Sjock Festival

14 juli 2019 Sjock, Gierle

Sjock Festival is even oud als Rock Werchter (de vierenveertigste editie, mensen!), even midden juli als Dour, maar eigenzinniger in zijn nicheprogrammatie dan beide grote broertjes samen. Met headliners dit weekend als Flogging Molly, the Hellacopters, en the Hives trekt Sjock resoluut de kaart van de onvervalste rock-‘n’-roll, al dan niet gedrenkt in een marinade die de magen van de fijngevoeligsten onder ons doet keren. Ja, blijf dan toch braafjes bij Dour! Gelukkig is enola net als god zo mogelijk overal, en ook net als god zag enola dat het goed was op zaterdag. Er is een tent die de Titty Twister Stage heet – kan niet missen!

In die Titty Twister-tent laten we ons een eerste keer verrassen door the Goddamn Gallows. Mandoline! Washboard! Banjo! Contrabas! Punk? Hobocore, zegt de band zelf. Bluegrass op speed, denken wij. Gelukkig is het echt wel meer dan zomaar een gimmick: het is nog vrij vroeg in de namiddag en het publiek weet er zijn ding wel mee. Tijdens de onversneden punkrockuitbarstingen zien we dit nog brokken maken op iets als Groezrock, hoewel de puristen het daar misschien maar scheef zouden bekijken. Zo snappen we onmiddellijk waarom dit soort bands zich zo snel thuis voelt op Sjock: Sjock velt niet snel een oordeel, en we go with the flow.

Iets later staat er beduidend minder volk in de Titty Twister voor Cousin Harley. De Canadezen spelen muziek uit het tijdperk dat Elvis nog abominabel acteerde, en als ie nog bij leven zou zijn, zou de king zo nu en dan overwegen om gerechtelijke stappen de ondernemen wegens plagiaat (“20 Flight Rock”). Als ie niet ongegeneerd zou staan swingen, natuurlijk, want qua nostalgische trip kan Cousin Harley scoren. We voelen nu al nattigheid: dat nostalgische zal nog terugkomen, al was het maar omdat er alweer een contrabas de show steelt.

Even een zijsprong voorbij de Main Stage naar de Bang Bang Stage, waar lokale helden in een verloren uithoek van het terrein het voor het zeggen krijgen. Daar treffen we Bloodstrings aan, dat als een statischere versie van the Distillers helaas niet echt slaagt in zijn opzet. Werk aan de female-fronted punkrockabilly-winkel, dus. Nee, geef ons dan maar Booze & Glory op de Main! De Britse grofkorrelige dronkemanspunk trakteert de wei op een sound als een cafégevecht na een omgestoten pint: er vliegen barkrukken in het rond, maar op ’t einde is er genoeg plezier gemaakt om vriendschappelijk het glas te heffen. De mannen bedanken the Agitators en Funeral Dress voor hun bestaan. Ze kennen dus hun pappenheimers. We mogen die gozers van Booze & Glory wel.

Terug naar de Bang Bang voor Lone Wolf. De Rotterdamse punkrockers hebben een frontvrouw die luistert naar de naam Merel Schaap, maar da’s meteen het enige brave aan haar. Hoewel de band in se nog maar een paar jaar actief is, kunnen de Nederlanders wel boeien. Het moet de ervaring van de leden in eerdere bands zijn die hier loont: we merken nu dat het geluid op de Bang Bang best erbarmelijk is, maar in tegenstelling tot genreverwanten Bloodstrings valt de set van Lone Wolf niet plat op de buik. Benieuwd waar dat heen gaat!

