Dunk!festival 2018 :: Variatie troef op ijzersterke veertiende editie

De veertiende editie van dunk!festival, het Belgische festival bij uitstek voor postrock, postmetal en aanverwante genres, was een schot in de roos. De bezoekers werden drie dagen lang ondergedompeld in intense en hevige muziek uit uiteenlopende stijlen en dito windstreken.

Met duizend betalende bezoekers per dag was dunk!festival nagenoeg uitverkocht. En de dunk!festivalgangers komen lang niet alleen uit eigen land: al jarenlang komt 50 procent van de bezoekers uit het buitenland. Zo zien we op de camping veel nummerplaten uit Duitsland, Nederland en Zwitserland, en raken we op het festivalterrein aan de praat met enthousiaste Franse bezoekers en zelfs een Egyptenaar. Allemaal komen ze voor hetzelfde doel naar het landelijke Velzeke: drie dagen intense muziek. Sommigen blijven het gemakkelijkheidshalve postrock noemen. Dat label is van toepassing op bands als het Amerikaanse Ranges, dat vrijdag indruk maakt op het hoofdpodium. De melancholische postrock is verre van origineel, maar wordt wel loepzuiver en energiek gebracht. Dromerige passages worden voortdurend afgewisseld met gitaaruitbarstingen en er zijn geen vocalen te bespeuren. EF, ondertussen een veteranenband in het genre, laat een nog meer romantische, emotionelere kant van postrock horen en maakt daarvoor spaarzaam gebruik van stemmen. De Zweden krijgen een volgestouwde tent volledig stil tijdens afsluiter “Final Touch/ Hidden Agenda”. Opmerkelijk: op de subtiele tonen van de melodica gaat het publiek vooraan zitten. Het zegt veel over hoe goed de toeschouwers de muziek van de groepen op het festival kennen — of gewoon aanvoelen.

Het Canadese Appalaches en Indische aswekeepsearching brengen op zaterdag ietwat stereotiepe postrock zonder echte uitschieters. Op dunk!festival zijn er echter genoeg andere bands bij wie we niet meteen aan pakweg Explosions In The Sky of Mogwai moeten denken. Elk jaar probeert de festivalorganisatie een evenwicht te vinden met andere genres (van doom metal over neoklassiek tot elektronica) én opvallende Belgische acts, en daarin is ze ook deze editie geslaagd.

Loodzware trip

Neem nu het Limburgse Hemelbestormer, dat het publiek bijna vijftig minuten in trance brengt met een loodzware mix van doom metal, ambient en instrumentale rock. Je zou de muziek op basis van het volume en gitaarpartijen als metal kunnen bestempelen, maar het is veel meer dan dat. De geduldig opgebouwde composities moet je voelen, langzaamaan onder de huid laten kruipen. De lichtshow maakt de loodzware trip alleen maar intenser. Eveneens verpletterend op de eerste festivaldag is Cloakroom, weliswaar een muzikaal buitenbeetje op het festival. De sound van deze Amerikaanse bende gaat meer richting shoegaze. Tijdens topsongs als “Time Well”, “The Passenger” en “Seedless Star” — allemaal afkomstig van Time Well — moeten we voortdurend denken aan My Bloody Valentine en het recentere Nothing. De band kan de grote massa echter niet boeien. Wellicht heeft Cloakroom iets te weinig post-gehalte voor de gemiddelde dunk!bezoeker.

Dé ontdekking in het postmetalgenre is ongetwijfeld Au Revoir, dat, in tegenstelling tot wat de naam suggereert, uit de Verenigde Staten komt en op vrijdag mag aantreden. De groep was vorig jaar op dunk!USA zo overtuigend dat de organisatie besliste hen ook naar Velzeke te laten afzakken. Met donderende drums en verschroeiende, repetitieve gitaren die telkens opbouwen naar een oorverdovende, meedogenloze climax, brengt de band de volhouders in trance. Au Revoir is perfect voer voor fans van Amenra, Neurosis en Isis. Het overdonderende applaus op het einde van de set is dan ook meer dan terecht.

Er is zelfs plaats voor beukende stonermetal. Elk nummer van Huracán is een — onze excuses voor de omschrijving — orkaan van jewelste. Deze Antwerps-Gentse groep mag het publiek op zaterdag wakker schudden en van zijn afterparty-kater afhelpen. Hoogtepunten zijn er genoeg: een nieuw nummer, geïnjecteerd met zware blues en punk, dat vroeg aan bod komt in de set, “Realm Of Instability” (check die monsterriffs!) en een beukend “Man Who Stares At Goat”. Het groovy spel van de gitaristen doet denken aan het beste van Black Tusk en Red Fang, maar toch hebben deze energiekelingen een eigen, dwarser geluid, volgestouwd met voortdurende ritmewendingen, interessante melodieën en gevarieerde vocalen. Het is niet eenvoudig om in de stonerscene origineel uit de hoek te komen, maar Huracán slaagt daar wel in.


