Mondo Cane, Jos de Gruyter en Harald Thys :: Bozar, Brussel

Wat heeft een Belleman gemeen met een Schweitzer ? En een slijper uit Wexford met een Rattenvrouw? Eerste deel van het antwoord: ze gisten allemaal vele jaren in de hersenkrochten van het kunstenaarsduo Jos de Gruyter en Harald Thys alvorens er uit te ontsnappen na sluitingstijd. Tweede deel van het antwoord: ze maken deel uit van een folkloristisch kabinet dat door de Fédération Bruxelles-Wallonie vorig jaar als Belgische inzending naar de Biënnale van Venetië gezonden werd. Bozar ontvangt deze inzending nu in een eigen decor.

De verschillende deelentiteiten van onze Belgische Staat beslissen via een beurtrol afwisselend over de inzending die ze selecteren voor de Biënnale, toch nog altijd één van de belangrijkste afspraken ieder jaar voor de internationale kunstwereld. Zodra de Fédération Bruxelles-Wallonie bekendgemaakt had dat ze voor Jos de Gruyter en Harald Thys gekozen hadden, focuste de nieuwsgierigheid van kunstkenners in beide landsdelen zich op het soort werk dat de twee kunstenaars zouden insturen. Beiden hadden op dat moment immers al een lang parcours achter de rug, maar niemand durfde echt te voorspellen of ze wel zouden passen binnen de contouren van wat toch als de “gevestigde kunstwereld” beschouwd werd.

Die onvoorspelbaarheid vormt echter ook de interne kracht van het kunstenaarsduo. Diep in hun gedachten, en weggestoken in hun atelier, hadden ze immers al langere tijd voorbereidingen getroffen om in te zoomen op wat misschien wel de volksaard kan genoemd worden. In het midden latend of dat dan de Vlaamse, Waalse, Brusselse, Engelse, Duitse of Spaanse aard is. 22 mechanische poppen die allen een eigen achtergrond met een eigen verhaal naar voren brachten waren het resultaat. Enfin, eigenlijk 23 poppen, als we een klein poppetje meetellen.

Zelfspot is natuurlijk nooit ver weg. Alle poppen zijn levensecht, op ware grootte en in de bewust beperkt gehouden bezoekersgids kon men in Venetië het achtergrondverhaal van iedere pop te weten komen. Zo is De Belder Guido bijvoorbeeld een kunstschilder die als enige ter wereld een bepaalde schilderrichting beoefende. Dat is ofwel een garantie voor absolute roem of een voorbode om ten eeuwigen dage totaal vergeten te worden. Of neem de Rattenvrouw die enkel in volstrekte duisternis haar slachtoffers ‘s nachts benadert, omringd door afval en ratten. Het gezelschap is tevens internationaal getint, van een kerel omringd door koffers afkomstig uit de ex-DDR tot enkele schooierfiguren uit de Spaanse volksgeschiedenis. Niemand die ooit zal kunnen nagaan of ze ook echt bestaan hebben. In de hersenkronkels van de kunstenaars bestaan ze echter wel, hetgeen hun echtheid als figuren certifieert.

Men moet bewondering opbrengen voor curatrice Anne-Claire Schmitz die deze poppen in een decor diende te zetten. In oorspronkelijke versie kwamen de figuren uiteraard afstandelijker over, aangezien ze op de Biënnale opgesteld stonden in een afgesloten ruimte. Voor het eerst was er ook een overeenkomst dat de inzending nadien Bozar zou aandoen. De uitdaging was dan ook de per definitie andere ruimtes en zalen van Bozar zo te schikken dat het publiek een gelijkaardige ervaring meekreeg. Over vier ruimtes verspreid kan de bezoeker thans langsheen de poppen passeren en in extase staan voor de op basis van een exacte tijdsindeling gemonteerde geluiden die ze voortbrengen. Van een slag op de grond met een stok tot een bel.

Met de opstelling zit het dus wel snor. Blijft alleen de vraag wat de kunstenaars nu willen aanbrengen in de kunstwereld of in de wereld tout court? Het antwoord hangt misschien wel aan de muren van de vier ruimtes. De kunstenaars hebben aan de hand van tekeningen een soort bovenwereld geschapen, met parallele figuren of gebeurtenissen. Een kunstcriticus die wat verongelijkt kijkt. Koningin Victoria die haar laatste blikken op de wereld richt. Een beeld van een kermis. De poppen vormen de onderwereld in de gedachten van de kunstenaars, de tekeningen de bovenwereld waarin ze terechtkomen als ze hun atelier verlaten. De bezoeker mag kiezen welke van beide werelden hij of zij verkiest. Of is hij of zij verplicht beiden te kiezen? Is dat misschien de essentie van kunstenaar zijn en, breder gesproken, van mens zijn?

Monde Cane roept meer vragen op naarmate men er beter naar kijkt. Daarom vermoedelijk dat de bezoeker eerst door een gevangenishek dient te passeren alvorens binnen te geraken in de toch wel heel speciale wereld van Jos en Harald.

Mondo Cane, Jos de Gruyter & Harald Thys loopt nog tot 24 mei 2020 in Bozar te Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − drie =