Eurosonic 2018 :: Elke dag 1982

2018 is krap drie weken oud, het mag alweer vooruit beginnen gaan. De eerste topplaten liggen in de winkel, tijd voor een blik in de spiegel die de toekomst heet. Gelukkig toeval: in Nederland hebben ze daar al jaren het heerlijke festival Eurosonic voor. Dik driehonderd aanstormende bandjes uit heel het continent checken op drie dagen? We zijn de deur al uit!

Woensdag 17 januari

“Tja, je moet érgens beginnen, zucht (lh) naast ons. Op Eurosonic wil dat soms zeggen: bij Wit-Russen voor wie het nog elke dag 1982 is. Het is niet al goud wat blinkt, niet al hit wat jodelt op Eurosonic. We zouden niet willen dat u denkt dat het niet hard werken is, wat wij hier doen.

20u. Huize De Beurs     Want jongens, dat Super Besse is niet wat de blurb — “raving live reviews!” — vooraf beloofde, of dat ene nummer op Spotify deed vermoeden. Het klinkt alsof het is weggelopen uit die Top Of The Pops-aflevering uit 1982 waar de homoseksuele kapper die de rest van het decennium zou bepalen een week ziek was, het ziet er niet uit. Raar land, dat Wit-Rusland. En ook Pom Poko valt in der Aa Theater door de mand. Goeie, kriepende post-punkgitaartjes van de Noorse shortdrager links nochtans, maar wat zangeres Ragnhild Fangel Jamtveit tussendoor loopt te doen is ons een raadsel: zanglijnen zonder melodie, een stem met een bereik even beperkt als de liefde tussen de Antwerpse socialisten en Groen, en songs die bijgevolg met haken en ogen aan elkaar hangen. “Get us out of here”, heeft iemand dat nummer al eens geschreven?

20.45u. Vera     De zoektocht naar ander en beter wordt er niet gemakkelijker op, want van de prettige garagerock die Het Zweedse Holy beloofde komt ook al niets in huis. Garagerock, our ass: dit is vervelende, op Beatles geënte psychedelica, gebracht door de families Pretentie en Aanstellerij. Presenteren wij op bas: Lord Byron. Achter de toetsen: een frontman die zijn looks uit Wir Kinder vom Bahnhof Zoo heeft gepikt. Op twelvestring: een bang vogeltje in een glitterjurk. Het had iets kunnen zijn als het ergens naar klonk, maar dat deed het niet. Dan blijft enkel de attitude over, en die was pover, zo zonder muziek. 2018: wordt het echt dit maar?

21.30u. Huize Maas Front     Neen. Pale Honey is immers in alles het tegendeel van landgenoten Holy. Frontvrouw Tuda Lodmark straalt zonder moeite te doen een soort onverstoorbare cool uit, staat met zichtbaar plezier te spelen: de glimlachjes naar partner in crime Nelly Daltrey achter de drums spreken boekdelen. De grunge-achtige rock van het drietal — er is ook nog een extra gitarist/bassist — bewandelt ondertussen een boeiende lijn tussen monotoon en begeesterend. Lodmarks bereik is evenmin groot, maar haar mooie hese stem draagt de melodieën probleemloos, de geloopte, repetitieve gitaartjes van songs als “Get This Things Out Of My Head” spelen mee, “Golden” is strakke rock die naar meer doet snakken. Pale Honey heeft al twee albums uit: we moeten dat meer enkel nog ontdekken.

20.45u. All Round Poolcentrum    &(lh) zijn we ondertussen kwijtgeraakt, maar het berichtje “Aaah, psychedelische rock volgens het boekje” doet vermoeden dat hij bij Blackberries is aanbeland. De vier heren lijken ontsnapt uit de jaren zestig: lang sluikhaar, gebatikte doeken over synthesizers en percussie, en zelfs het hoedje van frontman Julian Müller doet wat belegen aan. Qua looks past de band perfect in het plaatje, maar ook die zweverige, lang uitgesponnen sound klopt als een bus. Toch op het eerste gehoor, want al snel wordt duidelijk dat deze jongens uit het Ruhrgebied meer zijn dan zomaar een genrepastiche. Er zijn de invloeden van sixtiespop en stoner, en de sterke zang van de charismatische Müller. Het komt allemaal het best samen in “Flowers Paint The Sky”, de meest Beatles-esque song van de band, al worden ook hier heerlijke jamstukken, waarin de keyboards de boventoon voeren, niet vergeten. Het even catchy “Kasbab” en “Rhabarbara” zorgen voor het meest hypnotiserende moment van de set. Geef deze band nog meer tijd om iets originelere songs te creëren en ze kunnen zich meten met bands als Goat en Pond.

