Pukkelpop 2019 :: Subtiel als een colonne bulldozers

Zondag 18 augustus :: Billie-believers

Een hele nacht regen heeft duidelijk niemand tegengehouden. Het terrein ligt er alles beschouwd nog vrij degelijk bij en de wei loopt tijdig vol. Dat zou misschien wel iets te maken kunnen hebben met één jongedame en haar impact op haar generatiegenoten.

Ooit gaven Pixies twee concerten in Londen: eentje waar de setlist alfabetisch werd afgehaspeld en eentje waarbij de groep eerst de bisnummers gaf, van het podium verdween en vervolgens terugkwam voor de echte set. Onze kop eraf als Pukkelpopprogrammator Eppo Janssen niet aan die keer heeft gedacht, toen hij Billie Eilish – toch de enige echte headliner vandaag — om drie uur ’s middags zette. Ach, ten slotte heeft elk scouts- en chirokamp tegenwoordig zijn ‘omgekeerde dag’, een tienerfestival kan dus niet achterblijven.

Als Billie Eilish het hoofdgerecht was, dan begon deze dag met het dessert. Ter hoogte van de Castello is Ata Kak een uit Afrikaanse vibes opgetrokken paardenmiddel tegen modder, afmatting en een door recente gebeurtenissen ingegeven Pukkelpopcynisme. De frontman rap-zingt met de zon op zijn tong, de gitaren achter hem funken aan een amper-post-siëstatempo. Om maar te zeggen dat deze band over een intern kompas beschikt dat overal en tot op de graad het zuiden weet aan te wijzen. Beetje jaloers.

Billie Eilish @ Pukkelpop 2019 (©Jan Van den Bulck)

Billie Eilish. Het zeventienjarige, toverbalharige spektakel uit L.A. Het meisje dat zo natuurlijk schrödingert tussen tiener en icoon. De Lolita die het eigenzinnige, licht arachnofiele persoontje dat haar groot heeft gemaakt nu moet zien te rijmen met platenbazen, modecontracten en miljoenen fans.

Je kunt daar een carrière lang over tobben, of je kunt je set openen met een monsterhit. “Bad Guy” is “…Baby One More Time” voor millennials: een generatiedefiniërende song, een nummer dat een verticaal streepje trekt door de x-as van je leven en waarbij je een ‘voor’ en ‘na’ nodig hebt. Het is die rubberen synth, die als een lintworm in je hoofd gaat teren. Het is dat refrein, waarin Billies stem begint te kraken alsof ze ineens een radioactieve zone is binnengegaan. En het is Billie zelf natuurlijk, wier tong en nagels intussen centimeters voor haar uitsteken. Billie is begonnen.

“My Strange Addiction” start met een sample uit de Britse comedy “The Office”. De aflevering in kwestie is intussen acht jaar oud; bijna de helft van Billies leven. De rest van de song is nogal vlak, een auditief smogscherm om het erop volgende “You Should See Me In A Crown” contrast te geven. Spinnen kruipen bijna aandoenlijk over de schermen, bassen donderen, Billie vlijt er haar stem donzig overheen. Nog zo’n aantrekkelijk argument voor wie nog geen Billie-believer was.

Iemand in je club krijgen is makkelijker dan hem erin houden. Billie zit op een punt in haar carrière waarin ze moet bewijzen dat ze dat kan, en rond het midden van de set kan je aan haar slaagkansen twijfelen. “Idontwannabeyouanymore”, “COPYCAT” en het wiegeliedje-met-vocoder “WHEN I WAS OLDER” zijn prima popnummers, maar ze zijn ook een beetje hol, leeg en – dodelijk voor iemand als Billie – gewoon. Je komt ermee op de muren van tienerkamers, maar niet op de lijsten van evergreens.

“Wish You Were Gay” en “All Good Girls Go To Hell” zijn beter. “Xanny” heeft de eerlijkste lyrics: “Please don’t try to kiss me on the sidewalk / On your cigarette break / I can’t afford to love someone / Who isn’t dying by mistake in Silver Lake” In “Bellyache” toont Billie dat ze een stem heeft die gerust eens los mag fietsen van bassen en vocoders, en de dagboektranen van “Ocean Eyes”, een synth- en pianoballad geschreven door haar broer en basgitarist Finneas Eilish en gepost op SoundCloud toen ze dertien was, zijn om heerlijk mee te dwepen.

