Life, Death, Happiness & Stuff’,
dan hopen we dat het u lukt de hand te leggen op de originele,
integrale versie van het album. Anders dreigt u ‘Good News’ te
mislopen, een ideaal uitwuiflied met harmonica’s en mandolines. Ook
het duo ‘Leck Meinen Stiefel Ab’ / ‘Lola’ zult u dan moeten missen,
twee songs die dateren van 1999 en vooral interessant zijn omdat
het naar alle waarschijnlijk gaat om de eerste gelukte nummers met
Hrannar Ingimarsson.

P.S.: In oktober van vorig jaar verscheen in IJsland ‘Feelings Are
Great’, net als de (integrale) versie van de debuutplaat te
verkrijgen via de betere importzaak of via
http://www.smekkleysa.net. Niet twijfelen, doén, voor de zomer
voorbij is!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vier =