21.30u. Huis De Beurs.    Lysistrata geeft de toeschouwer geen tijd om te acclimatiseren. Vanaf het eerste nummer speelt het Franse powertrio alsof dit zijn laatste show is. Het is lang geleden dat we bij een post-rockband zoveel overgave zagen, en zoveel decibels te verduren kregen; de storm die dit weekend over België en Nederland trekt, is er niets tegen. Er is niet alleen een geweldige muzikale interactie tussen gitarist Théo Guéneau, bassist Max Roy en drummer Ben Amos Cooper, ook op vocaal vlak springen de vonken ervan af. Lysistrata combineert het beste van Refused, Battles, vroege Foals, And So I Watch You From Afar en It It Anita. Hoogtepunten? “Sugar & Anxiety” — virtuoos, woest en opwindend — en een weergaloos, oorverdovend slot met “The Body Who Stood Above The Earth”. Lysistrata heeft over de taalgrens al heel wat speelminuten verzameld en in hun thuisland stonden ze zelfs al op Rock en Seine te pronken, nu verdienen ze (eindelijk) shows in Vlaanderen. En waarom niet meteen Pukkelpop? In afwachting is er alvast hun vorig jaar verschenen plaat The Thread.

22.15u. Vera     Rondje “Goed in zijn genre”. Pete Restrick van Stereo Honey heeft het soort stem waarmee het aardig “Don’t Leave Me This Way” krijsen is, de band rond hem strooit zijn kunstschoolinvloeden kwistig in het rond, waardoor we niet voortdurend aan Jimmy Sommerville moeten denken. De woelige drums brengen het beste van Wild Beasts in herinnering, de muzikanten spelen strak. Wij weten niet alles, maar onze kop eraf als deze groep al niet flink gerodeerd is in het Britse livecircuit. Nu nog wat straffere songs, en we komen volgend jaar nog eens kijken. Wordt misschien wel wat als ze in Engeland hun adem nog even inhouden en niet nu al “beste van de toekomst ooit” gaan gillen.

22.55u. Doopsgezinde Kerk     Ook voor de liefhebbers, maar dan van all things Coldplay: Callum Beatty, een Schot die dringend eens over een goeie artiestennaam moet nadenken, en de beste Chris Martin neerzet sinds die zijn eigen parodie werd. Ook hij heeft een flink gerodeerde band achter zich die met een stevig “Man Behind The Sun” een potige set inzet, waarin meeslepende pop de hoofdtoon voert. “Bonfires”, bijvoorbeeld, waar geen spatje diepgang in zit maar dat vanzelf tot mee wuiven uitnodigt, of een “We Are Stars” waarin de dreiging van het confettikanon om elke hoek schuilt. In “Miracle” horen we dan weer de degelijkheid van Milow. Kort gesteld: tegen volgende festivalzomer heeft uw puberdochter er ongetwijfeld een held bij.

