Dunk!festival 2017 :: De wereld is een dorp, en Dunk! is het gezelligste

Wat weergalmt daar over de Vlaamse Ardeense velden? Een royale dosis gezelligheid vergezeld van een onder delay en distortion bedolven gitaarlijn die gestaag richting crescendo wordt gedreven? This must be postrock. This must be Dunk! Festival. Voor de dertiende keer al strijkt de Belgische hoogmis van de postrock neer in Zottegem, nu al enkele jaren in en rond Jeugdheem De Populier in het landelijke gehucht Velzeke.

Donderdag 25 mei

Fris en monter als de zonnige lenteweides en idyllische akkers die hij net doorkruiste om op het festivalterrein te geraken, betreedt (gvdb) de Main Stage van het festival, zich meteen verwachtend aan een eerste hoogtepunt met het Chileense La Ciencia Simple dat het festival op gang mogen trekken. Postrock by numbers, maar dan wel uitgevoerd met een schwung van jewelste en een gevoel voor melodie waar de meeste van hun genregenoten een puntje aan kunnen zuigen. Helaas krijgt de vijfkoppige groep hier een nogal weinig gedefinieerde podiumsound toebedeeld die hun subtiel laverende muziek niet altijd even veel recht aan doet.

Ter illustratie: ondanks dat we II III IV, de uitstekende tweede plaat van de groep, al verscheidene maanden geregeld beluisteren, hebben we pas na enkele minuten door dat de groep “Semillas” aan het spelen is doordat de typerende hoge gitaarlijnen verdrinken in een waas van opgestapelde bastonen en reverb. Dat soort euvel duikt wel meer op, met een wijds echoënde drumset die daardoor maar moeilijk de benodigde spierballen kan laten horen. Desondanks weet de groep toch vrij gemakkelijk drie kwartier te boeien, en weten ze zelfs helemaal aan het einde van de set met een lang uitgesponnen ambient tapijt dat plots in een verzengende gitaarexplosie belandt ons alsnog bij de lurven te grijpen. Toch maar in het oog blijven houden, deze groep.

Dat is iets minder het geval voor het Mexicaanse Run Golden Boys. Nochtans is de bezetting wel best opmerkelijk te noemen, met een dame aan synthesizer en een kerel aan conga’s en bongo’s in de rangen. Bovendien gooit de groep er geregeld een tempowisseling bij en belandden ze hier en daar in een opzwepend ritme. Leuke elementen, maar ze kunnen niet verhullen dat de melodieën en akkoordprogressies van de groep wel erg doordeweeks zijn en dat de sound zelf niet echt een boeiende cohesie weet te vormen.

De Fransmannen van Lost In Kiev hebben weinig bij te leren op dat vlak. Hun minimalistische postmetal past perfect binnen het Dunkplaatje en weet ook voor de eerste keer de Main Stage tent volledig vol te laten lopen. Met top notch visuals die bovendien een echt narratief lijken te vormen met stukjes voordracht (voor ons helaas quasi onverstaanbaar) en een coherente totaalklank die staat als een huis weet de groep een groot deel van het publiek moeiteloos een hele set in de band te houden. Op vlak van originaliteit of inventiviteit scoren de heren weliswaar slechts middelmatig, maar dat weten ze wel te compenseren met een overtuigend uitgevoerd concert.

Mutiny On The Bounty heeft een nummer dat “Michael Jackson” heet, en hoewel dat ongetwijfeld lichtjes tongue in cheek bedoeld is (hoewel, zijn Luxemburgers grappig?), toont het toch ook ergens het niet te versmaden popgevoel van de groep. De Luxemburgers spelen iets dat gemakkelijkheidshalve als math rock kan benoemd worden, maar daarbij laten ze de vreemde maatsoorten wel grotendeels achterwege om zich in plaats daarvan op catchy ritmes en melodieën te focussen. Bizarre delaygitaartjes à la Battles gekoppeld aan hyperstrakke, springerige ritmes en een fikse dosis postrockdramatiek zorgt voor een lekker feestje in de Main Stage.