Ze sluit af zoals ze begon: met de voeten vooruit. “Bury A Friend” is Billie op een businesscard: een titel waarvoor je prompt naar de psycholoog wordt gestuurd, bassen die je hersenschors ontwortelen, synths die krassen als insectenpoten over parketvloeren. Dit is waarom het blad Rolling Stone een interview met haar kopte met de titel ’Triumph of the weird’. Dit is waarom we, ondanks die saaie popsongs die ook van haar zijn, van Billie houden. Haar moeder moet haar nog zeggen wanneer het tijd is om te gaan slapen, maar Pukkelpop veroveren kan ze zelf meer dan goed genoeg, dank u.

Kate Tempest @ Pukkelpop 2019 (© Jan Van den Bulck)En nog een headliner. Want wat heeft Kate Tempest een gevoelige snaar geraakt met haar nieuwe The Book Of Traps And Lessons. Geen gemakkelijke plaat nochtans, en dat weet ze en ze past haar set aan de iets uitdagendere omstandigheden van een festival aan. Ze begint dus met een stevige lap uit haar vorige twee platen – Everybody Down en het state-of-the-Brexit-Nation noterende Let Them Eat Chaos. Dat wil zeggen: ze rapt. Want Tempest mag dan van nature dichteres zijn, de tiener die ze ook was, wilde de hiphop uit en hield één oog op Guru, A Tribe Called Quest en vooral Gravediggaz. Dat ze toen aan haar flow gewerkt heeft, hoor je in het vroege “Circles”, waarin haar woordendebiet onnatuurlijke vormen aanneemt of “We Die”, met zijn onwaarschijnlijk puntig “We die, so that others can be born / We age, so that others can be young / The point of live is live, love if you can and pass it on”

Dat is Kate Tempest: poëet tot in het diepste van haar ziel. Ze heeft rap uitgekleed tot zijn prilste begin; de Afrikaanse griot die de kennis van een stam bewaarde en mondeling overlevert. Zelfs in haar prille dertiger jaren, ademt Tempest een wijsheid uit. Niet dat ze de waarheid in pacht heeft, maar ze heeft de vinger die elke wonde feilloos weet te vinden. En daar wordt dit optreden pas echt machtig. Wanneer plots alle muziek wegvalt en Tempest mistroostig het hoofd schudt. “What can be done to stay human?” vraagt ze zich af, en ze maakt de balans op van een vereenzaamd tijdperk. “We are online venting our outrage / Teaching the future that life is performance and vanity”, preekt ze, en dat ‘we’ is wel degelijk wij, maar zij ook, en dus kan de conclusie niet anders zijn dan “I see how blind I’ve been”, said all prophets, too late”.

Niet dat Tempest – altijd al een beetje het jonge zusje van new wave-dichteres Anne Clark – ons de dieperik in wil praten, integendeel. In “Hold Your Own”, een proeve van haar literair meesterschap, bezweert ze nog altijd a capella ons leven in handen te nemen, het materialisme af te zweren en voor te kijken naar wie dierbaar is. “Time is an onslaught / Love is a mission” Dat is ook de boodschap waarmee “Holy Elixir” een loeiharde technocoda ingaat: “This is the garden. And we better start sowing or their won’t be a harvest” Aan de andere kant van die spaarzame eruptie heerst een eenzame piano en het troostende “People’s Faces”. “None of this was written in stone / There is nothing we’re forbidden to know / And I can feel things changing”, praatzingt ze, en die verschuiving alleen al, dat klein beetje zingen na een uur declameren laat nog maar eens zien wat voor intelligentie hier achter schuilgaat. Tempest is niet alleen een dichteres, maar ook een bevlogen performer die weet hoe ze haar boodschap – desnoods door zo’n klein detail – moet overbrengen dat ze ook doel treft. Pukkelpop zag geen adembenemender concert dan dit.