22.45u. Lutherse kerk     En nu we toch over meisjesmuziek bezig zijn: (lt) is er ondertussen ook even alleen op uitgetrokken. “Stupid cape. I’m never wearing this thing again” gaat het daar bij Fenne Lily, die flink haar best gedaan heeft om er als een soort Bonnie-zonder-Clyde uit te zien, en wat last heeft van de warmte — even later moet ze een nummer opnieuw beginnen omdat ze afgeleid wordt door zweetdruppels op haar rug. Niet dat zij en haar band zo’n woeste, verhitte set neerzetten: veel meer dan spaarzame gitaar en voorzichtige drums is het niet, maar dat is genoeg. Fenne Lily draait immers vooral om de wondermooie stem van de frontvrouw, die ergens tussen London Grammars Hannah Reid en Vashti Bunyan zweeft. De band, die als trio pas aan zijn derde optreden toe is, klinkt lang niet zo folky als die laatste, en een pak minder dramatisch dan de eerste, maar zoekt met songs als “What’s Good” en “More Than You Could Ever Know” naar schoonheid in de eenvoud. En al pakt dat soms iets té simplistisch uit, een zangeres die op haar vijftiende al een kwetsbaar juweeltje als “Top To Toe” schreef, is er eentje om in de gaten te houden.

23u. Der Aa-Theater.     Denemarken grossiert niet alleen in hippe electro, droompop, singer-songwritermuziek en postpunk met Trentemøller, Mew, Agnes Obel en Iceage, ook op vlak van experimentele muziek moeten ze blijkbaar niet onderdoen voor andere landen. SVIN (Deens voor ‘zwijn’) is daarvan het beste voorbeeld. “On this festival there’s a lot of pop music by skinny people, but we can’t do that!”, verontschuldigt bandleider Hendrik Pultz Melbye zich halverwege de set met een knipoog. Thank God dat er in Groningen ook plaats is voor verrassende, atypische bands als SVIN. Met andere woorden: geen band voor de gemiddelde Eurosonicbezoeker, want het is niet over de koppen lopen in de zaal. Wat wil je, met die verzengende mix van free jazz en noise? De tenorsax van Melbye klinkt zo intens dat het (soms) te slopend wordt. Er zitten volume en kracht in sax, gitaar en het drumstel van drumbeest Thomas Eller. Overduidelijk spek naar de bek van trouwe volgers van Colin Stetson, Dead Neanderthals en consorten. Gelukkig was het avondeten van (lh) al even verteerd voor dit sterke staaltje gecontroleerde chaos.

23.35u. Vrijdag Basement     Soms komt een Eurosonicpassage te vroeg. Roe heeft immers heel wat belofte in zich, maar staat op dit kleine kelderpodium nog wat te onvoldragen. De piepjonge, zenuwachtig gibberende, Noord-Ierse heeft een dijk van een stem, en met “Playground Fights” en “Cheek, Boy” enkele straffe songs onder de arm, maar in de karige gitaar-met-een-béétje-elektronicaversies van vandaag vallen ze soms nog wat licht uit. Wanneer ze zich enkel over haar gitaar buigt en iets te over-emotioneel wordt, krijgen we griezelige herinneringen aan het post-Alanis Morrissettetijdperk waarin iemand als Meredith Brooks een blauwe maandag lang een hit had. Dat is jammer, want er zit meer in Roe dan een hysterisch one-hit-wonder. Groeimarge, om maar iets te zeggen. We zien Roisin Donald binnen een paar jaar graag nog eens.

00.30u. Huize Maas Front     Even iets bizars tussendoor? Welja, want Spanje levert vanavond de one man band Vurro. En omdat gewoon wat simultaan drummen en pianospelen niemands aandacht zou trekken, bespeelt deze Vurro zijn orgeltjes in een salopet met niks eronder, en een koeienschedel op zijn hoofd, inclusief horens om zijn hihat te bespelen –- zijn handen en voeten waren immers elders al nodig. Dat levert best een overtuigend potje aanstekelijke, klassieke rock-‘n-roll en boogiewoogie op, maar een halfuur pianogehamer en koeienbellengerinkel is méér dan voldoende retropret voor de rest van dit weekend.

00.30u. Stadsschouwburg     “Eeny, meeny, miny, moe, welcome to the show”: de prijs voor beste intro heeft IAMJJ meteen al beet. Met een stem die neigt naar die van onze Eerste Stuyven van het land brengt deze Deen rock die nu eens bluesy aandoet, dan weer horen we een zweem van Triggerfinger. Goeie band meegebracht trouwens: de invulling van de nummers is om duimen en vingers bij af te likken, net als de bindteksten. “I’ve never been to China, but I’ve had a lot of shoes that were made there” klinkt het droogjes ter aankondiging van “China”. We hadden kunnen vermoeden dat iemand met een tekst als “I think I found God in my Happy Meal” wel gevoel voor humor zou hebben. Nu nog een betere artiestennaam. Mogen wij Deen Daan suggereren?

