Doodseskader mag in België tot de uniekste bands in het hardere genre gerekend worden. Alhoewel, passen ze daar anno 2026 nog wel? The Change Is Me is de plaat waarmee het duo boezemvrienden definitief over de genregrenzen heen trekt.
Doodseskader werd in volle coronaperiode, nu dik zes jaar geleden, opgericht door de twee jeugdvrienden Tim De Gieter en Siegfried Burroughs uit de drang om samen muziek te maken. De eerste verdiende eerst zijn sporen in de Belgische muziekscene met zijn eigen bands FÄR en Every Stranger Looks Like You en als beginnend producer met Eleanora, Brutus en 30,000 Monkies, en was vijf jaar bassist bij metaltrots Amenra. De tweede maakte als drummer topplaten met onder andere Jukwaa, The K., Onmens, PAARD. en Kapitan Korsakov. Veelzijdigheid is een understatement als we naar Burroughs’ cv kijken.
Dat beiden niet alleen een voorliefde hebben voor sludge en grunge maar ook voor elektronica, hiphop én hyperactiviteit, was meteen duidelijk. Na de EP Year Zero (2020) volgden al snel de albums Year One (2022) en Year Two (2024), uitverkochte shows in de AB en de Balzaal van de Vooruit en tours met onder andere Alcest en festivaloptredens over heel Europa. De evolutie naar een veelzijdige mix van genres en een compromisloze livereputatie maakten ons wel heel nieuwsgierig naar hun toekomst.
Hun derde album, Year Three, stond dus klaar tot ze twee dagen nadat ze de master hadden ontvangen, besloten om de hele plaat in de vuilbak te zwieren. Year Three werd The Change Is Me, dat in een week tijd bijna zonder voorbereiding werd opgenomen. Het eindresultaat is explosief, nog meer openminded dan anders en blaakt van inspiratie en levenslust.
Vooral de eerste drie nummers – “Glass Mask On”, “Celebrity Culture Simp Farm” en “Please Just Make It Stop” – grijpen naar de keel terwijl ze muzikaal heen en weer slingeren tussen hiphop, dream pop, elektronica en hardcore. Ook het keyboardgedreven “No Laughter Left In Me” is ronduit versmachtend en maakt een associatie met pakweg clipping. en HEALTH, waarmee ze dit najaar op tour gaan, veel logischer dan gelijk welke (sludge) metal act.
Met “Weaponizing My Failures” gaan De Gieter en Burroughs naar hun normen de zachtere, melige toer op, maar het nummer blijft nog altijd een stomp in de maag. Dit vat de evolutie van Doodseskader het beste samen; het slaan en zalven gaan hand in hand. Na een drietal minder memorabele nummers komt de plaat met het naar hardcore techno neigende “I Took A Pill in Vilvoorde” – solliciteren ze hiermee naar een plek naast Klakmatrak? – en “Suffering In Technicolor” tot een episch en snoeihard einde.
Behoorlijk indrukwekkend, dat je als band na een existentiële crisis tien nummers en 39 minuten verder de luisteraar volledig uit het lood kan slaan. Het is misschien een les voor menig mens die het hoofd eens laat zakken: kop op en doorgaan, en je vooral openstellen voor iets nieuws, zelfs al gooi je daarmee dingen overboord. Soms zit verandering echt in jezelf.




