Funky Fresh Few :: Stealing

De laatste jaren spoelt er heel wat erg goede hiphop uit het UK aan op onze stranden, denk maar aan Roots Manuva en New Flesh. Anno 2003 is het weer raak met het debuut van de Funky Fresh Few uit Blackpool. Ze combineren hedendaagse grootstadbeats met lyrics van de oude leest, resultaat: knikkebollen voor connaisseurs en een openbaring voor hiphopanalfabeten.

De FFF componeert met fotografische precisie een beeld van nachtelijke urbanisatie na een fikse regenbui op het netvlies van je geestesoog. Veelkleurige neonlichten weerkaatsen op het glimmende wegdek, in de verte scharrelen klauwen over het naakte beton. "Rustig maar jongen!", horen we de kritische lezer wauwelen, maar sorry: we zijn weer verliefd, verliefd op hiphop.

Verwacht dus niet te veel clevere opmerkingen die beginnen met "Ja, maar…". De FFF laat op zijn eerste langspeler geen spaander heel van tegenargumenten. Deze plaat laat zich beschrijven als melancholische, donkere hiphop, die gedragen wordt door de muziek. De nummers hebben stuk voor stuk een zware ruggengraat waartussen geluidslaagjes fladderen als organisch weefsel. De crew zelf staat in voor de beats en een hele stoet Amerikaanse en Engelse mc’s lullen het plaatje compleet.

Deze schijf herbergt eigenlijk alleen maar goeie nummers, maar tussen al de pareltjes zitten een paar echte uppercuts. "You know who this is", "Never Simple", "However you want it", zijn stuk voor stuk opgebouwd uit opruiend vervormde strijkers, deviante harpen en drumloops opgesmukt met pauken: het hele klassieke instrumentarium passeert de revue. De variatie in spijs qua vocalisten doet eten.

Het eerste echte prijsbeest is "Live wire". Gedragen door Jurrasic 5-stijl lyrics en violen zoals de RZA van de Wu-Tang ze arrangeert, houdt het het midden tussen feestmuziek en melancholische introspectie. De strijkers lijken hun eigen weg te zoeken los van de onderliggende drumstructuur, ze bevreemden de luisteraar. FFF’s geloof in de old school hiphop wordt in accentvol Engels beleden in "24.7". Very Albion.

De grootste kraker is "Heavy hittin’": drie dames geselen de oren met snoeiharde straatpraat. De muzikale begeleiding waaiert uit over alle subgenres die hedendaagse hiphop verrijkt hebben sinds 1996. De track ontsnapt steeds weer aan wat de luisteraar denkt te zullen horen. De muziek schiet alle kanten op: Dj Shadow, Company Flow en New Flesh in &eacute&eacuten heerlijke Shepherds Pie.

Het talent van de band wordt verder geïllustreerd met een aantal sterke instrumentals. Zo is "Deadbeat" een erg synthetisch klinkend drumtrack die vergezeld wordt door stemmig grammofoongeruis, auditieve clair-obscur. "Stop the nonsense" is turntablism met meer samples in de koffer dan een vertegenwoordiger in gordijnstof.

Ook "Heavyweight" schreeuwt om extra aandacht. Macho-violen nemen erg viriel het voortouw, in de achtergrond rijdt een kleuter rond op zo’n fietsje waarvan de ketting eens dringend gesmeerd moet worden. Want dat is de grote constante doorheen deze plaat. De muziek klinkt nooit ééndimensionaal, de meerlagige structuur van de composities herbergt een schat aan sfeerscheppende schurende bliepjes, geruis en geluiden. Zoveel sfeer maakt dat the night time the right time is voor deze plaat.

Wat houdt de FFF dan tegen om een nieuwe muzikale wereldorde te stichten? Wel het is tot in zijn diepste vezels hiphop. We vrezen dat door de tekstuele eigenheid van de raps de leidende muzikale kastes afgeschrikt zullen worden. Maar ik doe een oproep: zet uw B-Boy-vrees opzij en ontdek het lekkers dat de FFF koel serveert. Gelieve te nuttigen met een draagbaar apparaat in de nachtelijke grootstad. Als het goed is zeggen we het ook, smakelijk!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 12 =