Robyn :: “Voor een jonge vrouw die popmuziek maakt liggen de zaken heel anders in de platenindustrie”

robyn1.jpg

Voor wie enola nog steeds wil verslijten voor een bende nerds
die tegen beter in tegen de woeste baren van de commercie inroeien:
als het commercieel, poppy én goed is, dan zeggen we het ook. Nadat
collega Tom in de review van Robyn al de
loftrompet blies voor de Zweedse zangeres, zonden we onze extreem
begaafde Laura richting Brussel voor haar eerste interview. Ze vond
in Robyn een uiterst praatgraag slachtoffer.

We ontmoetten Robyn de dag na haar optreden op Humo’s Pop Poll.
De Zweedse zangeres, bekend van onder meer ‘With Every Heartbeat’,
was niet bijzonder enthousiast over de show van de voorbije avond,
maar stond ons desalniettemin vriendelijk te woord.

enola: Welkom in België. Heb je het een beetje naar je zin in
ons land?

Dank je. Ja, het is beslist een land waar ik graag meer over zou
willen leren. Jullie hebben zoveel talen en culturen, maar ik heb
niet het gevoel dat ik er veel over weet. Bovendien hebben jullie
ook een sterke moderne dansscène, iets wat me heel erg
boeit.

enola: Gisteren heb je opgetreden op Humo’s Pop Poll. Hoe is
dat gegaan?

Het was vrij saai. Niemand kent me hier al, waardoor er 6000 man
door mijn nummers heen zat te praten. Dus het was nogal vreselijk.
(lacht) Ach, het is niet zo erg. Op een awarduitreiking
loopt het vol met mensen uit de muziekindustrie, en dat is nu
eenmaal niet het beste publiek.

enola: Het verbaast me nochtans dat het publiek jou niet
schijnt te kennen. ‘With Every Heartbeat’ was erg
succesvol.

Dat nummer heb ik als laatste gespeeld, en ik geloof dat ze dan pas
doorhadden wie ik eigenlijk was. (lacht)

enola: Had je verwacht dat dat nummer zo’n succes zou
worden?

Toen Kleerup – de producer – en ik aan de song werkten, waren we er
beiden bijzonder opgewonden over. We voelden min of meer dat we
iets speciaals aan het doen waren. Maar als je me vraagt om mijn
professionele mening zou ik het zeker geen typische nummer één
single noemen. Het heeft geen refrein, en dan is er nog dat vreemd
strijkergedeelte in het midden. Dus nee, het was zeker geen
verwacht succes.

enola: Vind je het leuk om te toeren of verkies je het
schrijven en opnemen van nieuwe songs?

Ik hou van toeren! Ik ben ermee opgegroeid. Mijn ouders hadden een
theatergezelschap toen ik een kind was en we reisden vaak
maandenlang rond. Toeren is dan ook wat ik echt graag doe. Ik vind
het fijn om op een podium te staan en samen met mijn band te
spelen. Maar het is nu eenmaal iets dat je niet de hele tijd kan
doen, het put je echt uit. Het laatste album (‘Robyn’) is
uitgekomen in 2005, dus in feite ben ik klaar om opnieuw de studio
in te trekken. Maar ondertussen zijn mensen in andere landen net
kennis aan het maken met mijn muziek, waardoor ik on the road moet
blijven. Maar dat is niets waar ik over zou moeten klagen,
toch?

enola: Je had het over je ouders en hun werkzaamheden in de
theaterwereld. Was je vroeger zelf een actrice?

Nee, ik ben nooit actrice geweest. Ik heb wel enkele rollen
gespeeld toen ik nog een kind was en heb nog Zweedse cartoons
gedubd. Acteren is altijd een deel van leven geweest, omwille van
het beroep van mijn ouders, maar ik heb zelf nooit de ambitie gehad
om actrice te worden. Ik vond mijn ouders altijd pretentieuze
theatermensen. (lacht)
Ik heb dus niet meteen plannen in die richting, al weet je zoiets
nooit met zekerheid.

enola: Je laatste album ‘Robyn’ was aanvankelijk enkel een UK
release, maar ondertussen is hij ook elders verkrijgbaar. Op welk
nummer van die cd ben je zelf het meest trots?