00u30. Der Aa-Kerk     De nacht is nu echt gevallen en buiten is het bar koud. De warmbloedige electro-akoestische pareltjes van Chapelier Fou, het alter ego van de klassiek geschoolde multi-instrumentalist Louis Warynski, komen dus als geroepen. Warynski intrigeert al bijna tien jaar met een unieke sound die viool en elektronische muziek samenbrengt. Live wordt hij bijgestaan door een uitmuntend toetsenist en dito klarinettist, en die maken het wonderlijke klankenpalet alleen maar rijker. Subtiele beats worden vervlochten met wolkjes ambient en elektronica, tintjes jazz, zigeunerinvloeden en vooral melancholie, véél melancholie. In dat dromerige universum is het best aangenaam vertoeven, zeker na het muzikale geweld van Lysistrata en SVIN. Deze show geeft bovendien goesting om de ongetwijfeld fascinerende discografie van deze muzikant te ontdekken. Chapelier Fou speelt op 21 april op Night Air in Kortrijk, u mag ons dringend advies ter zake ter harte nemen. Uw team overweegt nog een slaapmutsje in Der Witz, en trekt dan AirBnB-waarts. Het worden nog twee lange dagen, dus (lt) en (lh) zijn onverbiddelijk: “Neen. Géén Café Knarie vandaag.” Oké dan!


Donderdag 18 januari

Donderdag. Vanaf vandaag is het voor echt. Het grote publiek mag ook binnen, de rijen voor de deur groeien gestaag. Nochtans is het hard zoeken naar krenten in de pap vanavond: de grote kleppers staan niet gepland, en een paar hete tips op onze lijst halen het festival niet dankzij de storm.

16.10u. Plato     Vier uur, en uw team krijgt alweer wat bandjeshonger. De twintigminutensessies bij Plato en Coffee Company komen dan goed van pas om wat prospectie te doen voor ‘s avonds. Hater moet alvast niet per se in ons blokkenschema. Niets mis met deze sympathieke Zweden, maar wat ze doen, deden Alvvays, Amber Arcades en tientallen andere zoete indiebandjes hen al — beter — voor. Want al rinkelen de gitaren nog zo lieflijk in “Mental Haven” en zit er een mooi meefluitbaar refrein verscholen in “Rest”, het is allemaal net iets te doorsnee om langer dan vandaag te blijven hangen.

17.50u. Plato     Maakt net zoals vorig jaar meer indruk: Témé Tan en zijn warme, Afrikaans getinte knoppengefröbel. De innemende Tanguy Haesevoets heeft voorlopig weinig veranderd aan zijn formule: het blijft licht dansbare, nostalgische elektronica, al lijkt het deze keer allemaal wat forser dan bij zijn vorige passage. Het vrolijke “Ça Va Pas La Tête?” (die kinderstemmetjes!) is nog steeds een uitschieter, en zelfs al kennen we zijn trucjes onderhand wel, het blijft wonderlijk om Haesevoets in de weer te zien met zijn loopstation en drumcomputer zonder ook maar één seconde het contact met zijn publiek te verliezen. Dat eet dan ook als vanzelf uit zijn hand en gooit voorzichtig de heupen los: deze Belg heeft weer wat harten veroverd.

18.10u. Coffee Company.     Glitterend achter haar piano zit Lilly Among Clouds, een jonge Duitse die het drama niet schuwt. Op plaat legt ze een basis van platte beats onder haar songs, maar in deze setting kiest ze grotendeels voor oerklassieke ballads, die vaak nogal pathetisch en wat truttig uitvallen. Als haar stem in het slepende “Everyone Else” echter de laagtes opzoekt en de gepolijstheid achterwege laat, haalt ze ons alsnog even onderuit. Die korte glimps van wat er onder die vingerdikke laag pathos verscholen ligt, bewijst het talent van Lilly Among Clouds, maar er zal nog veel schrap- en schaafwerk nodig zijn om dat ten volle naar boven te brengen.