Magie tussen de bomen

Maar er is meer, veel meer te ontdekken. Sinds de organisatie in 2014 van de fuifzaal van de Bevegemse Vijvers verhuisde naar een echt festivalterrein in het landelijke Velzeke, is het festival alleen maar beter geworden. Dit jaar werd het tweede Stargazerpodium in de kleinere tent afgeschaft ten voordele van het bospodium. Dat kreeg een groter afdak om de muzikanten te beschermen tegen eventuele regen, maar verder werd er zo weinig mogelijk ingegrepen. De intieme en sfeervolle locatie geeft meteen een magische touch aan de heerlijke filmische postrock van het Antwerpse I Am Wolves.

Op dit bijzondere podium kwamen vooral andere genres aan bod. Donderdagavond, in volle duisternis, vormt het bos het perfecte, haast spookachtige kader voor de industrial rock van het Brusselse Thot. Niet elk nummer is van hoogstaande kwaliteit, maar het gezelschap gaat bijzonder energiek te keer met wel heel passionele vocalen en voorziet zelfs een performance met een buikdanseres. Een gedurfde zet die gesmaakt wordt door het publiek, ondanks het feit dat het geen typische dunk!muziek is. Ook de oosters geïnspireerde doomrock van Wyatt E. krijgt dankzij de locatie een mystiek tintje. Met Exile To Beyn Neharot bracht de band rond Sebastien von Landau (The K.) vorig jaar een bezwerend meesterwerk uit. Het trio voert, gekleed in gewaden als een kruising tussen een boerka en iets uit Star Wars, met herhalende riffs en hypnotiserende drums het overwegend zittende publiek mee naar de woestijnlandschappen van het tweestromenland. Alsof OM en Godspeed You! Black Emperor op pelgrimage trekken naar een mythisch land waar de weedplanten zo hoog als dennenbomen groeien.

Iets helemaal anders bij Jo Quail: gewapend met een elektrische cello (een visueel gedrocht van jewelste, maar blijkbaar populair bij dunk!-artiesten, want later die dag duikt er ook een op bij The Ocean) en een looppedaal brengt de sympathieke Britse jongedame atmosferische instrumentals. Daarbij verkent ze op fijne wijze de mogelijkheden van haar instrument, laverend tussen gestaag opgebouwde drones die mooi interageren met de vogeltjes in het bos en meer energieke ritmes die ze met allerhande onconventionele speeltechnieken uit haar instrument tovert. Een nummer van haar aankomende nieuwe plaat was een klein hoogtepunt: diffuse klanken die aanvankelijk willekeurig ingespeeld lijken, muteren halverwege de song tot een ingenieus ritme waarop Quail lyrische lijnen kan spelen. Alleen spijtig dat net in dat hogere register de elektrische cello er niet alleen lelijk uitziet, maar ook nog eens zeer slapjes begint te klinken.

Ook op zaterdag zorgt een gevarieerde plejade aan acts voor intense hoogtepunten. Het piepjonge Duitse duo Father Sky Mother Earth doet met zijn slepende dronemuziek enorm denken aan Earth, maar naarmate de set vordert gaat een origineler, trance-opwekkend geluid domineren. Het is de eerste show van de band buiten Duitsland; ideaal om tot rust te komen na de keiharde sets van Huracán en het Duitse Cranial. Alleen jammer dat er geen live drummer bij is. Ook Jeffk hanteert het less is more-principe. Met lang uitgesponnen, delayende gitaren, loodzware bassen en krachtige drums zorgt de groep voor een afwisselend spacy en groovy trip. Nog een ontdekkinkje, dus. Het Engelse duo Worriedaboutsatan brengt als avondlijke afsluiter op zaterdag een magische, sfeervolle elektronicaset.

Uit alle windrichtingen

Dunk!festival gaat steevast op zoek naar beloften en verborgen parels uit landen waarvan je niet meteen verwacht dat er een bloeiende postrockscene te vinden is. De meerderheid laat telkens een ander geluid horen. La Bestia de Gevaudan, de openingsband van het festival, combineert een indrukwekkende wall of sound met sfeervolle gitaarstukken en screams. De tweede, eveneens Chileense, groep van de eerste dag, Tortuganonima, doet ons sterretjes zien met mathrock, jazz en progrock. Soms moeten we denken aan het virtuoze van The Mars Volta, waarvoor hulde, maar andere nummers neigen dan weer iets te veel naar veredelde jamsessies. Op die momenten is Tortuganonima een doolhof waarin we iets te snel de weg kwijt zijn. Ze zorgen wel voor het eerste (bescheiden) handjeklapmoment van het festival. Kort samengevat: een bijzondere band die twee gezichten laat zien.