‘Be Mine’. Ik denk dat het een nummer is dat de tand des tijds zal
doorstaan.

Het positieve van commerciële muziek

enola: Hoe zou je je muziek omschrijven naar mensen toe die er
nog niet vertrouwd mee zijn?

Ik zou zeggen dat het popmuziek is, al zullen ze waarschijnlijk
verkeerd begrijpen wat ik bedoel met popmuziek. Ik weiger echter om
mijn muziek op eender welke andere manier te omschrijven. Het is
belachelijk om dingen te beginnen labelen die duidelijk bestemd
zijn voor een groot publiek. Commerciële muziek is iets positiefs
voor mij, het is iets waar ik mee opgegroeid ben. Of het nu om
Neneh Cherry gaat, of TLC, het zijn allemaal commerciële artiesten.
Dat zie ik niet als iets slecht, popmuziek is geen vies woord voor
mij. Mijn muziek heeft – of dat probeer ik tenminste er in te
leggen – een eigen stijl en persoonlijkheid, en misschien is dat
iets wat mensen vandaag niet meteen met popmuziek associëren. Maar
wanneer ik opgroeide was dat wél wat pop was. Het kon eender wat
zijn: The Police, Talking Heads, Bob Marley, Madonna of Prince. Dat
vind ik een inspirerende kijk op de zaken. (lacht)

enola: Ik ga ermee akkoord dat je muziek nog steeds pop is,
maar er is overduidelijk veel meer electro aanwezig op je laatste
cd. Is dat een keuze die je bewust gemaakt hebt?

Nee. Ik mag dan wel van heel wat elektronische muziek houden, ik
hou helemaal niet van het woord ‘electro’. Voor mij staat die term
voor muziek die niet goed genoeg is. (lacht) Peaches
beschouw ik als popmuziek, niet als electro.

enola: Je wil de elektronische sound meer toegankelijk
maken?

Ja. Ik denk niet dat het nodig is om je zodanig te labelen.
Natuurlijk ben ik geïnspireerd door elektronische muziek, maar dat
kan voor mij van alles zijn, gaande van hiphop tot
techno.

enola: Wie zou je je grootste muzikale invloeden
noemen?

Ik hou van Prince. Het is een cliché, maar ik vind hem de grootste
popartiest ooit. Hij is beslist een grote invloed op me geweest.
Verder ook heel wat Europese artiesten zoals Technotronic, Snap en
Dr.Alban. Dat is de muziek waarmee ik opgegroeid ben en die sound
zal altijd vastgeroest blijven in mijn systeem, zelfs moest ik dat
niet eens willen. Misschien niet specifiek de artiesten uit die
periode, maar vooral die hele vibe die er toen heerste. Het was
zo’n rare tijd waarin kleine Europese dansacts hun weg vonden naar
de grote hitparades. Je kreeg dus een vreemde mix tussen popmuziek
en underground, zonder een echte scheiding tussen de twee. Dat vond
ik echt geweldig. Ik vind het leuk wanneer muziek niet
overgeproduceerd is en nog steeds aantrekkelijk blijft voor
kinderen. Het is immers voor hen gemaakt, het hoeft niet zo zwaar
doordacht te zijn. Als ik nu terugkijk op de muziek waar ik
destijds naar luisterde en Neneh Cherry opzoek op YouTube, begrijp
ik veel dingen over haar die ik nog niet vatte toen ik twaalf jaar
oud was. En toch maakte die muziek ook toen zo’n indruk op
mij.

enola: Het is muziek met meerdere lagen.
Exact, en dat is cool.

enola: Denk je dat zulke muziek er vandaag niet meer
is?

Ik denk van wel, alleen dat… Ik denk dat het vandaag
gemakkelijker is om te beginnen labelen en geïnteresseerd te zijn
in bepaalde scènes dan in muziek in het algemeen. Maar dat kan ook
goed zijn, hoor. Misschien is het omdat ik ouder ben en meer weet
over hoe de industrie in elkaar steekt.

robyn2.jpgZweden

enola: Is het daarom dat je je eigen label (Konichiwa
Records)
hebt opgestart?

