Kabas :: Eugénie

Voor zijn eerste album Abel deed het Gentse Kabas inspiratie op bij Louis Paul Boons tweede roman, het muisgrijze Abel Gholaerts (1944). Vier jaar en een dubbelaar (Negen / Live At SMUP) later pikken ze die draad weer op met Eugénie, zo genoemd naar Boons poetsvrouw. Het doet een poging om het nooit verschenen, meer hoopvolle vervolg op Abel Gholaerts muzikaal uit te werken. Het resultaat is een bedwelmend kleinood waarin elk detail van tel is.

Nu ja, laat die term “kleinood” vooral niet suggereren dat Eugénie uit vulling bestaat, een tussendoortje zonder noemenswaardige impact is. Het gaat er vooral om dat het album, waarvoor de band uitweek naar Kunstencentrum Nona (Mechelen), hier een heel eigen, ‘kleine’ wereld geschapen heeft. Een dorpsvertelling overgezet naar een compacte ruimte. Een intiem universum van details, dosering en bescheiden ideeën die maximaal renderen, de luisteraar als het ware deelgenoot maken van een secuur uitgestippeld parcours met veertien haltes. Veertien opvallend korte miniaturen, verhalen, voordrachten en portretten, variërend van twee tot amper vier minuten. Een raamwerk als een collectief schilderwerk, waarvoor elke muzikant een penseel hanteert.

De bezetting – Thijs Troch, Jan Daelman, Nils Vermeulen, Elias Devoldere – is dezelfde gebleven. De belangrijkste wijziging is dat Troch voor deze keer ook harmonium speelt (live deed hij dat al vaker), een opvallende verrijking van het groepsgeluid. Dat beweegt van de parelende dauwhymne van “Ochtendland”, waarin Trochs spel vooral een beetje herinnert aan de tedere solostukken van Satie en de rest van de band meegaat in een samenkomen van zachte trekken en vegen; naar “Avondstad” aan het andere uiteinde, waarin de lange golven van het harmonium haast refereren aan het hypnotiserende acccordeonminimalisme van Pauline Oliveros.

Tussen de muzikale kaften opereert de band met een gestroomlijnde openheid, waarbij vooral ook de vrije rol van Devoldere opvalt. Die zoekt zelfs in de meest compacte, lyrische stukken naar manieren om met klank en kleur te spelen, laat de cimbalen zinderen, de brushes ruisen, de stokken ritselen, de hulpstukken klateren. Maar zo kan je eigenlijk voor elk van de leden wel wat dingen aanduiden, zoals het gelaagde fluitwerk van Daelman in “Klaarte”, dat voorbij gedobberd komt als een dagdroom, terwijl het repetitieve patroon van “Vroolijk Masker” (een van de titels die terugverwijzen naar Abel Gholaerts) iets van een intens ritueel heeft, waar ook nog eens een koekoeksklok door waait.

Zo zet zich dat dan verder, met pointillisme in slow motion waarin alles plots op parallelle sporen belandt (“Heenzaam”), een hoorspel waarvan je verwacht dat er elk moment de vertelstem van Boon in kan opduiken (“Hij Langt Den Hoed Af”), of een wat schurend samengaan van harmonium en fluit waarbij die laatste lijkt te neuzelen vanop een minaret (“Menuet”). Net zo opvallend: Vermeulens getokkelde bassolo “Nelson”, een kleine inkijk in ‘s mans indrukwekkende solopraktijk; Trochs schimmige harmoniumsolo “Trots”, of “De Kleine Zandweg”, niet veel meer dan wat pianonoten en rinkelende percussie, maar goed voor een moment van intense mijmerdrang.

Je kan er net zo goed andere stukken uitpikken, want ieder zal er z’n eigen verhaal van maken, met persoonlijke favorieten. Door de korte duur van de stukken en de toegankelijke aanpak neigt Kabas soms wat naar het geluid van The Milk Factory, maar het is tegelijk een heel ander beestje. Wat eigenwijzer en vrijer. Vaak bedachtzaam, soms frivool, altijd met een heel eigen poëzie. Het maakt van Eugénie een album dat in deze vreemde, verwarrende tijden troost en wat tijdelijk escapisme kan bieden. Nu al van het mooiste dat jaar in ons land zal verschijnen.

De band zag een paar mooie release-concerten (o.m. in Kunstencentrum Nona en de Handelsbeurs) in rook opgaan. Een extra reden om aanschaf te overwegen. Je kan het album kopen als download of op vinyl, verpakt in handgemaakt artwork, in een oplage van slechts 100 stuks.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − elf =