Niemand maakt gitaarmuziek zoals Anna Calvi dat doet. Haar sound is tegelijk delicaat en smerig, een marmerbeeld uit het Musée d’Orsay gekleed in latex en met zweet op de borst. En het is niet alleen die sound die het ‘m doet, het is ook Calvi’s virtuositeit met de snaren – ze is geschoold als klassiek violist. Bij haar klinken de hoge noten altijd een beetje hoger, bij haar galmt de kast net iets weelderiger na.

Met die Unique Selling Points, aangevuld met de scherpe drums en de toetsen van haar band, zou ze een degelijke set kunnen spelen. Maar Calvi heeft ook een stem, hetzelfde krachtige en soepele instrument als dat waarmee Sinéad O’Connor in de eighties ravages kon aanrichten in hartkamers. Calvi gaat er laag en diep mee, om dan ineens helder aan te slaan. Het is als de koplampen van een nachtelijke tegenligger: een intens contrast.

Eén moment dan uit een over de hele lijn schitterende set? Gewoon het begin: Calvi, de kin een graad of twee naar boven geklikt, het perceeltje huid tussen haar wenkbrauwen intelligent verkreukeld, haar kleren zwart en haar lippen rood, zet “Hunter” in. Een kickdrum doet denken aan schoenen op een tapijt, barokke synths vloeien over het podium en Calvi zucht haar sensuele, melancholieke woorden:”I dress myself in leather / With flowers in my hair / The red light of the window / Nothing can compare” Als je dat maar weet.

Anderson .Paak @ Pukkelpop 2019 (© Jan Van den Bulck)“You guys like the special effects?” Anderson .Paak: blauw hoedje, rode zonnebril, open hawaïhemd. Overal rond hem heen zoeklichten, visuals en vuurkolommen. Ça va, maar ‘t zal toch vooral van de muziek moeten komen. Die is drie rijstroken breed en cruisin’ for a funky bruisin’. De drummer en zijn Free Nationals tappen uit een infuus van hiphop, funk, soul en fusion rock, en maken er iets aangenaam borrelends van.

.Paak is zo’n artiest die véél kan met de energie van een publiek. En u toont zich, bij de enige zonnestralen van de dag, energieker dan Samson op een jetski. U hurkt wanneer u dat wordt gevraagd, u springt op eenvoudig verzoek, u klapt op cue, u doet het, kortom, fantastisch. Tot zichtbaar genoegen van Andy, die zich zelf ook lovenswaardig uit de naad werkt.

.Paaks nieuwe plaat Ventura, waaruit deze set put, doet weinig vernieuwends. De hoogtepunten komen daarom vooral uit inmiddels gouwe ouwe Malibu, met helemaal bovenaan die heerlijk jeukende trompet uit “Am I Wrong”. Die maakt zoveel goed. En dit ook: Anderson .Paak lijkt mij gewoon een prinsheerlijke kerel.

Tijd voor een spelletje “Wie is Kelis?” Ooit was ze een kwaaie furie, vandaag opent ze in de Marquee als een honingzoete souldiva. Gaat haar ook goed af. In “Get Along With You” is haar stem mooi doorrookt. De oude hits van weleer? Die worden in twee medleys centraal in de set verwerkt. Eerst “Good Stuff”, dan “Caught Out There” en vervolgens “Trick Me”. Ja, daar herinnert u zich Kelis van. Waarom een cover van Whitney Houstons “I Wanna Dance With Somebody” moet volgen? Beats us, maar u hapt het weg als zoete koek.

De eightieskitsch van dat laatste nummer is het signaal om nog maar eens van gedaante te veranderen. Eerst nog een flard “Milkshake” – ook dat herinnert u zich ongetwijfeld – en dan maakt een flard “Smells Like Teen Spirit” plaats voor Donna Summers “I Feel Love”, waarna alles ontaardt in een pompend dansfeestje waar de zangeres niet bovenuit komt. Tja. Wie Kelis dus is? U mag zelf beslissen, u kreeg keuze genoeg.