En dan duikt het moment van keuzes maken op, want er is een parallelle programmatie in het bos en op de Stargazer Stage. Luide gitaren of iets in het bos met tsjilpende vogeltjes errond? Wij kiezen voor het laatste en trekken naar het Franse M[[O]]ON dat atmosferische gitaren de bomen in stuurt. Ergens tussen de drones van SUNN O))) (die bandnaam geeft het eigenlijk al weg) en de organischere experimenten van Natural Snow Buildings in probeert het tweetal iets te doen, maar daar slagen ze eigenlijk helemaal niet in. Hun drones missen punch en de riffs hangen tamelijk schabouwelijk aan elkaar. Misschien was dat de bedoeling, maar dan snapten wij het geheel niet. Geef ons dan maar de klassieke maar klassevol uitgevoerde sjamanistische drone van Antwerpenaar Ashtoreth die een uur later het bos letterlijk en figuurlijk mag bewieroken met zijn soundscapes en aromatische kruiden.

Tussen die twee bosacts echter het hoogtepunt van deze eerste Dunkdag: The Black Heart Rebellion. Zagen we vier jaar geleden al eens triomferen op dit festival en deden dat kunstje hier simpelweg over, mogelijk zelfs nog indrukwekkender dan destijds. Hoewel de heren recent een soundtrack schreven bij een obscure Iraanse film waarmee ze al enkele keren opgetreden hebben, brengen ze hier een meer conventionele set die ongeveer gelijkmatig put uit de twee recentste platen Har Nevo en People, If You See The Smoke, Don’t You Think It’s Wood They’re Burning.

Die twee platen vormen elk op zich al coherente verhalen met een eclectische maar steek houdende stijlmengeling van elementen uit etnische muziek, drone, postrock, en zelfs wat vleugjes posthardcore waarmee de groep ooit begon. Hier werden de verhalen van die platen naadloos verstrengeld tot een nieuw narratief dat vloeiend bewoog van intense furie naar contemplatieve meditatie en ons vanaf de eerste minuut bij het nekvel greep om op geen enkel moment los te laten. Helemaal aan het einde van de set dreef de groep dat nog naar een ronduit verzengende finale met een mooie gastrol voor Annelies Van Dinter van Echo Beatty.

Een uurtje later op de Main Stage: het Zweedse pg. lost dat vier jaar gelden ook al eens passeerde en toen behoorlijk indruk maakte. We zouden lui kunnen zijn en onze recensie van toen simpelweg kopiëren, want de groep toonde opnieuw dat ze ongenaakbare klasse zijn in het postrockgenre. De heren doen niets nieuws met het postrockgenre, maar brengen het wel met een meeslepende flair en goed uitgewerkte songs.

En dan Swans. Wat kunnen we nog over deze hoofdact schrijven dat niet al elders vele keren geschreven is? Dat het optreden luid was? Het zal u mogelijk niet verbazen dat de gemiddelde geluidssterkte 110 decibel was en dat we bijgevolg enorm blij waren dat we oordoppen hadden. Dat de muziek van de groep spartaans monotoon, gitzwart gekleurd, gierend intens en ronduit vuil en venijnig was voor het gros van de set? Dit was een heel eigen niveau van heaviness dat weinig referentiepunten naast zich duldt. Dat het lang was? Een optreden van Swans is een beetje als het eerste jaar rechten aan de universiteit: je begint met een volle tent, maar uiteindelijk blijven slechts de hardcore doorzetters plakken.Uw dienaar aanhoorde het laatste stuk van het concert ook gewoon vanuit zijn tent, moegebeukt na twee uur gedreun en gebonk, vaker dan niet tientallen minuten lang op hetzelfde akkoord.

