Peter Vermeersch :: Polsslag

Eén liedje, meerdere revoluties. Al ergens van in de jaren negentig vertolkt “Peremen!” van Kino de Oost-Europese zucht naar verandering, en ook vandaag is dat nog zo. In Polsslag zoekt auteur Peter Vermeersch naar de sporen van het nummer in de Belarusische verzetsbeweging. En net als in zijn andere boeken doet hij dat op een erg persoonlijke manier.

Met Ex schreef Peter Vermeersch enkele jaren terug een adembenemend sterk boek over de littekens die Joegoslavië en het uiteenvallen ervan had nagelaten op de achtergebleven bewoners en nationaliteiten. In Polsslag vindt hij een gelijkaardige verhaal. Hij stuit vandaag op een liedje dat hij ooit oppikte tijdens zijn studie Slavische talen, en gaat op zoek naar de roots ervan in de Russische ondergrondse van de jaren zeventig/tachtig, om dan de beweging terug te maken hoe het ook nu nog altijd leeft, en dan vooral bij de Belarusische protesten tegen dictator Loekasjenko.

Polsslag komt met een webpagina op Peter Vermeersch’ site, en die is nodig. Het is pas als je het fragment kijkt uit Sergei Solovyovs film Assa, en die typische eighties-baslijn hoort, dat je voelt waarom dit nummer – net dit – zo belangrijk werd in de ondergrond van het late Sovjetrijk. Het is zo van zijn tijd dat je het van bij de eerste noten herkent. Het kon op de tekst na Belpop zijn, maar het was iets anders; het was letterlijk een roep om “Verandering!”.

Dat zanger Victor Tsoj in 1990, net na het uiteenvallen van de USSR, jammerlijk omkwam in een verkeersongeval verhoogt de romantiek. Hij verdween, zijn lied bleef, werd de jaren nadien soundtrack van alle woelige tijden die de oostelijke kant van Europa teisterden. Vermeersch herleidt het uiteindelijk tot de Belarusische situatie, waar “Peremen!” op 16 augustus 2020 tot een niet gelukt revolutionair moment leidde.

(tekst gaat verder onder het filmpje)

De opstand mislukt, Loekasjenko zit nog altijd in het zadel, maar “Peremen!” wordt een codewoord. Glimlachend vertelt Vermeersch het verhaal van een elektriciteitskabine in een park in Mink waar een referentie aan het lied keer op keer wordt geschilderd, verwijderd, opnieuw geschilderd. Niemand weet wie het doet, maar het idee blijft leven. De vraag die Vermeersch stelt is evident: zou jij het gedaan hebben?

Uiteindelijk worden de muzikanten die die zestiende augustus op gang bliezen, aangehouden. Een scène in de gevangenis waarbij de gedetineerden uit protest stiekem muziek maken roept herinneringen op aan The Shawshank Redemption; alweer muziek als stil verzet. Een cipier komt discreet informeren welk nummer het was; gewoon, voor zijn eigen Spotifylijst.

Vermeersch vertelt het vlot, meeslepend zelfs, met telkens treffende verwoordingen. Wanneer hij in Letland op zoek gaat naar het graf van Tsoj, gebeurt dat in het gezelschap van een Amerikaanse starlet die de zanger nog gekend heeft; in Rusland kon ze immers wél nog een revolutie meemaken. “Ze was in de Sovjetversie van een konijnenhol getuimeld en in punkrockwonderland terechtgekomen”, zei ze. In Brussel bezoekt hij concerten bij de Oekraïense en Belarussische diaspora. Hij kijkt er naar een rockband waarvan de zanger bij het leger was gegaan. “Ik zat de hele tijd met het woord ‘frontman’ in mijn hoofd, dat opeens een heel andere lading kreeg.”

Dat de schrijver kiest voor de Belarusische spelling van namen en plaatsen is begrijpelijk, zelfs logisch, maar plaatst de lezer in een vacuüm. Je mist de handvatten die de namen uit het nieuws zijn, de plekken waar je al van hoorde. Het duurt  even voor je als vanzelf aan oppositieleidster Svetlana Tichanovskaja denkt wanneer hij het over Sviatlana Cichanoũskaja heeft. Het noopt Vermeersch ook tot kunstgrepen om die bekendere klanken toch vermeld te krijgen.

De oppositie wacht in het buitenland tot Loekasjenko – neen, Lukašenka – eindelijk valt. Dat zorgt er gek genoeg voor dat Polsslag de geladenheid en zwaarte van Ex mist. Meer dan een staat-van-het-verzet is het niet, het einde moet nog geschreven worden. En toch. Ik zie het voorplat waar staat “hoe één popsong Oost-Europa hoop geeft”; niet “gaf”. En ik klik nog eens dat ene filmpje hierboven aan. Plots snap ik waarom Vermeersch vooraan Hozier citeert; die heeft namelijk gelijk: “It’s not the song, it’s the singing.”

Het had elk liedje kunnen zijn, het werd dit. En dankzij Vermeersch kennen we nu het verhaal.

8.5
De Bezige Bij
Véronique Philips

recent

Warhaus

10 december 2025De Roma, Borgerhout

Op de eerste van vier uitverkochte avonden in De...

Walter Ego :: Applaus vo de landing

Na een turbulente periode staat rapper Walter Ego tegenwoordig...

PODCAST: Trans-Europe Express :: Nina Hagen Band: ‘Nina Hagen Band’

Duitse rock is vaak een wereld op zichzelf, maar...

aanraders

Roderik Six :: In het wit

Een vrouw die haar dementerende vader bezoekt. Een vrouw...

Daniel De Waele :: Betoverd door begeerte

Met boeken als Ontluikend christendom (2021), Ontwakend jodendom (2022),...

Emily Herring :: Bergson. Een biografie

Kort na de vorige eeuwwisseling sprak zowat de hele...

verwant

Ha’fest #2 (13-16 mei) :: Eclectisch festival als seizoensafsluiter voor Handelsbeurs

Hoewel er na de tweede editie van Ha’fest nog...

Peter Vermeersch :: Ex. Over een land dat zoek is

Joegoslavië is niet meer, al sinds 1992. En toch...

Peter Vermeersch :: ”Je mag kinderen niet onderschatten”

Weinig componisten in Vlaanderen verdienen zoveel respect als Peter...

Peter Vermeersch :: ”We zijn uiteindelijk maar muzikanten”

Het einde van X-Legged Sally in januari 1997 betekende...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in