We hebben even moeten wachten op een nieuwe release van Motorpsycho. In de tussentijd hielden ze ons zoet met allerlei tussendoortjes. Ze kropen In The Fishtank met Jagga Jazzist, brachten hun soundtrack van The Tussler opnieuw uit, maar de nieuwe plaat liet op zich wachten. Wisten wij veel dat deze laatste heruitgave ons warm diende te krijgen voor een nieuwe The Tussler?
The International Tussler Society is de titel van de nieuwe plaat, maar het is tevens het alter ego van Motorpsycho dat tien jaar geleden voor het eerst opdook tijdens de opnames van The Tussler, dat als soundtrack van een Italiaanse Western werd opgenomen. Voor Motorpsycho was dit dé gelegenheid bij uitstek om eens met country, western en folk te gaan experimenteren. Ondertussen zijn we tien jaar verder en besloot de groep de ervaring nog maar eens opnieuw te beleven. De banjo’s, de contrabassen, de dubbele drums: alles werd vanonder het stof gehaald. Het resultaat is een andere, maar toch nog zeer herkenbare Motorpsycho.
Wie de moeite heeft gedaan om hun rijke carrière te volgen, weet dat er in de vele afwisseling toch nog vaste waarden zitten. Zo heeft er altijd een groot contrast bestaan tussen de rustige en de stevig rockende nummers van deze groep. Dat karaktertrekje heeft Motorpsycho ook op deze plaat bewaard.
Opener “Highway Zen” is zo’n typische on the road rocker van Motorpsycho. Het nummer klinkt net als de rest van het album héél erg naar southern rock, maar zou toch nog perfect naast een hoop ander werk van Motorpsycho kunnen staan — de songs van Barracuda bijvoorbeeld. “That Ol’ White Line” tapt al uit een heel ander vaatje en toont de compleet andere kant van de groep. Het zijn de country- en western-invloeden die de songs toch nog aan elkaar lijmen. De bijgevoegde DVD toont met een kleine documentaire de contrasterende locatie van de opnames: een ingesneeuwde studio in Noorwegen.
Op The International Tussler Society mogen de lyrics ook al eens letterlijk over het Westen gaan. Het onvermijdelijke gebeurt in “The West Ain’t What It Used To Be”, waarin Motorpsycho haar toch nog vrij gematigde kritiek spuit op het Westen. “The West ain’t what it used to be, the golden days are gone, but in places no-one looks, the soul still breathes and the spirit lingers on!”. “The West Ain’t What It Used To Be” is naast “Highway Zen” en “Satan’s Favourite Song” één van de steviger rockende nummers op dit album.
Uitzonderlijk mooi is ook “Morning Rain”, als dé uitzondering op de regel. Motorpsycho slaagt er met dit nummer in om –in alle rust– toch een zéér aanstekelijke song te brengen; iets wat ze nog niet vaak met hun rustige nummers hebben kunnen doen.
Maar goed: u wil natuurlijk weten of we tevreden zijn over The International Tussler Society. Deze plaat is al de zoveelste bocht in het uitzonderlijke, risicovolle parcours dat Motorpsycho heeft afgelegd. Met Phanerothyme en It’s A Love Cult werd het verdomd verleidelijk om verslaafd te geraken aan het geluid dat de groep op dat moment had, maar wie in die val trapt, komt vroeg of laat altijd bedrogen uit met Motorpsycho. Een eigen geluid is voor de groep immers altijd maar een tijdelijk gegeven. Net als je denkt dat je de groep nu wel kent, slaan ze resoluut het roer om.
In dit geval heeft Motorpsycho het verleden teruggebracht via een heruitgave van The Tussler om daaruit vervolgens het nieuwe The International Tussler Society te putten. En dat vinden wij ergens een teken van zwakte. Na A Love Cult hebben wij nog geen enkel volwaardig nieuw album van hen gezien, en dat terwijl de groep dat vroeger minstens één keer per jaar pleegde te doen. Noem ons verwende nesten, maar wij hadden écht wel meer verwacht dan deze veredelde vorm van recyclage. Het songmateriaal op The International Tussler Society mag dan nog altijd héél sterk zijn, toch zit de groep met dit album voorlopig op een dood spoor. Wordt ongetwijfeld vervolgd.



