St Germain :: 23 februari 2016, AB

Vijftien jaar afwezigheid heeft de populariteit van St Germain niet aangetast. Eind vorig jaar vulde de Franse housegod in geen tijd de AB en ook voor de herkansing van vanavond vlogen alle kaartjes meteen de deur uit. In tegenstelling tot vorig jaar wist Enola nu wel de hand te leggen op een ticket, en trokken we vol verwachtingen naar Brussel.

Vlak na de eeuwwisseling was St Germain alomtegenwoordig. Op zijn doorbraakplaat Tourist koppelde deze Ludovic Navarre jazzy klanken aan Franse housebeats, een combinatie die aansloeg bij jong en oud. Van Wikipedia en YouTube was toen nog geen sprake, de WTC-torens stonden nog recht en zou het nog zeven jaar duren vooraleer de eerste iPhone zou verschijnen. Om maar te zeggen dat er sindsdien heel wat veranderd is, niet in het minst op het vlak van elektronische muziek, waarin vijftien jaar een eeuwigheid is. Al die tijd bleef het akelig stil rond de Parijzenaar. Tot hij vorig jaar helemaal uit het niets een nieuw album uitbracht, simpelweg St Germain getiteld. Hierop verving Navarre de jazzelementen door West-Afrikaanse muziek.

Samen met zijn Afrikaanse vrienden, onder meer uit Mali en Senegal, trekt hij op tour om dit album voor te stellen. Ze betreden het podium van de AB met zijn achten, waarvan Navarre zelf de minst opvallende is. De Fransman stamt duidelijk nog uit de periode dat dj’s van hun anonimiteit hielden, en stelt zich nederig op in de tweede linie. De bandleden bespelen een uiteenlopend arsenaal aan instrumenten, waaronder typisch Afrikaanse zoals de ngoni (een met dierenhuid overtrokken voorloper van de banjo), maar evenzeer Zuid-Amerikaanse als de conga en meer Westerse zoals bas en keyboards.

Tijdens het nieuwe “Real Blues”, met de herkenbare sample van de Amerikaanse blueszanger Lightning’ Hopkins, krijgen de muzikanten meteen de tijd om duchtig te soleren. Leuk voor even, maar toch had Navarre de touwtjes vanavond iets strakker in handen mogen houden. Vooral in de oudere nummers werken de Afrikaanse toetsen eerder storend dan verrijkend. Zo smaakt “Rose Rouge” naar zandgeel woestijnzand, door de toevoeging van onder meer de typisch Afrikaanse snaarinstrumenten. “So Flute” blijft trouwer aan het origineel, al valt de beat wat lomp in en kan de brave man die de taak kreeg om de typerende dwarsfluitpassage te spelen, niet altijd volgen. De minutenlange congosolo aan het eind van het nummer is van een bedenkelijk niveau en voegt dan ook weinig tot niets toe.

En zo wordt de gestileerde, subtiele muziek vaak al te opzichtig aangekleed. De beste nummers zijn daarentegen die waarop Navarre de leiding neemt en de focus behoudt. Op “Hanky Panky” herstelt hij de hypnotiserende groove in ere, in plaats van hem te laten stuksoleren door zijn bandleden. Een occasionele dwarsfluit heeft een toegevoegde waarde, maar vernielt het nummer niet. Ook “How Dare You”, “Sittin’ Here” en oudje “Sure Thing” worden beheerst gebracht: spannend, verfijnd en verslavend. Dat zijn ook de boterzachte, exquise housebeats waar de piano van “Family Tree” in uitmondt tijdens de bissen. Dit is, hoe je het draait of keert, waar St Germain in excelleert.

Op andere momenten voelde het vanavond te vaak aan alsof je een willekeurige tent binnenstapte op Couleur Café, vroeg in de namiddag om even aan de blakende zon te ontsnappen. En dat is, met alle respect, de naam St Germain onwaardig. Of Navarre hier opnieuw vijftien jaar zal kunnen op teren, blijft dan ook maar de vraag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 3 =