20u. Der Aa-Theater      “Dit is meer performancekunst. Dit zet je toch niet voor je plezier op?”, merkt (mvs) op terwijl de Italiaanse drummer-componist Andrea Belfi al minutenlang zijn hi-hat aan het geselen is. Deze naar Berlijn uitgeweken experimentele muzikant brengt dan ook geen echte nummers, eerder hypnotiserende soundscapes die concentratie en inlevingsvermogen van de luisteraar vereisen. Eenmaal de bezwerende ritmes en laagjes elektronica binnengesijpeld zijn, is het moeilijk om niet meegesleept te worden door dit muzikale avontuur — check ook zijn plaat Ore, een waar pareltje in het elektronicagenre. Wie de ogen sluit, zou denken dat Belfi met extra muzikanten aan het schitteren is. Niet dus: terwijl hij drumt, bedient hij ook de sampler en synthesizers. Uitermate fascinerend om te zien. En Belfi’s optreden is meer dan een zweverige trip, sommige nummers, zoals “Lead”, hebben wel degelijk een herkenbaar melodietje. We zullen Belfi niet snel op de alternatieve festivals zien, het is en blijft nichemuziek voor een select publiek. Een plaatsje op het Haagse Rewire of het Leuvense Artefact zou echter wel verdiend zijn.

20.45u. Huize Maas     De rij reikt van Huize De Beurs tot Huize Maas. Dat is lang. Héél lang, en veel hoop moeten de wachtenden niet koesteren: links van hen stroomt het professionele volk-met-voorrang ook binnen. Hangt er een geur van hype rond Alice Merton? Het is maar de vraag of dat terecht is, want zo bijzonder is het allemaal niet wat we binnen zien. De Duits-Canadese heeft het soort klok van een stem die we kennen van Florence Welsh, de muziek is potige pop die haar ergens links van Marina & The Diamonds positioneert. Pluspunt: de songs staan er. “Hit The Ground Running” heeft het poppotentieel van de beste Florence + The Machinetracks, “Jealousy” is een goeie ballad. En dan is er natuurlijk het ritmisch aangedreven “No Roots” dat onweerstaanbaar doormarcheert; ook niets vernieuwends, maar meer dan degelijk. Aan de rij achter onze rug te zien wordt het dus wel iets met deze nieuwe popprinses.

21u05. Machinefabriek     Geen corpse paint, satanskruizen of kandelaars bij de IJslandse black metalband Auðn. Alle vijf bandleden zijn keurig getooid in zwarte kostuumvestjes en shirts; een dresscode die we eerder associëren met pakweg Interpol of Editors. Is het genre dat ooit zo controversieel was door moordpartijen en kerkverbrandingen nu helemaal salonfähig geworden? Met de populariteit zit het alvast goed, en anno 2018 kan zelfs Eurosonic daar niet omheen. De meeste nummers die de band speelt, zijn afkomstig van het vorig jaar verschenen Farvegir Fyrndar, een prachtige brok atmosferische black metal. Achter de woeste krijsen, bakken decibels en distortion gaat wel degelijk melodische schoonheid schuil. Elk nummer is een aanzwellende eruptie. Het lijkt wel een vulkaan die woest uitbarst en nog lang blijft nasmeulen in een grillig landschap. Geen betere soundtrack bij een donkere winter in IJsland dan de muziek van Auðn, dat zijn status van een van de vaandeldragers van de bloeiende IJslandse black metalscene bevestigde.

22u10. Machinefabriek     Rode koplampen, flitsende stroboscopen en een volledig verduisterde zaal: welkom in de wereld van Celeste. Dit moet zowat de enige show van het festival zijn waarbij de lichtman geen werk heeft. Ook op muzikaal vlak is deze Franse avant-garde metalband de vreemdste eend in de bijt. Maar zelfs op een metalfestival zou Celeste nog een uitzondering zijn. De mix van black metal, post-hardcore en sludge is live een niets ontziende geluidsstorm, die bijna een verstikkend effect heeft. De muziek doet vooral denken aan de oude Cult of Luna en het agressiefste van Neurosis en Amenra. Tussen de razernij herkennen we gek genoeg enkele nieuwe nummers. Maar eigenlijk moet je een show van Celeste in zijn geheel verteren. Alle nummers worden aan elkaar geregen tot een duistere trip die drie kwartier lang naar de strot grijpt. Wat een band is dit toch. En wat een optreden.