Of het een goed concert was? Misschien moet je bij Swans niet in dergelijke termen spreken, maar eerder kijken hoezeer de groep je heeft kunnen meesleuren in hun pikdonkere draaikolk, hoezeer ze je lijf door elkaar hebben kunnen dreunen met eindeloze basfrequenties, en hoezeer je gewoon naar absolute stilte verlangt na hun optreden. Op die niveaus was Swans imposant, al lijkt ons inderdaad dat hiermee het onderste wel ongeveer uit de kan is gehaald met deze aanpak en dat Michael Gira de juiste beslissing heeft genomen om deze tour de laatste tour van deze incarnatie van de groep te maken en even te herbronnen.


Vrijdag 26 mei

Tweede dag Dunk en buiten schijnt de zon op volle kracht terwijl binnen de gitaren loeihard en duister razen. Het kan tellen qua contrast, en om de dag te beginnen liggen de loodzware riffs van Belgen All We Expected en de intense posthardcore van Fransmannen Time To Burn daardoor misschien wat zwaar op de maag. Beide bands brengen hun materiaal uitstekend en met passie, maar zeker na een nachtje teren op de loden wall of sound die Swans gisteren losliet zou voor ons een ietwat rustigere start van de dag zeker welkom geweest zijn.

Het is een euvel dat we gisteren ook wat voelden: Dunk legt wel erg sterk de nadruk op de zwaardere kanten van het postrock verhaal en de dosering van het festival is soms wat zoek met weinig rustmomenten (of het moet bij de ticket office en restaurant zijn waar een retegezellige dorpsfeestsfeer hangt), zeker door de haast continue programmatie. Vandaag is dat des te meer duidelijk op het Bos-podium, waar duidelijk vooral intimistische acts tot hun recht komen. De Antwerpenaren van True Champions Ride On Speed, ondertussen bescheiden anciens in de Belgische math rock, mogen daar vandaag de spits afbijten en staan er wat verloren geprogrammeerd. De drie jongeheren moeten hun dissonante acrobatie aan de man brengen bij een nogal apathisch toekijkend publiek dat zich tussen de bomen heeft genesteld. Ondanks het indrukwekkende bochtenwerk dat het drietal in hun labyrintische songs uithaalt weet de vonk hier dan ook niet over te slaan.

Meer succes eerder op de dag bij het eveneens Belgische Kozmotron dat de genrebenaming space rock wel erg serieus heeft genomen en bijgevolg perfect geprogrammeerd staat op de Stargazer Stage. Terwijl de oudere gitarist en de bassist de sfeer opbouwen wandelt de drummer in een van de pot gerukt ruimtevaartkostuum het podium op om met behulp van theremine, een analoge synth en zelfs de Star Trek groet de sfeer helemaal richting verre sterrenstelsels te duwen. Als hij later het publiek ook nog eens toespreekt met een micro waar een Smurf-effect op zit de sfeer er dan ook in, waarmee de groep zijn verder wat run of the mill psychedelische rock ruimschoots kan compenseren. Het is een verfrissende zelfrelativering op een festival dat verder vooral bands laat horen die hun muziek wel erg serieus nemen.

Neem nu het Australische Meniscus dat samen met landgenoten Dumbsaint (weinig van gezien) en We Lost The Sea (zie onder) is afgezakt naar Zottegem om de latere namiddag op de Main Stage in te palmen. Het drietal van Meniscus speelt postrock die voortbouwt op de kortere, dynamische sound die God Is An Astronaut pionierde. Het is haast griezelig perfect uitgevoerd, met een backing track en visuals die zonder moeite inhaken op wat de muzikanten spelen, maar het overtuigt verdorie wel, zeker in een song als “Overhang” waar de groep vloeiend gas bij- en terugneemt om een wijds berglandschap vol pieken en dalen te schilderen.