Oude, fictieve Grieken die versteenden na een blik op Medusa’s slangenkop zijn dubbel gesjareld: Charli XCX, hét antidotum tegen onwillige ledematen, leeft van roodharige kop tot gelakte teen in ons eigenste post-alles-heden. Bewijs voor dat laatste: ze heeft een knipperlichtrelatie met social media, vindt een pot Ben&Jerry’s een prima avondmaal (“And we do it like ice cream for dinner” zingt ze in “After The Afterparty”) en ze maakt heerlijk bijdetijdse popsongs.

“Gone”, een recent duet met Christine and the Queens, is er zo een. Volle beats, natte synths, scherp getimede drops en een kleverig refrein: in de biologische stam van de oorwurmen is dit een uitzonderlijk specimen. Extreem dansbaar ook, te oordelen aan uw bezigheden in de adequaat genoemde Dance Hall. Idem voor “Focus” en “Boys”, twee nummers met een groter effect op de dijbeenspieren dan een jaarabonnement bij de Basic Fit.

Je kan trouwens een uur naar Charli kijken en niet doorhebben dat ze helemaal alleen op het podium staat. La XCX gedraagt er zich als een hyperactieve, The Spice Girls coverende, “This is gonna look good on your Instagram” belovende lifecoach. We bedoelen dat allemaal positief, want het werkt aanstékelijk. Charli is goed voor uw mentale en fysieke gezondheid. Jammer dat die Grieken er niet van kunnen profiteren.

Prophets Of Rage @ Pukkelpop 2019 (© Jan Van den Bulck)Als we deze affiche nog altijd als ondersteboven bekijken, houdt het steek dat Prophets Of Rage daar op de voorlaatste stek op de Main Stage staat. Maar dan ook enkel als we het zo zien. Niet dat deze supergroep geen slim concept is: met leden uit Cypress Hill, Public Enemy en Rage Against The Machine is er back catalogue genoeg om uit te putten, en precies dat is wat het zestal doet. Mag je dit dan een coverband noemen? Want natuurlijk is het altijd geweldig Tom Morello die geweldige riffs van “Testify” of “Sleep Now In The Fire” nog eens uit zijn snaren te horen persen – het zwaartepunt van de set ligt dan ook op Rage Against The Machine. “Insane In The Brain”? Dat wordt gewoon in één lange medley verwerkt. En zo is Prophets Of Rage iets dat perfect op de Main Stage kan. Om drie uur ‘s middags. Zo laat als nu? Zwaar geflatteerd.

Kikagaku Moyo komt uit Tokio en – wat met die kleding en coiffuur – uit de late sixties. Kiewit lijkt voor deze vijf onmogelijk van elkaar te onderscheiden Japanners een tussenstop te zijn op een trip naar de stratosfeer. De band klinkt lijzig, psychedelisch en vet cool. Ze blinkt uit in tantramuziek, wat zoveel wil zeggen als: heel lang toewerken naar een hoogtepunt, en dat ook zo lang mogelijk uitrekken. Zo lang dat je nog werkende hersencellen er serieus van in de war raken en je vergeet welk uiteinde van je sigaret aan je lippen hoort te hangen. Kikagaku Moyo is een beetje zoals Lost In Translation: aangenaam bevreemdend.

Ha, toch een echte headliner op dit uur. Voor u staat nog eens The National, en deze keer mocht u als cadeau voor hun twintigste verjaardag de setlist zelf bepalen. Wat dat geeft? Een setlist die enkele verrassingen oplevert. U koos opener “Rylan” van het recente I Am Easy To Find, maar wist ook feilloos pareltjes uit de oude albums op te vissen. “All The Wine”, uit Alligator, bijvoorbeeld. Verder vallen we niet achterover van verbazing dat maar liefst vijf songs uit High Violet komen. En natuurlijk is het oudste nummer “About Today” van op The Cherry Tree-EP; sommige liefdes slijten niet, ook al zijn ze pas later aangeleerd. En toch valt het op dat met “Conversation 16” en een explosief “England” slechts twee songs worden gespeeld die de groep deze tour nog niet bovenhaalde. Zo uitzonderlijk waren uw vondsten dus niet.