22.15u. Heerenhuis     One Sentence, Supervisor: met zo’n naam verwacht je postrock, we krijgen een vorm van postrock. De krauty ritmes van de latere Mogwai, bijvoorbeeld. So far, so niet al te origineel. Echt boeiend wordt het pas wanneer de Syrische Bahur Ghazi het gezelschap vervoegt op de ud. De versmelting van zijn Arabische luitklanken met de rock van zijn Zwitserse kompanen levert in “Onomatoopeia” een aanstekelijk east-meets-west op dat doet roepen om meer. Afgaand op het “Sale”-bordje dat aan de parasol boven de drummer — ja, wij weten ook niet waarom — bengelt, zijn ze nog een koopje ook.

22.50u. NEWS Café     Haa, het NEWS Café, waar het al sinds jaar en dag een beetje naar kots ruikt in de kelder die voor Eurosonic wordt gebruikt. Gelukkig zijn wij ervaren rotten, die weten dat het in het verste hoekje, helemaal aan de andere kant van het zaaltje, nog het minst stinkt. Of we daarom lang moeten blijven hangen voor Blind Butcher? Mwah. Het bijzondere Zwitserse duo serveert een mix van krautrock, disco, wave en punk die ons de opmerking “Neue Schweizerische Welle?” in ons notitieboekje doet pennen, maar overtuigt daarmee niet helemaal. Een titel als “Staufsaugerbaby” doet een goeie luim in de teksten vermoeden, maar meeslepend worden Christan ‘Blind Banjo’ Aregger en Roland ‘Oklahoma Butcher’ Bucher daarom niet. En daarenboven: wij moeten dringend een Britse hype gaan uitchecken.

22.45u. Vera     Het ziet er uit als een door Gary Glitter geïnspireerde bad trip die Pete Doherty gelukkig nooit had, het klinkt als Gary Glitter die de popmuziek vergat te ontdekken. HMLTD is veel. Zo camp als de pest ook, met kostuums die gaan van visnetkousen en kepies naar middeleeuwse wambuizen. Wat niet meer in de valies paste: songs die naam waardig. Elk nummer lijkt te bestaan uit losstaande stukken en brokken die met haken en ogen aan elkaar zijn gelijmd, enkel het onweerstaanbare “To The Door” — het schalkse drama van Sparks, de “Hou! Ha!”-energie van het jonge Franz Ferdinand — en “Satan Luella & I” stijgen boven die soep uit. En zo wordt het met de Britse Eurosonicinzendingen van de laatste jaren een beetje als met hun Eurosongnummers: je vraagt je af of ze nog wel willen winnen.

00.35u. Doopsgezinde Kerk     Darling West, dat is het koppel Mari en Tor Egil Kreken en een catalogus lieve americanasongs die in deze erg gggristelijke setting wel erg mierzoet aandoen. Prachtig hoor, maar zo klef dat wij er tandpijn van krijgen. Zelfs al is afsluiter “The Sweetest Tune” erg, erg mooi, wij razen alweer door om de luide Belgische vrienden van The K. mee te pikken die ergens in de rand van het festival de Benzinebar aan gort spelen. Noem het een stijlwisseling grand cru. Dat zeggen wij ook altijd als we gaan slapen. Tot morgen!

Vrijdag 19 januari

Dag drie, en de speurtocht naar Nieuw & Tof Lawaai gaat door. Vinden we het soms op een van de sessies in Plato? Wie weet!

