Ze overrompelde De Nieuwe Lichting met een stem, zoveel ouder dan haar jaren, ze bevestigde met songs waarin de pijn van haar ouders’ scheiding doorzinderde. Vandaag staat ISE, nog altijd maar negentien, klaar om met debuutplaat Suitcase Child de wereld in te trekken. “Ik wacht liever tot een label me echt internationaal kan helpen. Tot dan doe ik het zelf wel.”
enola: Dit is je debuut. Had je een idee van wat zo’n plaat moest worden toen je de studio introk?
ISE: “Het eerste wat ik nodig had, was een producer, en dat was toch even zoeken. Ik speelde dan wel al drie jaar solo, ik wilde een album met bandversies. Ik had iemand nodig die me dat kon helpen maken, en dus ook dezelfde visie had op hoe dat zou klinken. Ik had immers géén idee hoe ik dat zelf moest doen. Nadat ik met een paar mensen had samengezeten ben ik uiteindelijk uitgekomen bij Dries Hendrickx, die ook gitarist in de band van Selah Sue is. Samen zijn we met mijn nummers aan de slag gegaan, om er meer aangeklede versies van te maken.”
enola: Je wist dat je een bandplaat wilde maken. Had je dan ook een specifiek geluid in gedachten? Een voorbeeld?
ISE: “Niet echt. Ik had wel een idee in mijn hoofd, maar omdat ik nog nooit zoiets had opgenomen, wist ik niet goed hoe ik dat moest uitdrukken. Daarom ben ik songs gaan zoeken die als referentie konden dienen, en heb die voor Dries in een lijst gezet. Zo kreeg hij ook een idee, want mijn muzieksmaak is soms ook best hard, maar dat past niet bij mijn muziek. Het was dus wel even zoeken wat het dan wel moest zijn, want ik wilde ook niet gewoon klinken als iemand anders. Dat zoeken naar nummers die inspireerden was dus lastig, maar uiteindelijk belandde ik bij artiesten als Sam Fender, Wunderhorse… Ik weet het zelfs niet allemaal meer. Fontaines D.C., die stonden er ook tussen, maar dat ga je daarom niet terug horen.”
enola: En zo belandde je bij een vrij klassiek poprock-geluid.
ISE: “Dat is blijkbaar wat de songs wilden zijn, want ik heb daar gewoon de muziek gevolgd. De nummers waren geschreven, ik voelde hoe ze moesten klinken, en voor een eerste plaat leek het niet nodig om het over een andere boeg te gooien dan wat evident leek. Ik ben zelf wel benieuwd wat ik op dat vlak in de toekomst zal doen, of ik dan wel andere wegen ga zoeken. Sowieso wil ik mijn sound nog meer uitpuren, waar we nu vooral mijn stem centraal hebben gezet.”
enola: Weet je eigenlijk nog wanneer je je eerste liedje hebt geschreven?
ISE: “Ongeveer. Ik ben tijdens de lockdowns van 2020-2021 songs beginnen schrijven. Toen speelde ik alleen nog maar piano, maar ik heb mezelf toen ook gitaar geleerd, en ik merkte al snel dat ik op dat instrument veel beter kon schrijven. Zo heb ik toen op mijn muziekkamer mijn eerste nummer geschreven. Of toch stukjes, want volledige, afgewerkte liedjes waren dat nog niet. Maar ik herinner me wel hoe ik later “Goodbye Letter” schreef. Dat was gewoon op de zolder, op mijn gitaar.”
enola: Je was toen al jaren met muziek bezig, zong zelfs al sinds je negende in een coverbandje.
ISE: “En ook mijn ouders zongen in zulke bandjes. Ik heb muziek dus met de paplepel binnengekregen, en dat was ook de reden dat ik er zo vroeg mee ben kunnen beginnen. Dat ik al van zo jong op een podium stond, heeft me veel ervaring opgeleverd.”
enola: Heeft het je ook de kneepjes van het songschrijven geleerd? Als je nummers van anderen zingt, krijg je misschien ook inzicht in hoe die song in elkaar steekt.
ISE: “Goeie vraag. Misschien heb ik daar onbewust wel iets van opgestoken, maar ik kan niet zeggen dat ik wéét dat ik dat deed. Ik zong toen ook alleen maar, speelde die nummers niet. En ik had ook nog geen ervaring met songschrijven op dat moment. Maar het kan.”
enola: Heb je altijd geweten dat je een goede stem had?