In de Titty Twister treffen we rootsoudgediende en ex-Seatsniffer Walter Broes, die het dezer dagen met de jonge(re) honden van the Mercenaries doet. Broes en co zetten een energieke barbluessete neer, die de nodige rockbravoure niet schuwt. Een beetje Broes moet je wat dat betreft natuurlijk niets meer leren. Puike begeleidingsband trouwens, die Mercenaries. Wat de contrabassist doet met zijn instrument, is wel straf: geef ‘m er twee en hij zou er zowaar mee jongleren. Electric Frankenstein doet ons dan weer weinig wegens veel pose zonder inhoud. De melodische punkrock-‘n’-roll-pletwals had op papier een betere show, hier en nu zijn wellicht alleen de die-hard fans overtuigd. Gelukkig voor de band zijn die talrijk aanwezig.

Nee, geef ons dan maar the All Star Wedding Band. Deze locals noemen zichzelf “de Me First & the Gimme Gimmes van de Aldi”, en stampen dus andermans meezingers vakkunding in elkaar for funpunk’s sake. De zanger kan nu eens nergens toonvast zingen, maar wat zou dat deren. Strandballen! Confetti! Crowdsurfpogingen die mislukken! Ja, de keuze van de covers schommelt veelal van voorspelbaar (“Boys Of Summer”) tot belegen (Brown-Eyed Girl), maar toch: topentertainment.

In de Titty Twister-tent is ondertussen de eerste band van een trio Zweedse acts van leer getrokken. The Hi-Winders klinken als the Hives, die andere Zweden die hier het festival afsluiten op zondag, maar dan zonder de egotripperij die Howlin’ Pelle Almqvist en de zijnen als obligaat lijken te beschouwen. Nu goed, de zanger heeft ook een larger-than-life-identiteit in de vorm van Wildfire Willie, maar bij de Hi-Winders blijft alles bij een vette knipoog. De band duikt al verdacht vroeg de coulissen in, en het publiek moet tot twee keer toe smeken om terug te komen na twee korte verpozingen. Dat is toch op ’t randje.

Glueficer aanschouwt op de Main wat het “the perfect night for rock ‘n’ roll” noemt, en geeft een set die inderdaad dicht bij de perfecte rock-‘n’-roll komt. Veel meer dan een handvol tijdloze hits heeft de goed geoliede Noorse machine niet nodig om de wei bij valavond in te pakken. Zatlappen in volgepatchte jeansjassen die we een uur terug hadden afgeschreven, staan hier nu wonderwel rechtop. Ook een verdienste, dankzij een set die verder geen compromissen sluit.

Dan is het in de Titty Twister tijd voor de tweede Zweedse act van de avond, die voor een leek misschien de vreemde eend in de bijt is: The Country Side Of Harmonica Sam. Jawel, dit is country, pure, klassieke, Amerikaans-als-apple-pie country, tot de kostuums en gedragingen van de band toe. En. Dat. Werkt. De tent is de verbijsterend ideale plek om op dit moment in een festivaldag vol gitaargeweld de oer-Amerikaanse versie van onze smartlappen te spelen. We wanen ons even in Texas, terwijl Harmonica Sam steken als “Cry me a river and I might sail back to you” uitdeelt alsof ie nooit in Zweden geboren is. Ondertussen kruist zijn band professioneel alle vakjes aan van wat we verwachten bij een country-act. Wondermooie pedal-steelgitaar ook! Afgaande op het publiek dat zich na het optreden stort op de merch van de band, kunnen we met een gerust hart stellen dat country het nieuwe hippe genre wordt. Onthou goed waar je het voor ’t eerst las!

Met dat onverwachte hoogtepunt achter de rug is het optreden van the Hellacopters – de derde Zweedse band van de avond – eigenlijk gewoon een maat voor niets. Ja, opnieuw zit de afgemeten rock-‘n’-rollsound helemaal op zijn plaats in de ruimere setting van het festival, maar na de honing die Harmonica Sam in onze oren lepelde voelt het jammer genoeg als overbodig. Maar zo is Sjock vlotjes geslaagd in zijn opzet: uit een niche toch een gevarieerde festivaldag puren. Editie 45, effectief binnen twaalf maanden, kan inmiddels al uitpakken met Social Distortion. Dat begint al goed. Tot volgend jaar, Sjock!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in