Ja, ik denk het. Het is een beetje alsof je je maagdelijkheid
verliest. (lacht) Je verliest je fantasie over hoe de industrie
eruit zou moeten zien. Plotseling voelde het gewoon aan als een
zeer onveilige plaats. Alsof ik in de verkeerde business zat en
daar dringend wat aan moest doen.

enola: Zie je jezelf als een inspirerend voorbeeld naar andere
bands toe? Wanneer je met je eigen label gestart bent, wou je dan
ook dat andere mensen hun eigen visie zouden doorduwen,
bijvoorbeeld door een eigen label of artiestencollectief te
beginnen?

Tja, wanneer je iets doet dat goed voor je is, zie je er vooral de
goede kanten van in. Ik begon mijn label niet met het idee een
inspiratiebron te zijn. (lacht) Ik begon ermee omdat ik die
verandering moest maken voor mezelf, en dàt is wat alle mensen
zouden moeten doen: doen wat goed voor hén is. Soms betekent dat
het opstarten van een eigen label, soms ook niet. Ik ken artiesten
die zeer tevreden zijn om te werken met een major. Dat zijn wel
vooral boybands of door mannen bezette gitaarbands. Zij worden niet
in vraag gesteld. Voor een jonge vrouw die popmuziek maakt liggen
de zaken heel anders in de platenindustrie.

enola: Je hebt samengewerkt met de Zweedse band Teddybears
(vroeger Teddybears STHLM). Hoe was dat?

Wel, Klas (Åhlund, gitarist van Teddybears) en ik hadden zowat
dezelfde vrienden en zijn zo met elkaar in contact gekomen. Weet
je, de Zweedse Stockholm scène is zo klein, iedereen kent elkaar
wel op de één of andere manier. Dus ik had de band al een aantal
keer ontmoet, en Klas bleek een slimme kerel die geliefd is bij
heel wat mensen. Maar meer wist ik ook niet over hem. Mensen
begonnen steeds meer te zeggen dat we eens zouden moeten
samenwerken, maar ik wist niet of hij wel zou kunnen doen wat ík
graag wou doen. Ik vind immers dat Teddybears geweldige muziek
maken, maar ik kon mezelf niet meteen in het plaatje passen, ik
wist niet of het muzikaal wel zou klikken. Maar toen we
uiteindelijk dan toch de handen in elkaar sloegen en begonnen te
schrijven, viel alles op zijn plaats. Het eerste wat we samen deden
was ‘Be Mine’. We vonden dezelfde dingen grappig, we hadden
dezelfde interesse in hiphop enzovoort. Plotsklaps scheen alles zin
te krijgen. Het zijn goede jongens, weet je.

enola: Is het niet alsof Zweden een soort van tweede revival
aan het meemaken is? Je had enkele jaren terug de explosie met
bands als The Hives. Is er nu een nieuwe golf aan het
opkomen?

Ja, ik denk van wel. Zweden hebben de dag van vandaag veel
zelfvertrouwen. Bands als Peter, Björn and John, The Hives of The
Sounds laten zien dat wat we doen goed is en dat er ook mensen
buiten Zweden zijn die er wat mee kunnen. We hoeven onszelf dus
niet te veranderen. Ik vind dat we altijd goed geweest zijn in het
schrijven van songs, maar we zijn vooral altijd goed geweest in het
imiteren van andere mensen en…

enola: Het perfectioneren van die stijlen?
Ja. Maar ik denk dat er momenteel in Zweden een klimaat heerst
waarin mensen voelen dat ze heel Zweeds mogen zijn. ABBA was
natuurlijk heel erg Zweeds, maar ik denk niet dat ze zichzelf als
dusdanig beschouwden. Maar nu heb je bands als The Knife, die heel
apart klinken.

enola: Denk je dat er zoiets bestaat als een typisch Zweeds
geluid?

Neen. Maar ik denk dat mensen meer openstaan om te ontdekken wat
zo’n geluid zou zijn.