ISE: “Neen. Wat ik wel weet, is dat ik in dat coverbandje al heel perfectionistisch was, en het haatte als ik een stuk in kopstem moest zingen. Ik vond mezelf niet goed genoeg dan. Terwijl ik gewoon fonetisch zong. Ik had geen benul van Engels. Verder zong ik altijd zoals ik wilde, en mijn ouders lieten mij ook. Ze hebben me nooit op zangles gestuurd om gevormd te worden. Ik heb wel op verschillende plekken zangles gevolgd, maar ben nooit lang gebleven. Soms probeerde men immers het kraakje uit mijn stem te halen, omdat men dacht dat dat aan een verkeerde ademhaling te wijten was. Dat was het niet. Mijn ouders hebben dan beslist dat ik mijn ding mocht doen, zonder een systeem te volgen dat me in een mal dwong. Daar ben ik haar heel dankbaar voor.”
enola: Wat me opvalt, is hoe je meteen van bij dat eerste nummer, “Goodbye Letter”, je thematiek vond: de pijn die de scheiding van je ouders heeft veroorzaakt. Daar moest je duidelijk nog iets mee?
ISE: “Niet helemaal, want die allereerste nummers gingen gewoon over vriendschapstoestanden. Dingen die voor een tiener heel voor de hand liggend waren. Maar daarna ben ik wat dieper gaan graven, en kwam er iets als “Goodbye Letter” uit. En toen was het hek inderdaad van de dam, en werd het heel duidelijk dat ik onbewust alleen maar daarover schreef.”
“Suitcase Child is nu een plaat geworden die volledig over scheidingen gaat, daaruit is de titel gegroeid. Ik vond die erg passend, en toen ik het geheel overschouwde, klopte het ook met de rest van de songs. In de brede zin gaan ze inderdaad allemaal over breuken, en hoe ik me daarbij voelde. En “Suitcase Child” is daarbij het sleutelnummer, waarin ik vertel over hoe het was om zo’n kofferkind te zijn dat elke week van ouder naar ouder verhuisde. Ik schreef het vorig jaar als eindexamen aan de kunsthumaniora. Eigenlijk had ik nooit verwacht dat het zo belangrijk zou worden, maar ik ben blij dat ik het kon schrijven.”
enola: Uit je teksten spreekt een hoop verdriet en verbazing over de nieuwe partners die je zag passeren.
ISE: “Ja, zo kan je het wel noemen. Ik heb dat op dat moment nooit beseft, maar het was inderdaad moeilijk om telkens opnieuw snel nieuwe mensen heel dicht in mijn leven toe te laten, en me af te vragen hoe lang ze zouden blijven. Ik neem het niemand kwalijk, hoor. Die emoties komen er bij mij uit via mijn songs, maar ik verwijt hen niet wat er gebeurd is. Iedereen is een mens.”
enola: Maar het maakte je wel bang voor de liefde?
ISE: “Ik heb nog meer scheidingen meegemaakt in mijn omgeving, en dat gaf me inderdaad wel het gevoel van ‘neen, dank u. Ik heb niemand nodig.’ Nu wel. Ik heb nu een vriend, en bij hem heb ik dat kunnen loslaten. Ik heb er geen moeite meer mee, al zal ik er altijd wel iets van blijven meedragen.”
enola: Je bent samen met je vriend van voor De Nieuwe Lichting. Hoe was het voor hem om zijn vriendin te zien doorbreken?
ISE: “Hij is heel trots. Hij studeert zelf geneeskunde, een best zware studie, dus hij heeft ook zijn eigen leven, natuurlijk. Zelf ben ik gestopt met studeren om alles op muziek te zetten, en daar had ik wel even schrik voor. Ik vroeg me af hoe het dan zou gaan met mijn vriendinnen, mijn familie, en natuurlijk ook met hem, maar eigenlijk gaat dat heel goed. Hij is ook een grote muziekliefhebber, dus we gaan vaak samen naar concerten. En hij komt ook vaak mee als ik ergens moet optreden. Hij is echt wel een steun.”
enola: Je zei het daarnet al: je luistert ook veel naar hardere muziek als Brutus, Turnstile, Fontaines D.C. Zie je je muziek ook in die richting opschuiven?
