Nirgendwo in Africa



141 min. / D

Om de één of andere reden heeft men besloten om deze
Duitse film bij ons in de zalen te brengen onder z’n Engelse titel,
‘Nowhere In Africa’. Een poging om het allemaal wat commerciëler te
doen klinken, ongetwijfeld, maar aangezien we nog niet zo’n
ongelooflijke cultuurbarbaren zijn als u op het eerste zicht zou
denken, zullen we het voor de gelegenheid maar bij ‘Nirgendwo In
Afrika’ houden.

In 1938 emigreert de joodse familie Redlich naar Kenia om het
steeds feller wordende regime van de nazi’s te ontvluchten. Vader
Walter wordt de nieuwe bwana op de boerderij van een Britse
landeigenaar, zijn vrouw Jettel en dochtertje Regina laat hij
daarna overkomen. Tegen de tijd dat Jettel en Regina aankomen in
het huisje in the middle of nowhere waar ze de komende jaren zullen
doorbrengen, is Walter al gewend aan het leven in Afrika, heeft hij
de taal gedeeltelijk geleerd en is hij de cultuur gaan respecteren.
Voor Jettel ligt dat moeilijker – wanneer huiskok Owuor haar
uitlegt wat het woord “bord” betekent in zijn taal, reageert ze
kil: “Je zult maar Duits moeten leren”.
Langzaam maar zeker zien we hoe het gezin zich aanpast aan hun
nieuwe omstandigheden, waar moeder de vrouw net zo goed een
aardappelzak kan aantrekken als de prachtige avondjurk die ze heeft
meegenomen, waar droogte en hitte heersen, en de sprinkhanen je
hele oogst opvreten als je niet voorzichtig bent. Hun enige link
met de wereld waar ze vandaan komen, is een oude, krakende
radio.
Naarmate de tijd verstrijkt, groeit Regina op tot een jonge puber
die zich nauwelijks nog iets herinnert van Duitsland, en zien we
hoe de relatie tussen Walter en Jettel steeds meer onder druk komt
te staan.

Regisseuse Caroline Link heeft van ‘Nirgendwo In Afrika’ het soort
film gemaakt dat wel ontworpen lijkt om prijzen te winnen: het
duurt lang, het heeft veel onderliggende thema’s die er dik genoeg
bovenop liggen om zonder al te veel inspanning begrepen te worden,
het heeft een prachtige cinematografie én een scenario dat de
acteurs toestaat om elke vijf minuten los te barsten in een heftige
ruzie. Het is, om het kort te zeggen, een epische film. Aan u om te
beslissen of dat iets positiefs is.

Visueel weet Link in ieder geval een aantal mooie momenten uit te
lokken. Er loopt een motief door de hele film van grootschalige
kraan- en helikoptershots, waarin we de boerderij, nietig klein, in
dat enorme Afrikaanse landschap zien liggen. Niet alleen een knap
shot, maar ook één dat aantoont hoe weinig een mens wel betekent
tegenover die eeuwige pracht en praal, die al duizenden jaren
onveranderlijk is gebleven. Andere beelden zijn al even effectief,
zoals een slow-motion moment waarin we de gezinsleden een
schijnbaar verloren strijd tegen een sprinkhanenplaag zien leveren.
Of een tijdovergang, waarin Regina in de armen springt van Owuor,
ondertussen haar beste vriend, en tegen de tijd dat hij haar terug
neerzet, zij een vijftal jaar ouder is geworden. Dat soort van
momentjes tonen aan dat Link echt wel weet hoe ze een verhaal moet
vertellen op een visuele manier. Je zou alleen wel willen dat ze
dat tegen een iets hoger tempo deed.

Het verhaal is in essentie niets meer of minder dan een soap opera
tegen de altijd aantrekkelijke achtergrond van de onmetelijke
steppe, waar elke emotie tienmaal wordt uitvergroot door de
dramatiek van de omgeving, en waar elke lichaamsholte jeukt als de
neten omdat er zoveel zand inzit. Het is onmogelijk om geen
herinneringen te krijgen aan ‘Out Of Africa’ tegen de tijd dat het
eerste kampvuur wordt aangestoken – geen wonder dat de Amerikanen
hier zo gek op waren, dat ze hem de oscar voor beste buitenlandse
film gaven.