Bij Aidan Baker & Karen Willems ging het er een pak spontaner aan toe. Het tweetal bracht net een plaat uit en doet dat kunstje hier nog eens over, maar dan volledig anders, want de vrije improvisatie werd hier volledig omarmd. Door de constante experimenteer- en exploratiedrift van Willems zorg dat er voor dat Baker’s relatief typische gitaardrones volledig boven zichzelf uitstijgen. Dat belandde eerst in klankverkenning om gestaag te muteren tot vurige finales, de ene keer de spanning opbouwend door een intensifiërende drum groove en een andere keer in klassieke free jazz traditie met hectisch geroffel en gefrunnik.

Terug naar de Main Stage voor het kroonstuk van de Australische delegatie: We Lost The Sea bracht een nieuwe plaat (Departure Songs) uit bij Dunk Records en die doet het erg goed bij de fans. Goed gevulde tent dan ook voor dit optreden. Het zestal serveert postrock in de stijl die zo’n decennium geleden mateloos populair was in navolging van vooral Explosions In The Sky. Slepende, emotioneel echoënde elegieën die steevast naar een verwoestend crescendo worden gedreven. Het spel is voorspelbaar, de toon diepserieus en lichtjes pathetisch, maar op de uitvoering valt weinig af te dingen. En doordat de meeste hedendaagse postrockbands een beetje voorbij dat klassiek opbouwende verhaal geëvolueerd lijken, is het wel fijn om je even te laten meevoeren door dit soort classicisme.

Of door de galmende songs van Alma, een Brits trio rond de prachtige stem van Pete Lambrou. De klank komt rechtstreeks uit de postrock, maar laat daarbij de gierende distortion en drums achterwege. In reverb en delay gedrenkte gitaren en lichte synths krijgen des te meer een centrale plaats toegekend, en door het relatief uitgebreid gebruik van loops weet de groep vaak mooi te evolueren van ontroerende verstilling naar verzengende geluidswolken.

En dan, een feestje! De Ieren van And So I Watch You From Afar zitten niet verlegen voor catchy, springerige melodieën en bombastisch knallende songs en bedienen zich rijkelijk van het grote gebaar om dit Dunk publiek uit hun hand te doen eten. Daar slagen ze verdomd goed in ook, want de zaal zingt een hele hoop van de (doorgaans instrumentale) melodieën mee, gaat gretig in op de oproep om ritmes mee te klappen en krijgt een succulente brok mathrock voorgeschoteld. Niet de hoekige moeilijkdoenerij van True Champions Ride On Speed hier, maar toegankelijke songs die bijna elk tot een kleine rave muteren. Het had in feite de perfecte afsluiter geweest voor deze tweede festivaldag.

Maar er volgde nog. Echte headliner Earth bijvoorbeeld: de formatie rond Dylan Carlson dendert ondertussen al bijna drie decennia door de laagste en traagste regionen van de doom metal. Legendarisch genoeg om te headlinen, absoluut, maar het concert is een beetje in hetzelfde bedje ziek als dat Swans gisteren. De muziek van Earth is traag, bijzonder repetitief, biedt slechts zeer zelden een echte ontlading, en is eigenlijk slechts perifeer gerelateerd met de kern van Dunks programmatie. Het trio putte hier haast exclusief uit recenter werk, verder bouwend op de woestijnklank van The Bees Made Honey In The Lion’s Skull, waaruit de titeltrack hier gebracht werd. De ietwat lichtere toon van die muziek, waarin invloeden van country doordrongen, werd elders wel uitgebalanceerd door wat donkerdere riffs vol drietonen, maar echt heavy werd het hier niet. Een uithoudingsbeproeving zoals Swans werd het gelukkig ook niet, want de band speelde maar een beetje meer dan hun voorziene uur en een kwartier. Al was tegen dan het gros van de tent ofwel afgedruipt of ergens onderweg naar verre imaginaire melkwegstelsels.