ISE: “Op zich wel, maar ik merk elke keer ik schrijf, dat het nog niet die richting uitgaat. En dat is oké. Ik ga me niet forceren om plots te gaan rocken. Ik weet dat mijn schrijven sowieso nog zal evolueren in de komende jaren, dus het komt er misschien nog van. Maar nu nog even niet. Ik maak inderdaad veel introspectievere nummers, terwijl zo’n Turnstile eigenlijk muziek om op te dansen is.”
enola: Hoe is het ondertussen om met een band op te treden?
ISE: “Het is aanpassen, want ook daar ging het weer heel snel. Ik had twee try-outs met band gespeeld, en ik stond al op Pukkelpop. Nu, dat waren professionele muzikanten die dat konden, waar ik ook heel hard op kon leunen. Dat was fijn, maar zij waren er enkel voor die optredens. Nu heb ik een eigen band samengesteld, heel getalenteerde muzikanten waar ik een erg goeie klik mee heb. Dat stelt me gerust. We repeteren nu heel hard in de aanloop naar het Eurosonic Festival in Groningen en mijn eigen show in de AB en de tour in maart.”
“Het is wennen, maar het is ook aangenaam om eens wat andere meningen over mijn songs te horen, en meerdere visies te krijgen die me kunnen helpen om het live te doen werken. Want ik wil niet gewoon de plaatversies brengen.”
enola: Het grote gevaar in jouw situatie is inderdaad dat je er oude, gerodeerde studioratten bij haalt, die geen voeling met je muziek hebben. Dat heb je vermeden?
ISE: “Ik wou inderdaad niet gewoon sessiemuzikanten inhuren maar een echte band bouwen. Uiteindelijk ben ik bij Hanne Smets van The Haunted Youth beland toen we samen in de jury van het Limburgse Soundtrack-luik zaten. Waarna Tom Stokx (gitarist – red.) van The Haunted Youth mij een berichtje stuurde of hij ook op auditie mocht komen. En Klaas Leyssen van The Yummy Mouths en TJE had ik ontmoet in de moshpit bij High Vis. Hij is me bijgebleven, en zo heb ik hem ook op mijn lijstje gezet van mogelijke muzikanten. Bij Niels Meuskens van XINK en School Is Cool had ik eigenlijk gepolst of hij onder zijn leerlingen geen drummers voor me zag, maar uiteindelijk wilde hij dat gerust zelf doen.”
enola: Je hebt nog geen kwaaie Joachim Liebens aan de lijn gehad omdat je zijn halve band hebt overgenomen?
ISE: (lacht) “Ik hoop maar dat hij het zo niet ziet, maar het is inderdaad wel toevallig. Het wordt wat puzzelen met de agenda’s nu ook The Haunted Youth zijn tweede plaat zal uitbrengen, maar het voordeel is dat alles lang op voorhand vastligt. We weten dus wat wanneer kan.”
enola: Je weet dus bij wijze van spreken al wat je in maart 2027 zult doen. Voelt dat niet verstikkend voor iemand die het leven nog moet ontdekken?
ISE: “Maart 2027 is het nog net niet, maar het scheelt niet veel. En ja, het is iets waar ik mee heb moeten leren omgaan. Toen ik met Simon, mijn manager, in zee ging, was ik zeventien. Ik zat nog in het middelbaar, had net mijn vriend leren kennen, ging met vriendinnen naar fuiven … Plots werd heel dat leven doorbroken, en dat was best overrompelend, maar ook wel waar ik altijd van had gedroomd.”
“Ik weet nog hoe ik Simon zei, toen we elkaar de eerste keer de hand schudden, dat ik het de eerste jaren nog kalm aan wilde doen. Daar moet ik nu wel mee lachen, want zo ben ik ook wel: als zich een waanzinnige kans aandient, dan moet dat altijd even binnenkomen. Dan denk ik eerst ‘wacht even, dan moet ik plannen verzetten.’ Uiteindelijk vind ik dat echter nooit erg, want het is wel cool wat er gebeurt.”
“Het is wel angstaanjagend om zo’n agenda te hebben die al een jaar op voorhand vastligt, maar het geeft ook rust. Als muzikant heb je geen nine-to-five-leven, zoiets helpt om er toch iets van structuur in te brengen.”
enola: Je brengt de plaat in eigen beheer uit. Zeg niet dat er geen labels interesse hadden.