Op vrijdag liet Ohgod uit Zuid-Afrika een loodzware, progressieve variant van postrock horen. We horen niets wereldschokkend, net als zaterdag bij aswekeepsearching. Een van de opmerkelijkste groepen van het festival, Zhaoze, kan de (hoge) verwachtingen echter niet inlossen. Zhaoze bestaat al sinds 1993 en maakt gebruikt van guqin, een traditioneel Chinees snaarinstrument. De combinatie van epische postrock en traditionele muziek klinkt op plaat magisch, maar het eerste deel van de set is jammer genoeg een rommeltje. Wellicht ligt het aan de zenuwen, want in de tweede helft gaat het geheel strakker klinken en krijgt het ei zo na filmische proporties. Het afsluitende nummer van de set is zelfs zo intens dat het doet denken aan de stevigste uitbarstingen van Sigur Rós.

Wat later horen we ook een wat afwijkend geluid bij het Noorse SOUP, dat duidelijk goed geluisterd heeft naar de exploraties uit de vroege jaren van Pink Floyd. Die laatste duikt ook op als belangrijke referentie bij Grails, een band die eigenlijk al een slordig decennium geen echte postrock meer speelt. Waren hun debuutplaten nog schatplichtig aan Mogwai, dan begonnen ze gaandeweg te experimenteren met alles wat zich ophoudt in de gouden driehoek psychedelica, oude pornosoundtracks en prog rock (en ja, ook wel wat Pink Floyd). Op hun vorige passage in Het Bos wist de groep niet geheel te overtuigen, maar met een andere line-up (met onder meer Ilyas Ahmed op gitaar) was onze hoop opnieuw wat gegroeid. En inderdaad, de groep klinkt een beetje vrijer, wat composities als “Origin-Ing” en “Daughters Of Bilitis” (dat hier veel potiger klonk dan op plaat) ten goede komt. Al blijft vooral Emil Amos’ sturende aanwezigheid bepalend en zorgt zijn half geïmproviseerde aanpak op zowel drums als gitaar soms voor een wat richtingloos gejam. In feite zouden we Grails graag eens wat radicalere keuzes zien maken: ofwel volop voor de jam gaan en de nummers live hertimmeren, ofwel ze wat spitser en trouwer aan de opgenomen versies brengen.


Op safe spelen met headliners

Tot slot zijn er ook de headliners, die zich in tegenstelling tot vorig jaar allemaal ontpopten tot absolute publiekstrekkers. Het festival heeft zich vorig jaar een beetje verslikt in veeleisende shows van Swans en Earth en speelde dit jaar om die reden op veilig met drie groepen die al eerder bewezen hadden de festivaltent tot ontploffing te kunnen brengen. Caspian deed dat op donderdag met een verschroeiende, überstrakke set waarin zowel oud als nieuwer materiaal aan bod kwam. Als hyperconceptuele band koos The Ocean er dan weer voor om een integrale uitvoering te brengen van de tweede helft (Proterozoic) van hun massieve derde plaat Precambrian (2007). De band doet dat als een perfect geoliede machine die met haast maniakale precisie blast beats, diep dreunende riffs, atmosferische gitaarpartijen en lyrische cellopartijen (weliswaar weer met zo’n spuuglelijke elektrische variant) aan elkaar rijgt. Na een uur daarvan volgde nog een bisrondje klassiekers met vooral een massief “Firmament” in de aanbieding. The Ocean serveerde een weinig verrassende maar wel bijzonder efficiënte pletwals waardoor het dunk-publiek zich maar al te graag murw liet beuken. Als laatste headliner zette het Amerikaanse Russian Circles zaterdag op gelijkaardige wijze een verpletterend punt achter de veertiende editie, hoewel de setlist twee jaar geleden beter was en de show nog indrukwekkender.

De subheadliners op vrijdag en zaterdag bewijzen wel dat er nog ruimte is voor bekendere acts die nog niet op het festival gestaan hebben. Rosetta, overduidelijk een band waarop het dunk!publiek al even zat te wachten, bracht epische postmetal en was de ideale groep voor wie Isis mist of al even op een optreden van Neurosis of Cult Of Luna wacht. Elk nummer komt aan als een kopstoot. Het Franse Les Discrets is meer spek naar de bek van de liefhebbers van het melancholische werk. Met een bijzonder fraaie mix van hevige shoegaze, zweverige postrock en subtiele droompop zorgt de band rond multi-instrumentalist Fursy Teyssier voor het ene kippenvelmoment na het andere. Ergens in publiek staat een koppeltje innig te kussen; een beeld dat het optreden dat emotioneel weet te raken op geweldige wijze samenvat. “Alweer intense shit”, denken we voor de zoveelste keer. En toch is het weer een andere variant van de muziek op dunk!festival die ons drie dagen lang bij het nekvel heeft begrepen. Het festivalseizoen kon niet beter gestart zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + dertien =