Robyn en Britney

enola: Je hebt al met veel grote namen samengewerkt. Zijn er
nog artiesten met wie je in de toekomst heel graag zou willen
samenwerken?

Er zijn natuurlijk heel wat mensen naar wie ik opkijk, maar toch
antwoord ik altijd negatief op die vraag. Soms kruip je immers de
studio in met mensen die je wel leuk vind, maar met wie je echt
niet kan samenwerken. Mijn recentste album is grotendeels gebaseerd
op samenwerkingen, met Kleerup, Klas, The Knife… Al die
samenwerkingen kwamen heel natuurlijk tot stand. Kleerup maakte
deel uit van mijn band vooraleer we samen begonnen te schrijven. En
ja, Klas kende ik dus al op voorhand. The Knife was waarschijnlijk
de enige samenwerking waarbij we elkaar niet van tevoren kenden.
Maar zoals je ziet gebeuren zulke collaboraties gewoonlijk zeer
natuurlijk.

enola: Dit doet me denken aan een citaat van Liam Gallagher:
“Als je bij mijn band wil horen, moet je eerst naar mijn pub komen
en vrienden worden”.

Ja, absoluut! Want je kan ook ‘samenwerken’ zoals ik heb gedaan met
Snoop Dogg (voor een remix van ‘Sexual Eruption’). Ik heb
voor hem een refrein ingezongen. Je hebt zijn nummer en dan kom ik
plots met mijn refrein. Het is zo voorspelbaar. Maar als je iets
nieuw wilt maken, als je samen wat wil creëren, dan moet je je
gebruikelijke stijl achterwege laten. En bij de samenwerking met
Snoop zijn we helemaal niet vanuit dat perspectief
gestart.

enola: Je hebt ook de backing vocals gedaan voor Britney
Spears’ ‘Piece of Me’. Hoe is die samenwerking tot stand
gekomen?

Wel, Klas heeft dat nummer voor haar geschreven. Ik heb het als
vriendendienst gedaan.

enola: Heb je Britney ook ontmoet?
Nee. Ik heb mijn zanglijnen ingezongen een jaar voordat ze het
nummer heeft opgenomen. Die hebben ze gewoon behouden.

enola: Je hebt altijd opmerkelijke videoclips. Heb je veel
inspraak wat dat betreft?

Ik probeer altijd zeer zorgvuldig de regisseurs voor mijn clips uit
te kiezen. Dat neemt best wel veel van mijn tijd in beslag. Ik doe
mijn research graag goed. Wanneer ik eenmaal een regisseur gekozen,
heb is de fase aangebroken waarin ik met hem of haar discussieer,
soms over een idee dat ik zelf al in gedachten heb. Tot ik op het
punt kom waarop ik de regisseur volledig ga vertrouwen. Ik ben zelf
immers geen regisseur, en professionals hebben het nodig om met hun
eigen ding aan de slag te kunnen gaan. Maar meestal ben ik dus wel
betrokken bij het proces. Wanneer dat niet het geval is worden het
meestal slechte video’s. (lacht) Niet omdat ik per se betrokken
moet zijn, maar omdat het anders meestal zo inspiratieloos
wordt.

enola: Je krijgt niet het effect dat je wou bereiken met de
video.

Inderdaad. De beste video’s zijn altijd die waarin ik wat vrijheid
krijg.

enola: Wat is je favoriet onder je eigen
video’s?

‘Konitchiwa Bitches’. Ik weet niet of je die clip gezien hebt, maar
het is niet echt…mooi. Gewoon heel erg rauw. Ik wou dat ik altijd
zo’n video’s kon maken, maar ze zouden niet gespeeld worden op
MTV.

enola: Past die rauwheid niet beter bij de energie van de song?
Het probleem van veel videoclips is dat ze zo gladjes gemaakt
worden, als het ware als een reclamespot.

Ja, absoluut.

Op dat moment werd het interview spijtig genoeg afgebroken.
Robyn was die avond nog te gast in De Laatste
Show.
Robyn is uit bij
Konichiwa Records

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in