The National @ Pukkelpop 2019 (© Jan Van den Bulck)Het was een set die tegelijk voor herkenning zorgde – alwéér “Mr. November” en “Vanderlysle Cry Baby Geeks” als afsluiters? – als voor verrassing. Blij om nog eens het mooie “Carin At The Liquor Store” te horen, een ode aan Matt Berningers vrouw. “I wasn’t a catch / I wasn’t a keeper”, beseft hij, maar toch werd het iets. Vandaag schrijft ze mee aan de teksten; dat element dat minstens vijftig procent van The Nationals kracht uitmaakt. Een gloedvol “Slow Show” hebben we dan al gehad en vanzelfsprekend mag “Fake Empire” ook niet ontbreken, trompetjesfinale incluis. Wel gek: de volledige set staat zangeres Kate Stables naast Berninger, want zo gaat dat in deze I Am Easy To Find-tour. En toch is ze nauwelijks hoorbaar in de mix. Je ziet haar zingen in “I Need My Girl”, maar je hoort haar niet.

Het gebeurt ongeveer tijdens het subtiele “Light Years” dat ons plots een vergelijking binnenvalt. The National, met zijn rijke, gelaagde teksten en muziek, is het R.E.M. van deze tijden. U mag daar desgewenst eens lustig over discussiëren. Het moet niet altijd over vlaggen gaan.

Wat we dus vooral bedoelen: The National, of u nu de setlist kiest of zijzelf, biedt altijd kwaliteit. Koester deze band zoals hij ons koestert.

Johnny Marr @ Pukkelpop 2019 (© Jan Van den Bulck)“Thank you! That was a good one.” Als u wil weten waar Liam Gallagher niet alleen zijn coupe, maar ook zijn zelfvertrouwen heeft gehaald: Johnny Marr steekt dezer dagen niet meer weg wat hij waard is; hij, en hij alleen, was de muzikale architect van Smiths-klassiekers als “How Soon Is Now?” en “Bigmout Strikes Again”. Je voelt op zo’n momenten dat het publiek, moest dat enigszins kunnen, er een arm en been voor veil hebben opdat de gitarist zich eindelijk in een reünie van die groep zou kunnen vinden.

Dat Marr echter veel meer is dan die vier jaar aan de zijde van Moeilijke Mozz, dat bewijst hij ook. Van zijn periode bij Electronic – die supergroep met New Orders Bernard Summer – haalt hij “Getting Away Wit It” boven, en er is natuurlijk eigen werk. Dat “Hi Hello” waarmee hij eindelijk nog eens zijn trademark jangle bovenhaalde, het erg verse “Armatopia” dat laat horen dat hij nog niet van plan is om de gitaar aan de wilgen te hangen.

En toch zakt het wat in naarmate het concert vordert. “I Feel You” van Depeche Mode is bijvoorbeeld een overbodige cover met een lelijke drumcomputer. Het is pas met het huppelende “Charming Man” – vorig jaar in Trix nog slechts even geteased, nu volledig – dat de vlam opnieuw in de pan schiet. “Easy Money”, sowieso een van de beste solomomenten van Marr, kletst er gezellig achter aan. En dan eindigt Pukkelpop met de zangstonde genaamd “There Is A Light That Never Goes Out”; een klassieker van het niveau dat je op dit festival normaal enkel hoort in een dj-set als die van Eppo Janssen & Friends. Vanavond kan het, zomaar. En Marr beseft het. Triomfantelijk maakt hij nog een overwinningsgebaar en weg is hij; eindelijk in het ererondje van zijn leven. Het is hem gegund.

Op het hoofdpodium ontploft iets waarvan we hopen dat het niet het voltallige Twenty One Pilots is. “Veel pretentie voor een opener, al dat vuurwerk”, bedenken we, en dat zo’n omgekeerde dag eigenlijk best meevalt; je moet energie morsen als ze er nog is.

Wat we eigenlijk willen zeggen: Pukkelpop 2019 was dik ok. Volgend jaar meer van dat en minder van die regen. Dan wordt de wereld ongetwijfeld een betere plek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 2 =