The Detroit Cobras :: Baby

Met The Detroit Cobras hebben we alweer — u had het al kunnen vermoeden — een band uit de motor city in huis. Geheel in de traditie van al hun stadsgenoten brengen The Cobras muziek op de old fashion-way. Geen elektronica dus, enkel ’echte’ instrumenten. Toch rockt Baby iets minder dan hun vorige platen. In dit geval is dat gelukkig geen slechte evolutie.

In onze top tien van irritante muziekfenomenen staan covergroepen met stip genoteerd. Doembeelden van geforceerde huwelijksfeesten waarop zatte nonkels hun imaginaire jeugd herbeleven. Would-be muzikanten die hele cd’s vullen met abominabel nagespeelde eightieshits. Een waar gruwelkabinet aan talentloze nitwits teert op de vondsten van genialere voorgangers. Neen, als het van ons afhing, mochten ze het hele boeltje ritueel slachten. We weigeren The Detroit Cobras dan ook als een covergroep te beschouwen. Zelfs al hebben ze met Baby opnieuw een plaat opgenomen vol nummers van anderen (op het uiterst geslaagde "Hot Dog (Watch Me Eat)" na).

Wat The Detroit Cobras doen is namelijk iets heel anders dan wat hun parasitaire collega’s presteren. Om te beginnen kiest Detroit’s fifth finest band niet zomaar nummers waarmee ze gemakkelijk kan scoren. "Baby Let Me Hold Your Hand", Bobby Womacks "Baby Help Me" en zelfs — het moet een grap van de goden zijn — de "Cha Cha Twist"; kortweg een hele verzameling rock’n roll-songs uit de fifties en sixties met hier en daar wat Motown erdoorheen. Het zijn niet meteen de meest hitgevoelige nummers, zou je denken. Niettemin werd The Cobras’ versie van de "Cha Cha Twist" een groot succes in de States na een opvallende verschijning in een spot voor diet coke.

Het bijzondere van The Detroit Cobras zit evenwel in hun bewerkingen van de songs. Niet omdat ze het origineel helemaal gaan omgooien, dat doen ze immers net niet. De link met het verleden weegt heel erg door op het geluid van de band. En toch is elk nummer onmiskenbaar door en door een Cobrassong. We zouden hun muziek gemakkelijkheidhalve als garage kunnen omschrijven, maar dan zouden we afbreuk doen aan alle invloeden die The Detroit Cobras zorgvuldig in hun nummers opnemen. The Cobras rocken inderdaad iets minder dan op hun vorige platen. De keerzijde daarvan is dat er meer ruimte gemaakt is voor snedige blues en R’n B. Niet de plasticvariant die de radiozenders overspoelt, maar echte old school rhythm and blues.

En dan is er nog het sterkste punt van The Detroit Cobras: zangeres Rachel Nagy. Een ex-stripper met een stem waarin meer dan een snuifje Chrissie Hynde doorklinkt. Overdonderend, met de kracht van een gemiddelde tsunami op "The Real Thing" en Spooner Oldhams "Slippin’ Around". Ingetogen en met beheerst sentiment op "It’s Raining" van Naomi Neville. Het moet gezegd, zonder Nagy kwamen The Detroit Cobras misschien al net iets meer in de buurt van een ordinaire covergroep. Mét Rachel Nagy is Baby echter een plaat die het komende jaar nog heel vaak in onze cd-speler zal opduiken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × een =