In Memoriam Johnny Cash

12 september 2003 was een zwarte dag voor de muziek. Twee dagen na onze blijdschap voor de Pixies-reünie, hebben we eens stevig gevloekt omwille van het heengaan van Johnny Cash: soms verguisde countrylegende, maar vooral de mens die het waardig ouder worden binnen de muziek uitvond met zijn fantastische American Recordings-reeks.

Eerlijk gezegd is Johnny Cash voor ons lang de mens met de zware stem geweest die ’The Wanderer’, het laatste nummer op U2’s Zooropa zingt. Een zeer knap nummer, maar we hebben nooit echt de behoefte gevoeld ons in zijn countryverleden te verdiepen. Dat veranderde met de American Recordingsreeks en de prachtige best of-trilogie Love, God en Murder. We ontdekten dat country niet noodzakelijk fout hoeft te zijn, maar ook best grappig, ontroerend, meeslepend en gewoon goed kan klinken. Sommige Cashsongs zijn niet meer dan countrypulp. Het foutste dat Cash ooit gedaan heeft, moet het Highwaymen-project zijn: synthesizercountry samen met Willie Nelson en Kenny Rogers. Fout, maar eigenlijk ook wel heel leuk. Die vergeven we hem echter graag in het licht van wat hij de laatste jaren van zijn leven geproduceerd heeft.

Begin jaren negentig stelde Rick Rubin een in de vergetelheid rondhangende Cash voor om een nieuwe plaat op zijn label op te nemen met hem als producer. Dat werd American Recordings: de eerste telg in een reeks cd’s waarin verrassende covers met nieuwe songs werden afgewisseld. Opeens was Cash weer hip, ’dankzij’ Rick Rubin. Hoewel die laatste nauwelijks meer heeft gedaan dan the man in black alle mogelijkheden geven om zijn ding te doen. Er volgden dus nog drie albums, waarvan vooral de laatste twee (Solitary Man en When the Man Comes Around) onvergetelijk zijn en het grote verlies, dat Cash’ dood is, illustreren.

Over When the Man Comes Around schreven we nog niet zo lang geleden dat het wel eens zijn laatste kon zijn, maar ook op Solitary Man leek Cash al meer dan ooit bezig met het schrijven van zijn muzikale testament. Naast de nieuwe songs die zelfs naar Johnny Cash-normen buitenproportioneel veel over de dood gingen, lijken ook de covers griezelig accuraat gekozen en gezongen.

"Solitary Man" van Neil Diamond, "One" van U2, "We’ll Meet Again", van Vera Lynn, "I Won’t Back Down" van Tom Petty en "Hurt" van Nine Inch Nails: stuk voor stuk songs die een hele nieuwe betekenis kregen in handen van Cash en sinds zijn overlijden een nog sterkere weerklank blijken te hebben. Van "Hurt" is trouwens een prachtige videoclip gemaakt waarin beelden van de oude, zieke Cash worden afgewisseld met archiefbeelden. Het is een schitterend afscheid van een groot muzikant.

In de laatste maanden van zijn leven (na de dood van zijn vrouw) heeft Johnny Cash als een bezetene nieuwe nummers opgenomen en samen met Rick Rubin een monumentale box samengesteld met outtakes van de American Recordings-reeks. Er zou bovendien een duet opstaan met dat andere groot verlies voor de muziek uit 2003, Joe Strummer. Iets om naar uit te kijken dus, maar voorlopig blijven de laatste zinnen van When the Man Comes Around rondspoken: "We’ll meet again/ don’t know where/ don’t know when".

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 2 =