The Rascals + Something Sally



Trix, Antwerpen, 2 december 2008

De duisternis trekt al vroeg haar laken over het land in deze tijd
van het jaar en vormt zo het ideale decor voor een concert van The
Rascals. Zij maakten dit jaar met hun debuut ‘Rascalize’ een
soundtrack voor de nacht, een nacht waarin je door de straten
struint, op je hoede als een jagende kat, beducht voor een snedige
riff die achter elke hoek kan loeren, maar af en toe je tevreden
spinnend aanschurkend tegen een bekende sound.

The Rascals is een trio met als spilfiguur Miles Kane, u weet wel,
die ene helft van het schandalig getalenteerde duo The Last Shadow
Puppets. Met zijn briljante muziekwederhelft en even jonge hond
Alex Turner (Artic Monkeys) verkocht hij eerder dit jaar
nog het Koninklijk Circus uit, dus het moet een ietwat vreemde
gewaarwording zijn geweest om nu in de modeste zaal van Trix te
spelen. Maar met The Rascals moet hij zijn strepen nog verdienen
terwijl hij met The Last Shadow Puppets dan weer een Artic
Monkeys-streepje voor had.

Ondanks de niet altijd even lovende kritieken op dit debuutalbum
waren er toch genoeg gegadigden om dit te komen zien. Wie gelooft
er nu de kritieken als men het eerst niet zelf heeft gezien?

Alvorens The Rascals mochten aantreden, werd er nog van het publiek
verwacht dat ze naar het meest fout gekozen opwarmertje ooit zouden
kijken: Something Sally. Met zo’n bandnaam kan het
eigenlijk al niet meer goed komen en dat deed het ook niet.
Something Sally, dinges, ja, dinges, die ene band uit Oslo die
klinken alsof ze net een cursus ‘eurosongfestival voor beginners’
hebben ingeslikt. Muziek, neen, arrangementen die geschreven zijn
om de hoogtepunten in een Disney-film nog eens extra in de melige
verf te zetten. Een doorsnee zangeres die het moet stellen met een
paar goede sessiemuzikanten. Er was geen- excusez le mot – hol aan
en toch kregen ze hier en daar gejoel en geklap uit de zaal. Ook
liefhebbers van het genre indie/rock hebben een donkere
eurosong/pop kant. Dat mag. Dat kan. Maar liefst niet te
veel.

Gelukkig werd iedereen snel uit z’n vlaag van verstandverbijstering
gehaald door de western intro die langzaam overvloeide in een
vervaarlijk thrillerig klinkend kerkorgelspel en uiteindelijk toch
weer besloot om het in het westerngenre te houden. Het blijft een
vreemde gewaarwording een band die zich laat aankondigen door een
intronummer alsof ze de hoofdact op het plaatselijke schoolfeest
mogen zijn. Maar het kon geen mens deren en de opener zorgde niet
alleen voor elektriciteit in de lucht, maar ook in de microfoon van
Kane die half dramatisch, half lachend zijn geluidstechnicus
probeerde duidelijk te maken dat het niet om een flauw grap ging
van zijnentwege. Het euvel werd verholpen met een kleine veeg van
de mouw en ‘Bond Girl’ kon ingezet worden. Waar op plaat de stem
van Kane vervaarlijk hard op de voorgrond treedt en de instrumenten
haast reduceert tot onbeduidende items, daar klinkt het op het
podium allemaal wat vettiger, rauwer, drammeriger, hoewel de wind
van de woestijn nog steeds waait en de saloondeurtjes nog steeds
filmisch klapperen door de muziek. Een zwaar afgestelde bas, een
hard doorklinkende drums zonder afbreuk te doen aan de
gitaarriffs.

‘Freakbeat Phantom’, een waarlijk magistrale versie van ‘Does Your
Husband Know You’re on the Run?’ en ‘How Does This End’ volgden in
een sneltempo. Het minste wat er over deze set gezegd kan worden,
is dat er een enorme vaart achter zat; een haast professioneel
afgemeten vaart die gestuurd wordt door kapitein Kane. Hij heeft
twee rasmuzikanten uit de muziekpoel weten te vissen die eigenlijk
maar als radar en decorstuk dienen om zijn ideeën werkelijkheid te
laten worden. Maar de rol van frontman is hem op het lijf
geschreven, hij heeft – als 22-jarige snotneus – absoluut geen
probleem met het entertainen van zijn publiek (dat verbazend genoeg
niet alleen uit 15-jarige bakvissen bestond).

Naast ‘Rascalize’ zowat volledig te hebben doorgenomen, met verdere
hoogtepunten ‘I’ll Give You Sympathy’, ‘I’d Be Lying to You’ &
‘Stockings to Suit’, brachten ze ook nog twee nieuwe nummers
waaronder een zeer gesmaakt ‘Chills & Fever’. De set vond zijn
einde met ‘It is too Late’. “Many sleepless nights, many
sleepless nights
” baande zich een weg door de Antwerpse nacht
en de hoofden van de aanwezigen.

Even leek het of ze het erbij zouden laten, dat de harten zich
tevreden moesten stellen met een nagenoeg perfect afgewerkte set,
maar uiteindelijk zetten Kane en de zijnen dan toch ‘Instant Karma’
van Lennon in, waarbij een “praise John Lennon” niet
onderdrukt kon worden. Het is altijd gewaagd om je iets van Lennon
te coveren, maar de versie van The Rascals bleef verbazend goed
overeind, het maakte hen zelfs lichtvoetig in het
rocker-zijn.
And we all shine on. The Rascals will shine on.

(Meer Afbeeldingen: The RascalsSomething Sally)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in