En zo trekt (gvdb) terug naar de eigen tent en de sterrenstelsels van de slaap, moe maar voldaan van een gulle dosis muziek. Morgen neemt collega en oudgediende bij Dunk (lh) het over om te berichten over een ongetwijfeld opnieuw rijkelijk gevulde laatste festivaldag.


Zaterdag 27 mei

Ha, Dunk! Voor (lh) voelt de heilige festivalgrond in Velzeke aan als thuiskomen. Zoals (gw) al eerder aangaf: op de rijkelijk gevulde laatste festivaldag, viel het ene hoogtepunt na het andere te noteren.

De eerste twee bands van de dag klinken voor de Dunk!habitué vertrouwelijk. Maar wellicht ook ietwat voorspelbaar. Het Italiaanse The Chasing Monster en het Zweedse The Moth Gatherer refereren elk overduidelijk naar hun grote voorbeelden. De eerste band moet het vooral hebben van de melancholische sound van Explosions in the Sky en Mono. De stemsamples en spoken word geven de band nog een eigen identiteit, maar er is nog wat werk aan om er bovenuit te springen. Hetzelfde geldt voor The Moth Gatherer dat herinneringen aan de oude Isis en de landgenoten van Cult of Luna oproept. Wederom een band die steengoed is in zijn genre(s) (postrock meets loodzware sludge) en om die reden de ideale opwarmer voor het andere postrockgeweld op het hoofdpodium.

Wanneer de temperaturen in de grote festivaltent een verschroeiend hoogtepunt bereiken, staat uitgerekend de anonieme doombrigade Briqueville op het punt zijn opwachting te maken. Voor wie niet mee is: dit vijfkoppige Waaslandse gezelschap houdt zich verscholen achter gouden maskers en zwarte gewaden. Samen met het opstijgende rookgordijn dragen die opvallende attributen bij aan het mysterieuze, onheilspellende effect van de muziek; het resultaat van ingenieus knip- en plakwerk met elektronica, soundscapes, breed uitwaaierende gitaren, psychedelische invloeden en stonerriffs.

Geen typische Dunk!band dus, wel zinderende opbouwende stoner/doom. Ook het talrijk opgekomen publiek kan die variatie duidelijk smaken en laat zich meeslepen in de gitzwarte nummers uit Briquevilles tweede, uitstekende plaat. De afsluitende überintense trip is zelfs een van de hoogtepunten van de festivaldag. De band lijkt zelf onder de indruk van het enthousiasme en applaus. Achteraf krijgen we nog te horen dat de drummer van z’n stokje zou gegaan zijn door de hitte. Waarom verbaast ons dat niet?

Als tussendoortje is er het Amerikaanse Set and Setting, dat ons meteen doet denken aan Russian Circles en Year Of No Light. Hoe dat komt? De band mixt snoeiharde beukstukken met (black) metal en subtielere, langer uitgesponnen passages. Oorverdovende melancholie met andere woorden. Als de band de dynamiek en spanningsopbouw nog wat kan bijschaven, kan het misschien eens op tour met bovenstaande acts. In de gaten houden dus, ondanks de nietszeggende bandnaam.

En opnieuw kan menig experiment gevonden worden met de intimistische acts in het bos. En ook op zaterdag gaat het om moeilijk classificeerbare muziek. Vooral de composities van BARST zijn behoorlijk definieerbaar. Bovendien geven componist-bandleider Bart Desmet en zijn vier muzikanten telkens een andere invulling aan de nummers. Waar we vroeger wel eens aan Godspeed You! Black Emperor dachten, is nu de loodzware noise van Fuck Buttons gevaarlijk dichtbij. Daarnaast horen we ook wat free jazz en industrial beats. Combineer dat allemaal met de bezwerende saxofoon van Femke De Beleyr, oerschreeuwen van Thibaud Meiresone-Keppens en opzwepende percussie. Bent u nog mee? BARST bewijst in ieder geval opnieuw dat het tot een van de fascinerendste acts van ons land behoort. Op voorwaarde dat je er voor openstaat — op Dunk! blijkt dat geen probleem getuige het druk bevolkte bos.

