LynX anno 02 :: Folk ‘n Roll

"Vlaanderen boven" was het devies van de organisatoren bij het samenstellen van de tweede editie van het LynX-fusionfestival. Verschillende optredens bewezen hun gelijk. Een magere publieksopkomst zorgt echter voor weinig hoop op een volgende uitgave.

Op poten gezet door het folkfestival Dranouter en gesteund door de culturele centra van Leuven en Roeselare wil LynX meer zijn dan zomaar een receptief festival. Het concept stond er ook dit jaar nog steeds: stel verschillende artiesten aan elkaar voor, sluit ze op in het repetitiehok en geniet vervolgens van de kruisbestuiving die het resultaat is. Het is een gewaagde gok, zoals de publieksopkomst bewees, maar — het cliché blijkt eens te meer maar al te waar — de afwezigen hadden ongelijk.

Net als vorig jaar werd de aftrap gegeven door een groep die niet meer dan een smaakmaker was. De soms naar Afro Celt Soundsystem zwemende muziek van het Britse Horse lokte maar lauwe reacties uit en dat was niet meer dan terecht. Hoe ze op het festival terechtkwamen? Tussen het verkopen van enkele cd’s in ("Euh, hoeveel kost een cd hier in België?") vertelt frontman en doedelzakspeler Paul James ons het verhaal.

"Ik zond een cd naar Geert van het folkfestival in Dranouter. Het festival is vrij bekend in Engeland en zo kwam het idee in mij op. Blijkbaar hielden ze van de cd want ze nodigden ons uit om hier te komen spelen. And so we did. Hoe groot de folkscene nog is in Engeland? Dat weet ik eigenlijk niet. Ik ben ooit wel folkmuziek beginnen spelen, maar heb nooit echt in dat milieu opgetreden. Er is wel iets gaande: vijf à tien jaar geleden was het een beetje zielig, nu komt er gelukkig nieuw bloed aan de oppervlakte."

Een boeiender optreden die eerste dag was dat van Pieter-Jan De Smet met Djamel. Gezeten in een knusse halve cirkel aan de rand van het podium werden zij bijgestaan door een percussioniste en mondharmonicaspeler Steven Debruyne (ex-El Fish). Hoewel er in het optreden bij momenten weinig samenwerking te bespeuren was — beide heren begeleiden elkaar op eigen nummers — troffen enkele nummers wel raak. De van Walter De Buck geleende opener "Ik zou zo gère willen leven" was een krachtige beginselverklaring en ook bij "My Block", van De Smets nieuwste worp Light Sleeper, zorgde de samenwerking voor wonderen.

"Op twee repetities kun je natuurlijk geen wonderen verrichten", geeft De Smet toe, "maar de set zat toch vrij goed in elkaar: aangezien we beiden Gentenaren zijn, begonnen we met dat liedje van Walter Debuck als statement. Djamel heeft dat gedeeltelijk in het Arabisch vertaald, waardoor je meteen die link krijgt op het moment dat hij het van mijn Gents overneemt. Vanuit dat idee is de rest van de samenwerking gegroeid dan."

Geruchten deden de ronde dat Debruyne nodig was geweest om de vonk tussen de Gentse raï-zanger en De Smet te doen overspringen. De Smet heeft dat ook gelezen, maar weet absoluut niet waar die geruchten op gebaseerd zijn. "Ik zie niet in waar dat vandaan komt. De organisatoren hadden mij al in september gecontacteerd. Ze vroegen mij of ik een idee had om met iemand samen te werken, maar omdat ik het ondertussen razend druk had met mijn nieuwe plaat verloor ik het idee wat uit het oog. Eind januari belden ze mij terug met de vraag hoe het vlotte. Ik was dat natuurlijk rats vergeten en toen stelden ze Djamel voor. Laat ons maar proberen, dacht ik. Liever in ’t diepe springen en zwemmen dan thuis te verdrogen."

"Het oorspronkelijke idee was om er ook een percussionist bij te halen. Djamel heeft een erg goede percussionist en die zou als een soort link werken door zowel op de nummers van Djamel als op die van mij te spelen. ‘We zullen dan wel zien,’ dachten we en toen kwam het gesprek op Steven. Dat was natuurlijk een goed idee, want Steven is iemand die open staat voor avontuur. Een telefoontje was rap gebeurd " aangezien ik hem goed ken " en vier dagen later zaten we in het repetiehok."

Top of the bill was het folkorkest Olla Vogala, dat voor de gelegenheid enkele gasten had meegebracht. Blikvanger daarbij was natuurlijk Flip Kowlier die het podium opstapte met een lakoniek "folk ’n roll!". Samen met de muzikanten en zijn toetsenist Peter Lessage bracht hij enkele nummers van Ocharme ik. Leuk, maar weinig vernieuwend. Dan waren de gastoptredens van Gabriel Jacob en Djamel interessanter. Als zij meezongen ontstond er wel een gevoel van wederkerigheid dat bij Kowlier ontbrak. Het was niet Olla Vogala die Jacob of Djamel begeleidde, er werd samen iets gecreëerd.