15.30u. Plato     The Zephyr Bones stonden immers met stip in ons lijstje te checken bands, maar houden ons in Plato een half uur in spanning of dat nu wel of niet terecht was. Is een openingsnummer nog drie minuten aardige janglepop, dan schakelen de Chileense Spanjaarden al snel twee versnellingen lager met twee songs slome psychedelica die al te gezapig langs sjokt. Het is pas met het einde van de set in zicht dat de angel dan toch tevoorschijn komt. Met het fijne popnummertje “Juglar Child On The Carousel” dat new wavegitaartjes in ere herstelt, krijgen we eindelijk weer iets met enig tempo en een boeiende melodie, de band gooit er vlot nog twee achter aan. Vind ik leuk, zegt onze facebookknop.

20u. Stadsschouwburg     Een nieuwe elektronische jazz-sound, de grenzen van de jazz worden verkend; als vibrafonist Pascal Schumacher de jazz vaarwel zegt voor een nieuw project, worden in de biografie grote woorden bovengehaald. Terwijl het veel simpeler kan samengevat worden: hij is gewoon postrock gaan maken. Daar valt niet over te klagen, want dat Drops & Points dat hij samen met gitarist Maxime Delpierre uitwerkte, heeft zijn verdiensten. Het is subtiele luistermuziek, dat soms een elektronisch laagje meekrijgt, maar vaker moeite heeft om een boeiende spanningsboog op te bouwen en zo wat in vrijblijvendheid blijft steken.

20u30. DOT Dome     Een prachtig planetarium annex theaterzaal en eigenzinnige IJslandse elektropop: het lijkt wel een match made in heaven. Met de nodige zin voor overdrijving kan je de muziek van Högni Egilsson, een combinatie van hartstochtelijk vocalen en gevaarlijke beats, vergelijken met Perfume Genius en Anohni, maar live pakt die mayonaise niet helemaal. De harmonie tussen Högni’s melancholische vertelsels — soms lijkt het of hij dagboekfragmenten voorleest — en verknipte elektronische beats en strijkersarrangementen is soms ver te zoeken. De crooner brengt iets te veel een one man show, met een pathos dat zoveel aandacht opeist dat het vermoeiend wordt. Een beetje vreemd voor een artiest wiens debuut verscheen op het toonaangevende Erased Tapes, het label van Nils Frahm, Peter Broderick, Olafur Arnalds en andere groten.

21u35. Doopsgezinde Kerk     Een van dé ontdekkingen van het festival? Een goed geluimde violist met Motörhead-shirt die luistert naar de klinkende naam Luca d’Alberto en neoklassieke parels maakt die minder melig en mierzoet zijn dan die van landgenoot Ludovico Einaudi. Terwijl Einaudi meer de lente oproept, geeft d’Alberto een melancholisch herfstgevoel waar Max Richter of Olafur Arnalds soms niet ver weg zijn. Het doopsgezinde, intieme kerkje is bovendien de ideale locatie voor zijn bloedmooie arrangementen waarvan de intensiteit versterkt wordt door een pianist en celliste. Wat een gelaagde en emotionele reis! De ontlading bij het publiek is immens, en terecht.

22u15. Huize Maas      Yungblud is de nieuwste Stubru-lieveling en we begrijpen goed waarom. De arrogantie heeft iets van Justin Bieber, de rauwe gitaren doen denken aan de vroege Arctic Monkeys, de Britpopstem refereert aan The Kooks en de woeste beats aan Sleaford Mods, al is dat laatste misschien een belediging. Of het nu “King Charles”, “Tin Pan Boy” of “I Love You, Will You Mary Me” is: Dominic Harrison heeft het talent om infectueuze, poepsimpele nummertjes te schrijven. ‘Alles kapot’, lijkt daarbij het devies van Harrison, zijn drummer en bassist en het publiek springt, zingt en handjeklapt gewillig mee; de fun kan niet op. De toekomstige held van de vijftienjarige Pukkelpop-bezoeker? We durven er gif op innemen.