Ook Syndrome en CHVE, soloprojecten van respectievelijk Mathieu Vandekerckhove en Colin H. Van Eeckhout van Amenra, werden opnieuw uitgenodigd voor het festival. Ook zij mogen aantreden op het prachtige bospodium; Vandekerckhove in tegenstelling tot vorig jaar met een nieuwe plaat onder de arm (Forever And A Day, verplichte aanschaf!). Beide acts zijn introspectief, meditatief en breekbaar, maar toch anders. In het Dunk!bos zijn we getuige van hun muziek in zijn puurste vorm.

Vandekerchove brengt met gitaren, drones, ambient, getokkel en baritonstem een bloedmooie performance met immense impact. Zorgde hij de perfecte overgang van dag naar valavond, ergens tussen acht en negen uur, dan is Van Eeckhouts performance de perfecte soundtrack bij de nachtelijke duisternis. In plaats van een gitaar gebruikt CHVE een hypnotiserende draailier, een resem effecten en loops, en spaarzame percussie, die inslaat als een pulserende harteklop. Een danseres en het geritsel van bladeren geven de geluidsstorm een magisch effect. En opnieuw zijn we overweldigd.

We zouden bijna vergeten dat er nog pure postrock geprogrammeerd staat. Na Syndrome draaien we de muzikale knop om voor het Amerikaanse Pray for sound. Die bandnaam mag je letterlijk interpreteren want de band zet een indrukwekkend geluid neer. Ook de melancholische zielen onder het publiek hebben er ongetwijfeld hun hartje aan verloren. Pray For Sound is niet bijster origineel, maar de muziek zit strak in elkaar en de melodieën zijn prachtig te noemen. Een postrockband met veel groeipotentieel.

Na de zinderende set van CHVE hebben we al het gevoel dat het welletjes is geweest. Een prachtige afsluiter is het. Maar een in bloedvorm verkerend God is An Astronaut houdt ons recht. Meer zelfs, de Ieren doen nog beter dan drie jaar geleden, toen het festival voor de eerste keer plaatsvond op de weide in Velzeke.

Een eerste hoogtepuntje van de best of-set (de band viert zijn vijftiende verjaardag) is “Echoes” en laat andermaal horen hoe het collectief rond de broers Niels en Torsten Kinsella zich onderscheidt van andere postrockbands. Hun sound is vrij poppy te noemen en ondanks de oorverdovende, verzengde gitaren komt de muziek nooit loodzwaar over. Nog een constante: de voortdurende spaciness. Die bandnaam blijft dus een schot in de roos.

Ook het met elektronica opgesmukte “All Is Violent, All Is Bright”, een prachtig “Fragile” en het aan Chris Cornell opgedragen “Forever Lost” blijven uitstekende nummers die na meer dan een decennium overeind blijven. Vooral “Forever Lost” — nogal eighties door de synths én toch verschroeiend — blijft nog even nazinderen. Met “Suicide By Star” delen ze nog een laatste kopstoot uit. Anno 2017 weet God Is Astronaut nog altijd te boeien. Ierland boven dus wat de headliners betreft, want And So I Watch You From Afar deed het al uitstekend op vrijdag.

Dunk!festival slaagt er elk jaar in om een goed evenwicht te brengen tussen verbredende, experimentele acts en de echte postrock. Dat er in de postrock nog altijd parels schitteren, bewijst de editie van 2017. Ook de herschikkingen op het festivalterrein wierpen hun vruchten af. Dunk! is en blijft het gezelligste festival onder de alternatieve spelers. We tellen nu al af naar de editie van volgend jaar. Maar voorlopig rammen we nog eens All Is Violent All Is Bright van God Is An Astronaut door onze speakers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vier =