ISE: “Zij wel, maar ik niet. Ik heb met een paar platenfirma’s gesproken, hoor, maar ik had niet het gevoel dat een van hen juist was voor me. En doordat ik de afgelopen jaren veel heb opgetreden, had ik ook een potje startkapitaal kunnen sparen om het in eigen beheer te doen. Liever zo, en wachten op een gepast label dat internationaal iets kan betekenen. Dan liever een distributiedeal, zodat ze overal te koop is, maar ik wel controle heb over wat ik maak. Ik wil liefst een label dat me vrijheid geeft. Als artiest wil ik zelf beslissen wat ik schrijf, zonder met commerciële overwegingen rekening te moeten houden.”
enola: Ik voel een sterke drang naar autonomie.
ISE: “Ik vind dat maar normaal. Ik schrijf mijn muziek zelf, ik zie niet in waarom iemand anders daar iets over te zeggen zou moeten hebben.”
enola: Maar het wil wel zeggen dat je op negentien jaar je eigen zakenvrouw geworden bent. Zit je er vol op, of besteed je dat liever nog wat uit?
ISE: “Ik doe zoveel mogelijk zelf, maar zou het nooit kunnen zonder alle hulp die ik krijg. Ik leer er nog elke dag over bij, maar ik merk nu al dat ik er veel meer bij betrokken ben dan een jaar geleden. Mijn mama doet bijvoorbeeld de financiën, dus dat zit allemaal dicht bij me. Ik laat dat niet over aan mijn manager of een label. Je hebt van die horrorverhalen over hoe het geld bij de manager zit en de artiest niet weet hoeveel er binnenkomt. Niet bij mij. Ik heb het geluk dat mijn mama daar heel beschermend in is.”
“Ik wil het ook allemaal leren. Hoe maak ik een factuur? Hoeveel kost distributie? En als ik niet weet hoe iets werkt, dan laat ik het me uitleggen door mijn manager Simon, en doe ik het ook zelf. Ik werk graag met hem samen. Hij is echt een integraal deel van mijn team, waar naast mijn mama ook nog mijn pluspapa in zit. Hij maakt ook muziek, en als ik met een vraag zit over een nummer dat ik heb geschreven – als ik bijvoorbeeld wat meer variatie in de gitaar wil of zo – dan ga ik bij hem te rade. Hij komt ook altijd mee naar optredens om mij te helpen met al het livegebeuren en de gitaartechniek.”
enola: Je zit nu bij ROAM, het grote internationale boekingskantoor van Nick Cave, IDLES, Mac DeMarco, … Dat moeten interessante tuinfeestjes zijn, denk ik dan.
ISE: “Ik ben nog maar één keer op het hoofdkantoor in Londen geweest, om Caitlyn, de vrouw met wie ik zal werken, te ontmoeten. Ze is bij mij uitgekomen nadat Simon een Franse collega van haar had gecontacteerd voor een optreden. Ze was onder de indruk van mijn muziek, en wilde absoluut met me werken.”
“Ik vind het wel belangrijk dat er een persoonlijke klik is. Simon checkt dat ook altijd met me in zo’n meeting, of het oké is voor me. En ja, dat is zo met haar. Ze is een jonge vrouw met heel veel contacten en ambitie. Alle boekers in de verschillende landen moeten met haar mijn optredens coördineren. Ik was overigens wel onder de indruk daar in dat kantoor. Ik kwam binnen, en daar hingen posters van Fontaines D.C., ze vertelde hoe Thom Yorke recent nog over de vloer was gekomen, … En daar zat ik.”
enola: Je hebt Pukkelpop mogen afvinken van je lijstje, Werchter… Is dat telkens weer spannend, of voelt het al gewoon?
ISE: “Neen. Die grote festivals, daar moet ik mezelf inderdaad even in de arm knijpen om te weten dat het echt is. Want ik ben ook maar gewoon een meisje, zoals iedereen, en het voelt ongelofelijk bizar om nu ‘bekend’ te zijn. Ik snap het hoor, als een van mijn idolen naast me staat, dan voelt dat ook even als in de schaduw van een god staan, maar tegelijk weet ik dat dat ook maar gewoon mensen zijn. Het is raar als mensen mij nu herkennen. Gelukkig heb ik twee oma’s die voortdurend benadrukken dat ik met de voetjes op de grond moet blijven. Dat is belangrijk, want ik zie geen reden om het hoog in de bol te krijgen, zelfs al vind ik het ongelofelijk cool wat ik nu allemaal mag meemaken.”
ISE stelt Suitcase Child voor op 20 februari in de AB in Brussel, maar die show is uitverkocht. Ze staat ook op 1 oktober in De Roma in Antwerpen.




Enola door jullie net ontdekt…dank daarvoor!
Wat een talent!