An Pierlé :: Arches

An Pierlé, de nimf die op die zondag in het Brugse Minnewaterpark op haar felbesproken zitbal ons puberhart sneller deed slaan, heeft met Arches wat ze zelf noemt een nieuwe popplaat uit. Het is het eerste deel van een diptiek en, belangrijker, het is pop zoals het dat enkel in Pierlé haar wereld kan zijn. Verwacht geen makkelijk weghappende songs met akoestische gitaar in de hoofdrol. Het Grote Gevoel, passie in goede en kwade dagen, getoonzet door het orgel, kaapt hier de hoofdrol weg.

Pierlé was in 2012 de Gentse stadscomponiste en raakte in die hoedanigheid vertrouwd met het orgel van de Sint-Jacobskerk. Hoe vertrouwd juist, blijkt uit elke track op Arches, waar het orgel misschien wel steevast prominent, maar zelden al te opdringerig aanwezig is. Enkel op openingstrack “Feel For The Child” heeft dat orgel wat last van manifestatiedrang, wat het nummer in combinatie met Pierlés naar Florence neigende stemgeluid iets mystieks geeft — alsof Hadewych zelf zich ermee gemoeid heeft. De pathos — noblesse oblige bij een dergelijk geluid, maar Arches is allerminst een pathetische plaat geworden — viert hoogtij, maar dat stoort op geen enkel moment.

Voor al het overige staat het orgel vooral prominent in dienst. “Certain Days” is brozer dan de meeste nummers op de plaat, en het samengaan tussen reverbgitaar, drummachine en de kerksetting — het hele album werd ook opgenomen in voorgenoemde kerk, dat als setting meer de vitaliteit van zwarte gospel dan de kneuterigheid van Vlaamse misvieringen uitdraagt — getuigen van een zelden geziene ambacht in Vlaanderen. Meer woordelijke dadendrang in “Vibra”, dat Joan As Policewoman schijnbaar uitkleedt, en muzikale in het machtig gezwollen “The Road Is Burning”, waarbij zowel het orgel als het klavier een aantal mokers te incasseren krijgen, en Pierlé zweverig de boel bijeenzingt.

Het meest genoten we evenwel van de rustpunten op dit album. “There Is No Time” is met zijn gedwongen optimisme een hoopvolle boodschap met weerhaken. Het engelengezang werd ingewisseld voor meer aardse toonladders, het geheel is een kostbaar kleinood. Ook afsluiter “Chasing Tides” bekoort, met haar nieuwe lente en nieuw sfeervol geluid, een heel arsenaal aan beelden oproepend.

’t Zijn vooral “Bird Love Wires” — dat ons dan weer net te veel aan Florences weelderigheid deed denken — en “Dragon JM” — Daenarys Targaryen in gevangenschap — die een clean sweep in de weg staan, maar los daarvan is Arches wel een eigenzinnig sterke plaat. Een plaat die volgens de perstekst goed naar Roxy Music’s Avalon geluisterd heeft, maar daar mag vooral Bryan Ferry zich gevleid bij voelen. Vloeken in de kerk, moet kunnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 1 =