Thurston Moore :: 17 november 2016, Les Ateliers Claus

In het vorig decennium, maar net zo goed in dat daarvoor en, volgens de overlevering, zelfs in dat dààrvoor, was er — hoe slecht je dag, week of maand ook was of welke storm weer over de wereld raasde — altijd iets om je aan op te trekken: vroeg of laat zou Sonic Youth een concert in de buurt geven. Nu die zekerheid al een flinke poos weggeslagen is, klampen sommige tieners op jaren, zoals (rv) ze zo mooi omschrijft, zich vast aan elke strohalm, bijvoorbeeld een passage van Thurston Moore in de wonderlijk gezellige Ateliers Claus.

“Thurston Moore & Friend(s)”, zo werd het concert zonder al te veel verdere poespas aangekondigd. “We are not into music, we are into chaos”, het idee dat Moore debiteert op zijn meest recente release Heretics in gedachten, kan in zo’n geval alles verwacht worden.
Moore komt echter alleen, met een twaalfsnarige akoestische gitaar, het podium opgewandeld, zet zich neer en begint aan wat, na een kwartier, een monumentale versie van “Forevermore” blijkt. De song die op het twee jaar geleden verschenen The Best Day met behulp van een volwaardige band gensters sloeg, geeft ook in deze omstandigheden vonken.

En dat blijkt nog maar het begin. Moore draagt “Speak To The Wild” op aan zij die in New York en elders in de VS op straat komen tegen de demagoog van white power. Hij mag dan soms wat onbeholpen klinken — kampvuren succesvol opluisteren zit er nog niet onmiddellijk in — maar het vuur waarmee Moore musiceert is niet minder dan een bosbrand. Het van de in januari te verschijnen nieuwe plaat geplukte “Turn On” start bijvoorbeeld als een helder, klaterend beekje om plots een bocht te nemen, waarop een waanzinnig kolkende rivier je meesleept. Als dit op akoestische gitaar al zo’n effect heeft, dan is het verheugd wachten op wat een bandversie geeft.

Nuja, akoestisch: “Aphrodite” zoekt de grenzen op van wat onder die omschrijving te klasseren valt: dit is punk, maar ook weer niet. Het is sonic: hoe een semi-zachte gitaar in een bad van distortion gedompeld wordt. Niemand maakt op zo’n mooie manier lawaai.
Zelfs wanneer het gaat om een nog rudimentaire, wegens pas geschreven, song. Met “Miss Liberty” zet Moore frontaal de aanval in op de figuur die weldra zijn intrek neemt in het Witte Huis. “Scumbag”, noemt Moore hem verontschuldigend, de muzikant wil niemand beledigen, maar vindt geen accuratere omschrijving.

Wie voor muzikale hoop in bange dagen zorgt, en dat al ruim drie decennia doet, hoeft zich echter niet te verontschuldigen. Moore weet wonderwel het evenwicht te bewaren tussen schoonheid en woede, tussen pamflet en poëzie, een oefening waar pakweg Crass en Black Flag, ondanks alle goede bedoelingen, meer moeite mee hadden. De ondertussen wel heel opgeschoten puber die hier, alsof het allemaal vanzelf gebeurt, muzikaal vuurwerk verzorgt, heeft uiteindelijk maar één boodschap: don’t let the dark get you lost. Zolang er af en toe een concert als dit plaats vindt, moet dat lukken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 3 =