Beach House :: Depression Cherry

Verschijnen de eerste barstjes in het Beach House-verhaal? De band, die tot nu toe een vlekkeloos parcours reed, laat de luisteraar enigszins op zijn honger achter met Depression Cherry. De vijfde van de band grossiert in aangename achtergrondmuziek, maar beklijft slechts zelden.

Met het in stilte passeren van zijn tiende verjaardag, behoort Beach House sinds vorig jaar tot het select kransje bands dat deze eeuw aan een opmars begon en niet na een eerste album in de anonimiteit of irrelevantie verdween.
Vier platen lang reden Victoria Legrand en Alex Scally een nagenoeg perfect parcours. Met hun eerste twee platen vonden ze zowat eigenhandig het dreampopgenre uit, een 21ste-eeuwse stroming die voortborduurt op de verwezenlijkingen van de shoegaze en dat combineert met zowaar een interessant element uit ijle synthesizerpop.

Met Teen Dream en Bloom bouwde het duo uit Baltimore zijn sound verder uit en werd, twee ook vandaag nog imponerende platen onder de arm, een behoorlijk groot publiek bereikt. Maar wat doe je daarna? Het verhaal van Beach House leek verteld en naarmate de tijd verstreek sinds het verschijnen van Bloom leek het steeds minder voor de hand liggend dat er nog een vijfde plaat zou komen.

Die is er nu toch, heet Depression Cherry, en roept de vraag op waarheen Beach House in de toekomst trekt. Het album kijkt immers eerder achterom dan vooruit. Daarmee lijkt de evolutie die Beach House doormaakte niet meer langzaam te gebeuren, maar volledig tot stilstand gekomen te zijn.
Niet dat het resultaat daarom tegenvalt. Maar de betovering van de eerste albums is weg en het overweldigende gevoel dat zowel Teen Dream als Bloom respectievelijk na verloop van tijd en onmiddellijk opriepen, komt nu slechts in enkele nummers naar boven.

Een eerste keer dat dat gebeurt, is tijdens het, jawel, buitenaardse “Space Song”. Een melancholische slidegitaar danst met vintage synthklanken, waarop Legrand haar typisch stemgeluid zijn hypnotische werk laat doen. Ook “PPP” is uit hetzelfde sterrenstof opgebouwd en mixt typische Beach House-gitaarklanken met ijle backing vocals zodat een sfeertje ontstaat dat het midden houdt tussen Sonic Youths “Little Trouble Girl” en Airs “Highschool Lover”.

Met songs als “Levitation” en “Wildflower” zoekt Beach House dan weer aansluiting bij zijn eigen oergeluid: uitgepuurde, sobere drumcomputers en synths bouwen een fragiel geluidsmuurtje op dat tot de betere achtergrondmuziek behoort, maar er niet in slaagt de aandacht naar zich toe te zuigen, zoals de band dat in het verleden meermaals wel wist te doen. Hoe dergelijke nummers in een zaal met tweeduizend toeschouwers tot hun recht zullen komen, is een groot vraagteken.

Soms is vooral geduld nodig, zoals het afsluitende “Days of Candy” aantoont. Zeer schoorvoetend dient het nummer zich aan, om vervolgens bijna sluipenderwijze op zoek te gaan naar een fragiele climax. Daarop volgt nog een bevreemde stilte en blijf je als luisteraar enigszins onvoldaan achter.
Daarmee heeft Beach House voor het eerst een plaat afgeleverd die gemengde gevoelens oproept. Depression Cherry is geen slechte plaat. Als debuut was dit zelfs een klepper geweest. Maar gezien de natuurlijke groei die de band in het verleden doormaakte, lijkt dit eerder op ter plaatse trappelen of zelfs een stapje terug dan op het begin van een nieuw intrigerend hoofdstuk. Hopelijk hebben we het bij het verkeerde eind.

Beach House speelt op zondag 3 november in de AB.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 1 =