Kowlier geeft toe dat hij een aanvankelijk scepticisme moest overwinnen: "Ik ben niet zo’n voorstander van crossovers. Ooit speelde ik wel in een crossovergroep, maar toch: ik heb het daar wel mee gehad. Maar waarom niet eigenlijk, voor LynX? Omdat ik wist dat het met Olla Vogala geen voor de hand liggende vermenging zou zijn wilde ik wel. Het mocht vooral niet te evident zijn."

Ook dag twee kreeg zijn opwarmer. Hoewel de countryliedjes van Chitlin’ Fooks best wel aardig overkwamen, bleef de aangekondigde samenwerking met Mauro toch wel erg ondermaats. Pawlowski wandelde weliswaar op de minst pretentieuze wijze het podium op, zijn bijdragen waren even low profile. Een speciaal op bestelling geschreven nummer, een Dylan Cover en verder wat kleurloze begeleiding van de groep: hoe kwam de organisatie er trouwens op om Chitlin’ Fooks aan de Limburger te koppelen?

Pascal Deweze: "Carol (van Dijck, vroegere zangeres van Betty Serveert, mvs) en ik komen uit onze harde gitaren-periode en ook Mauro is met zijn soloplaat iets meer rootsy geworden. Misschien dat de organisatoren daarom dachten ons eens te laten samenwerken? We zitten nog altijd in onze gitaarperiode, alleen staan de distortionpedalen nu af. Omdat je je dan minder kunt verbergen. Zo speelden we vaak voor elkaar in onze woonkamer. Waarom we country zijn gaan maken? Omdat we die muziek graag horen. Het zijn gewoon liedjes, om het maar met een stom woord te zeggen."

Mauro vindt LynX in elk geval een interessant idee: "Iemand moet een samenwerking forceren. Waarom niet? Het ergste wat je kan gebeuren is dat het publiek je uitjouwt. Een mens moet op zijn bek durven gaan." Wat hij ervan vindt om in een snoepdoos als de Leuvense stadsschouwburg op te treden? "Als ik kan kiezen, verkies ik toch een tent in Wallonië. Waarom? Omdat daar iets inspirerends in de lucht hangt. Dat het publiek stilzit, vind ik niet erg, maar ik vind het wat ongepast voor rock."

Hét optreden van de tweedaagse kwam van Sandy Dillon en Troissoeur. Het Vlaamse viertal begeleidde de Amerikaanse bij haar naar excorisme neigende set. Als een voodoo-hogepriesteres speelde ze met de drie poppen die ze meebracht. Het was de enige keer dat het concept volledig in elkaar klikte. Al te vaak hoorde je tijdens het weekend immers dat de gasten niet meer dan tweemaal samen hadden gerepeteerd. Dat is het euvel aan LynX: het is een schitterend concept, maar het mag nog puurder, nog exclusiever. Nu levert LynX gewoon een uitstekend concert van een aardige groep, waar een bekende gast even een extra touch komt leveren. Dat kan beter, zoals het concert van Dillon en Troissoer bewees.

Ook DAAU was in het zelfde bedje ziek. Vooraf hoorden wij dat zij een volledige compositie hadden gemaakt voor het gerenommeerde harmonie-orkest Ypriana uit Zillebeke. De werkelijkheid bleek meer bij de trend van het weekend aan te sluiten. Naar het einde van een, weliswaar boeiend, concert van de voormalige anarchisten — waarbij onder andere enkele drieslagstelsels uit hun eerste cd werden opgevist — raakte het podium bevolkt met de vijfenvijftig muzikanten van de harmonie. Samen voerden ze enkele versies uit van DAAU-composities. Interessant, maar niet bijster beklijvend. Tja, we zijn nooit erg into koperblazers geweest.

Ook deze samenwerking kwam er op voorstel van de organisatie vertelt Buni: "Met Adriaan (Lenski, pianist, mvs) hadden we er de juiste man voor in ons midden. Wij zouden dat niet kunnen, wij maken onze nummers door improvisatie, maar het is vrij onmogelijk dat met vijftig man te doen. Adriaan heeft echter compositie gestudeerd dus die kon dat thuis aan zijn bureau achter de computer doen. Het resultaat is overweldigend: in het begin was de harmonie nog wat terughouden, maar op het einde vlogen ze er in en dat was een zalig gevoel. Als vijftig blazers rond je er eens goed tegen aan gaan, dan is dat een storm die rond je de oren raast. Fysiek gezien een heel interessante ervaring."

LynX blijft een geweldig en vooral onvoorspelbaar festival. Het is telkens een beetje bang afwachten of een samenwerking slaagt of jammerlijk de mist in gaat, maar het is in elk geval een verrijking voor het soms o zo voorspelbare festivallandschap in Vlaanderen. Dat de toekomst er voor het dubbelfestival weinig rooskleurig uitziet nu subsidies niet in het verschiet liggen, is dan ook een regelrechte schande. "Lynx gaat een schitterende toekomst tegemoet," schreven we na de eerste editie. We blijven hopen, tegen beter weten in.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 2 =