22u40. Huis De Beurs      Van oppervlakkige Britse radiopop naar Pardans’ tegendraadse postpunk met blazers én viool. Voor (lh) is het even wennen aan de stijlbreuk. Dit verschroeiende zestal is een nieuwkomer in de Deense postpunkscene die met bands als Holograms, Lower, Vår en Marching Church in navolging van Iceage ook internationaal bekendheid geniet. Dat die laatste band ons regelmatig te binnen schiet, is dan ook geen wonder. Ook bij Pardans is er geen plaats voor subtiliteit, bij momenten kan het wel wat gebalder en missen we echte nummers, zeker wanneer de saxofoon letterlijk de boventoon voert. Maar ach, ze zijn nog jong. Voorlopig grossiert Pardans in orkestraal zwalpen, we zijn benieuwd wat de toekomst brengt.

22.30u. USVA

Ondertussen in de sectie “verloren gelopen reporters die nergens op tijd zijn binnengeraakt”: (mvs), die ten langen leste dan maar “ruim op tijd voor Hån, verdomme” naar USVA afzakt. De flard Mogli die hij onderweg meepikt, charmeert meteen. Op papier zouden de vele natuurreferenties het new-agealarm doen afgaan, maar de jonge Hamburgse blijft netjes aan de goeie kant van de grens met zweverigheid. Zelfs de flirt met Enya in “Milky Eyes” kan deze droompop niet onderuit halen, daarvoor zijn de Bat For Lashesachtige melodieën te sterk, haar stem te mooi, en de band rond haar te competent.

23u. USVA     Eindelijk: electropop! Dat heeft nog nooit niemand echt uitgeroepen, maar toch hoort u ons niet klagen over Hån. Met een kompaan op gitaar en toetsen en haar eigen lijzige zang doet Giulia Fontana wat denken aan de dromerige sfeer van Chromatics, al komen haar songs slechts zelden op gelijke hoogte met het werk van Johnny Jewel. Het heerlijke “1986” is zo’n momentje waarop dat wél lukt. Een prachtige toetsenmelodie spreidt het bedje voor een smachtende zanglijn, en Fontana laat zich even verleiden tot een dansje op de rand van het podium. Het is zo’n nummer dat gemaakt lijkt voor mixtapes, een song om te koesteren, maar ook eentje dat de lat legt: alles wat Hån vanaf nu maakt, moet even goed zijn. Laat ons hopen dat dat lukt, want met die nieuwe Chromatics wordt het precies toch niets voorlopig.

23u45. Vera      Tijd voor een stevig potje onvervalste death metal! Het orkest luistert naar de naam Baest. Ingrediënten? Razendsnelle kettingzaaggitaren, donderende drums en een waanzinnig krachtige brulstem, samengebald tot een alles vermorzelende sound die non-stop door de zaal buldert. De voorste regionen gaan gewillig headbangen en al snel is het aantal devil horns niet op twee handen te tellen. Entombed is het grootste voorbeeld voor deze jonge metalheads, maar ook Amerikaanse voorbeelden als Morbid Angel en Obituary zullen in hun platenkast te vinden zijn. En met titels als “Wormlord”, “Marks Of The Undead” en “Rape The Blessed” klopt het plaatje volledig. Zo kan (lh) met een brede glimlach en fors getrainde nekspieren (mvs) en (lt) opzoeken.

00.45u. Simplon Up     De pintjes zijn al lang koud, het is weekend, dus we gaan dansen, dansen, dansen. Waarop? Goeie, ouderwetse, dikke vette trance, want dat is wat Lorenzo Senni in zijn synths heeft zitten. Whaat? Trance? Rustig maar, en laat het ons uitleggen.
Senni weet immers wat hij aan moet met het zo belegen ninetiesgenre, injecteert die typische staccatosynths met een kracht die hij aan een hardcoreverleden ontleende, en ontdoet de muziek van al zijn cheesy connotaties. Dit is opnieuw opwindend. “The Shape Of Trance To Come”, zoals het epische slotnummer het belooft? U hoeft ons niet te geloven, maar onze benen zijn onverbiddelijk: het was in elk geval plezant.

En dat was dit Eurosonic ook. Met een mainstreamkant die zwakker stond dan andere jaren, moest het kruim gezocht worden in de nichegenres, waar wel nog verrassingen te noteren vielen. Ach, eens een jaar wat minder popprinsjes kan ook geen kwaad.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 − vijf =