Een soap mét betekenislagen, uiteraard, wat had u dan gedacht? De
clash tussen twee totaal verschillende culturen is natuurlijk het
voornaamste thema. We zien Regina opgroeien als een kind dat meer
affiniteit voelt met de zwarte kinderen op de boerderij, dan met
haar blanke leeftijdsgenoten op de Britse school die ze bezoekt.
Daartegenover staan haar ouders, en vooral haar moeder, die al
verontwaardigd reageert wanneer ze zelf haar water moet
dragen.
Maar er is nog meer: we krijgen de dreigende desintegratie van een
huwelijk te zien, vragen over het belang van loyaliteit tegenover
je gezin en je thuisland, een coming of age van Regina, én
natuurlijk de motivatie achter de hele film: de holocaust. Af en
toe krijgen Walter en Jettel berichten van thuis, en het nieuws is
nooit goed. Naarmate de volle omvang van de ramp in Europa
duidelijk wordt; gaan ze zich schuldiger voelen tegenover de
familie die ze hebben achtergelaten. Het koppel bevindt zich nu
opeens in een situatie waarin hun hele sociale functie hen plots is
afgenomen: hij is geen advocaat meer, zij geen pronkvrouw meer. Het
enige dat ze nog overhebben, is elkaar, zoals ze écht zijn, en het
valt hen bijzonder moeilijk om daarmee te leven.

Die laatste plotlijn, die vage herinneringen oproept aan ‘The
Sheltering Sky’, maar (jammer genoeg) nooit zo broeierig wordt als
in die film, geeft aanleiding tot verschillende scènes waarin de
acteurs zich eens voluit kunnen laten gaan in het soort van
ruzie-scènes waar ze doorgaans in Amerikaanse films zo dol op zijn.
U kent dat wel: twee acteurs die het decor op en af benen, en
ondertussen luidkeels het soort van replieken spuien waar geen
enkel normaal mens in z’n woede ooit op zou kunnen komen.
Voorbeeld: “Ik heb die gazelle alleen maar geschoten zodat jij je
verdomde vlees zou kunnen eten!” Kijk, dàt is dus een discussiepunt
dat je in niet veel Duitse huishoudens zult aantreffen.

De acteurs spelen het in ieder geval goed, en schakelen zelfs
regelmatig over in een Swahili dat er behoorlijk vlot uitkomt.
Speciale vermelding voor de twee meisjes die Regina spelen, en
allebei een opvallende onbevangenheid naar hun rol brengen. Er is
helemaal niets ingestudeerd of berekend terug te vinden in hun
vertolking, en in een film die af en toe verdacht naar mottenballen
ruikt, is dat uiteraard zeer welkom.

Want laten we even eerlijk zijn: mooi camerawerk en een overvloed
aan thema’s waarmee de uitgeslapen cinefiel aan het puzzelen kan
slaan, maken nog niet automatisch een boeiende film. ‘Nirgendwo In
Afrika’ sléépt zich van de éne scène naar de andere, tot je het
gevoel krijgt dat je zelf negen jaar met deze mensen in Afrika hebt
doorgebracht. Had Link nu een half uur uit haar film geknipt (en
dat half uur kan ze rustig missen), dan was dit allicht heel wat
interessantere cinema geweest. Op twee of drie plaatsen in de film
krijgen we trouwens een soort van vals einde: de muziek zwelt aan,
en het verhaal is op een punt gekomen waarop je zou kunnen denken
dat het afgelopen is. Maar nee, we gaan rustig nog een tijdje door,
alle tijd, geen haast. En de plot, rijkelijk voorzien van symbolen
of niet, is simpelweg niet sterk genoeg om dat te
ondersteunen.

‘Nirgendwo In Afrika’ zal waarschijnlijk een publiek aanspreken van
al wie terugverlangt naar een oudere traditie van filmmakerij, óf
naar het kolonialisme, dat er verrassend goed vanaf komt in dit
verhaal. Alle anderen kunnen maar beter een overlevingspakket voor
te lange films meenemen: een paar broodjes met beleg naar keuze,
een thermos koffie, een goed boek en misschien als toemaatje nog
een portie knapperige sprinkhanen.

http://www.nowhereinafrica.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =