Cactus Festival 2015 :: Dat ene rode wijntje te veel

Eens per jaar wordt het idyllische Minnewaterpark in Brugge opgemaakt voor misschien het fijnste, maar zeker het familie-vriendelijkste festival van het land. Gezinnen met kinderen zijn hier meer dan een uitzondering en die jongsten onder ons verdienen op Cactus Festival graag een centje bij. Overal zie je klein mannen die plichtbewust je lege bekertje komen ophalen. Zij krijgen 10 cent, wij zijn van ons bekertje af; iedereen blij.

Dag Een

Jake Isaac had de spits moeten afbijten, maar in plaats daarvan krijgen we presentator van dienst Chris Dusauchoit die komt vertellen dat de Britse soul-popschrijver vast zit aan de verkeerde kant van de Eurotunnel door een ongeval. Geen Jake Isaac dus en het programma wordt anderhalf uur opgeschort.

Dan maar beginnen met Perfume Genius. Mike Hadreas blaast ons bijna letterlijk weg met een snoeihard “My Body”. Wie nog niet doorhad dat het festival begonnen was, bij deze…
Hadreas kronkelt over het podium als een soort slangenmens in boyfriend jeans. Een intussen volle weide kijkt. Gebiologeerd, hier en daar een tikkeltje in de war. Maar elk applaus is vastberaden en oprecht en wordt meer dan eens beantwoord door een verlegen “thank you” uit Hadreas’ mond. Ondanks het rumoer op de weide dat nu en dan haast boven frêle nummers als “Hood” of afsluiter “All Along” weet Perfume Genius een mooie set af te leveren. Een verrassende opener voor een veelbelovend weekend.

Gabriel Rios start zijn set met het bewijs dat je “Voodoo Chile” van Jimi Hendrix ook gewoon op een akoestische gitaar kan spelen. De Gentse Latino heeft er duidelijk zin in en op zijn vraag “Oewist” wordt dan ook uitbundig geantwoord. Rios houdt het vooral bij werk uit zijn nieuwste plaat waarin gitaar, cello en contrabas de hoofdrollen spelen maar dat die beperkte bezetting geen hinderpaal hoeft te zijn laat hij zien met een verrassend frisse en ritmische versie van “Angelhead”. Klassieker “Broad Daylight” wordt voor de verandering geserveerd in een jasje van Rockabilly. Geen drummer betekent niet persé geen ritme. Zoveel is wel duidelijk.

Dé reden om vandaag naar het Minnewaterpark af te zakken moet voor vele mensen toch Grace Jones zijn. De excentrieke Jamaicaanse mag er dan wel 67 zijn, van gas terug nemen is er voorlopig geen sprake. Zoals het een diva van haar formaat betaamt, begint ze iets te laat aan haar set. Haar verschijning is op zijn minst opvallend. Met een zilveren doodshoofd als masker, een zwarte sjaal, en voor de rest bitter weinig om het lijf zet ze “Nightclubbing” in. Meteen volgt er een kostuumwissel (de eerste van vele), al kunnen we niet echt van een kostuum spreken… Het éne groteske hoofddeksel wordt vervangen door een ander, en daar gaan we weer.

Met “This Is” en “Libertango (I’ve Seen That Face Before)” maakt La Jones meteen duidelijk dat ze genoeg nummers van formaat heeft om set van een uur te vullen, maar we kunnen ons toch niet van de indruk ontdoen dat het toch vooral de meesterlijke band en dito backing vocals zijn die de boel vaak moeten recht houden. “La Vie en Rose” wordt herschapen tot een grotendeels instrumentale versie waarin tante Grace behalve een keer of honderd de titel hijgen niet veel meer doet dan hier en daar een flard refrein de weide in sturen. Wanneer ze dan tijdens “My Jamaican Guy” ook nog eens van een twee meter hoge catwalk dondert, vragen we ons toch af of dat rode wijntje dat ze daarnet aan haar stagehand vroeg wel het eerste was… Toch wordt er gedanst, geroepen, genoten. Als is ze duidelijk niet meer het jonge veulen van weleer, aan opgeven denkt Grace Jones duidelijk nog lang niet en over haar aanhang kwijtraken moet ze zich duidelijk ook nog geen zorgen maken.

Een riante hoeveelheid spots wordt klaargezet op het Cactuspodium. Goose wil de eerste festivaldag duidelijk afsluiten met een feestje. Dat vermoeden wordt alleen maar bevestigd. Met “Lucifer” is de toon meteen gezet terwijl het podium én de weide baden in een niet minder dan spectaculair lichtspektakel. Meteen volgen “Bring It On” en “United”. Je hebt niet altijd een DJ nodig om een feestje van formaat te bouwen. Het Kortrijkse viertal staat zelfzeker op het podium en vuren de één na de andere dance rock hit op ons af. Elk nummer dat ingezet wordt klinkt ons wel bekend in de oren. Jong en oud gaan aan het dansen en dat zweept je jongens van Goose alleen maar meer op. Een gemiddelde discotheek kan hier nog wat van opsteken. Met “Words” en “Synrise” sluit het kwartet deze eerste Cactusdag af en wij gaan, nog verder dansend in ons hoofd, huiswaarts.


Dag Twee

De morgenstond heeft goud in de mond, en al kun je om 12u niet echt meer van een ochtend kan spreken, valt er wel iets voor dit spreekwoord te zeggen. Timber Timbre geeft al wie vroeg op de weide is op Dag Twee van Cactus Festival groot gelijk.

De slepende swamp-folk blues is de perfecte soundtrack voor een ontwakend festival. De hitte van de zon draagt alleen maar bij aan het gevoel dat we pruimtabak aan het herkauwen zijn, ergens bij een verlaten ranch. Halfweg zijn set tovert Timber Timbre nog een saxofonist uit zijn hoed, die eerst niet echt goed hoorbaar is, waardoor een grandioze solo in “Hot Dreams” wat de mist in gaat, maar een song verder is dat euvel gelukkig opgelost. Wie in zijn tent was blijven plakken, heeft iets gemist.

Wannes Capelle en de zijnen zijn graag geziene gasten in heel Vlaanderen, maar West-Vlaanderen heeft toch een speciale plaats in het hart voor Het Zesde Metaal. De groep opent met “Genezen” uit derde album Nie Voe Kinders, meteen gevolgd door de titeltrack daarvan. Bij “Dag Zonder Schoenen” vraagt Capelle om na het nummer te applaudisseren met onze schoenen boven het hoofd, en dat gebeurt waarempel. En laat ons eerlijk zijn, had hij gevraagd om massaal onze broek naar het podium te gooien, we hadden het waarschijnlijk ook gedaan; zo innemend en oprecht was de man. Dat blijkt nog maar eens wanneer hij ietwat onwennig reclame maakt voor de gloednieuwe merchandise van de band. “”t is mor één nadeel: “t kost wel geld…”. Laat in de set doet hij er nog een schepje bovenop met een duidelijk gemeend “Kzie under geirn”, prompt bevestigd door oldie “Ik Haat U Nie”. Ewel Wannes, Widder joen ook nie.

Het is warm op Cactus. Ideaal weer voor Mop Mop ft. Anthony Joseph, dat ons een eerste nummer nog zonder de frontman doet uitzweten. Pas na dat “Phantom Of The Panther” wordt de genaamde Anthony met veel gedoe aangekondigd. Het viertal doet ongelooflijk zijn best maar net als hun set, blijven ook de danskriebels bij de gemiddelde luisteraar opvallend aan de oppervlakte. Toffe funky beats, dat wel, maar telkens het lijkt dat er iets gaat komen vervallen de muzikanten opneuw in een schijnbaar eindeloze opbouw die ongetwijfeld ergens naartoe gaat, waarvan wij de richting niet uitgelegd krijgen. Dat drummer én frontman Andrea Bennini verre van altijd feilloos op de computerbeats speelt zal daar ongetwijfeld voor iets tussen zitten; gemiste kans.

Niet alleen Wannes Cappelle heeft van melancholie en de moeilijke momenten des levens zijn handelsmerk gemaakt. Ook Toph Taylor, ook wel S O H N genaamd, heeft door dat het een beter idee is om je eigen donkere kant te kanaliseren en er iets mee te doen, dan je er in te wentelen. Het resultaat zijn een resem kwetsbare maar bijzonder knap gemaakte electro-pop & R&B nummers. Op Cactus worden ze ons voorgeschoteld met twee extra muzikanten die soms met hun neus in de elektronica zitten, dan weer respectievelijk gitaar en basgitaar voor hun rekening nemen. De weide hangt aan zijn lippen en al is na een onverwachte pauze in “Bloodflows” het applaus eerder twijfelachtig, na een wervelende reprise krijgt het drietal wél de volle lading. “Time to start moving” vindt Taylor. Het publiek willigt zijn vraag bijna zonder uitzondering in op de tonen van “Artifice” meteen gevolgd door “Lights”. S O H N legt zijn set netjes neer met het zweverige “The Wheel” en wij blijven voldaan achter.

“De beste liveband ter wereld” als we Noel Gallager mogen geloven. Als dat geen verwachtingen schept: Black Rebel Motorcycle Club windt er in elk geval geen doekjes om. Meteen wordt de weide terug wakker geschud met “Devil”s Tatoo”. B.R.M.C is ook meteen de eerste band van het weekend die een crowdsurfer op zijn naam mag zetten. Deze mannen (én vrouw) zijn niet vergeten wat echte Rock “n Roll is. Puur en rauw; veel meer kan je hier niet over zeggen. Na de eerste crowdsurfer volgen er nog een hele resem en het verwondert ons nog dat het betere duw-en-trek-werk tot een minimun beperkt blijft.

“Een guilty pleasure”, zo wordt Jessie Ware door een bijstander omschreven. Maar of dat waar is, dat weten wij nog zo niet. Tijdens “Keep Me Running” moet Ware zich nog een weg banen door een behoorlijk chaotische klank maar haar geluidsman vindt gelukkig snel de weg naar de juiste knoppen. Jessie Ware is graag en veelvuldig bezig met haar publiek en als ze verkondigt dat het “So nice to be here in this beautiful park” is, geeft de voltallige weide haar natuurlijk overschot van gelijk. Ook wanneer ze duidelijk verwonderd “Wow, I actually had a crowdsurfer. Thank you, sir, that never happened to me before.” uitslaakt na “Pieces” kan ze op behoorlijk wat bijval rekenen. Uiteraard kan “Wildest Moments” niet in haar set ontbreken, en daarmee is de kous dan ook meteen af. Guilty? Baanbrekend? Amper, maar wel zeer te smaken.

John Hiatt, van dezelfde generatie als Grace Jones, zo laat Chris Dusauchoit ons weten. “Gelukkig houdt hij wel zijn kleren aan.” Een vos verlies wel zijn haren, niet zijn streken. Hiatt groet het publiek met een fonetisch perfect van buiten geleerd “Hallo” en na “Your Dad Did” waagt hij zichzelf zelfs aan “Dankjewel”. Met “Perfectly Good Guitar” leert hij ons dat iets pijn doen waar je van houdt niet het beste plan ooit is en niet veel later wordt hij zowaar poëtisch: “What a beautiful gift from something somewhere in the universe to let us enjoy music here all day long…” Wie zijn wij om hem tegen te spreken? Hiatt én zijn trawanten moeten zich ondertussen op zowat elk podium op hun gemak voelen. De muzikanten doen gewoon waar ze zin in hebben, en de aanwezigen lusten er wel pap van. “Paper Thin”, “Crossing Muddy Waters”, “Memphis In The Meantime”, … De ene ijzersterke song na de andere doet de Cactusweide zinderen van genot, en dan moet het beste nog komen… Hiatt heeft geen piano bij en brengt dan maar een andere maar adembenemende versie van “Have A Little Faith In Me”. Tenslotte doet de man nog een blueske om zijn set tot een meer dan goed einde te brengen. “Riding With The King”, indeed we were.

Cactus kiest opvallend voor afsluiters van eigen bodem en formaat. Balthazar bewees op Werchter al dat ze een hoofdpodium kunnen vullen en op Cactus komt het Westvlaamse combo tonen dat ook headlinen een kolfje naar hun hand is. De rebelse jongelingen hebben sinds een jaartje een nieuwe drummer en zetten die graag in de kijker. Michiel Balcaen rijst boven de band uit op waarschijnlijk de hoogste drum riser die we dit weekend te zien krijgen, en dat is niet meer dan terecht. In “Then What” bewijst hij meteen dat hij dé menselijke drummachine is die Balthazar nodig heeft. Retestrak mét flair, beter kun je hem niet omschrijven. Zanger Jinte Deprez kwam dan weer aan op Cactus met een wandelstok. Een ontstoken heup dwingt hem tot rusten. Tijdens “Leipzich” en “Nightclub” springt de jongeman echter rond als een volleerde kangoeroe. De adrenaline doet duidelijk zijn werk. Met laatste single “Bunker” bewijs de band opnieuw dat hij er ook live als een blok staat. Als je weet dat hét grootste euvel van de set de microfoonkabel is die even uit de microfoon van Maarten Devoldere valt, dan zegt dat veel over de kwaliteit die Balthazar telkens weet te leveren. “Blood Like Wine” sluit traditiegetrouw af. “Raise your glass to the nighttime and the ways, to choose a mood and have it replaced…” We knopen de boodschap in onze oren; en feesten nog even verder. Tot morgen!


Dag Drie

Dag drie van Cactus Festival was op papier een ijzersterke dag en dat werd het ook. Met dank aan een magistrale openingsact en een absolute uitschieter als afsluiter.

Een rustig moment om te aperitieven in het idyllische Minnewaterpark wordt al gauw verstoord door de broeierige, nerveuze klanken van Dans Dans, het noisy jazz/blues/garage-project van gitarist Bert Dockx. De muziek past wonderwel bij het grijze weertje. Op een bepaald moment lijkt het alsof de drumslagen van Steven Cassiers en venijnige gitaarsolo’s van Dockx de regengoden even wakker maken. Noem Dockx, Cassiers en bassist Fred Lyenn Jacques (even uitmuntend) gerust de sjamanen van de Belgische rock. De drie staan in een driehoek naar elkaar lijken spelen. Dans Dans in drie adjectieven omschrijven? Dan kiezen we compromisloos, eigenzinnig en meeslepend. Opgepast: je moet er wel je gedachten bij houden om meegesleurd te worden in de donkere nummers die telkens in een kolkend hoogtepunt eindigen. In ieder geval: de lat wordt van bij het eerste optreden meteen hoog gelegd.

Andere koek bij de blootsvoets spelende pianist Benjamin Clementine. Naast een goeie speelstijl heeft hij ook een indrukwekkend stembereik waarmee hij een hele weide zou kunnen inpakken. Met de nadruk op: zou kunnen. Enerzijds lijkt hij de ideale act om met soulvolle nummers de middagmaaltijd te verteren, anderzijds komt de cello, zoals in “Adios”, ietwat geforceerd over waardoor het geheel minder ontspannend gaat klinken. Nummers als “London” of “Cornerstone” kunnen wel bekoren omdat de in Ghana geboren Londenaar daarin bewijst dat hij alleen met z’n piano een boeiende song kan maken. In de rest van de set zit echter niet altijd een duidelijke muzikale lijn om de hele tijd te boeien. Tip voor de man: probeer het gewoon solo. Geen hoogvlieger dus, deze Benjamin Clementine, ondanks het gigantische potentieel.

Nadien schieten we gelukkig wel opnieuw wakker met de ouwe rotten in het bluesvak genaamd Two Gallants. “What a beautiful context to make a lot of noise”, zegt drummer Tyson Vogel bij het begin van de set. Wel, het lawaai van Two Gallants klinkt schoon tegelijk. Van bij opener “Reflections Of The Marionette” scheuren de twee erop los. Tussen de blues-gerichte songs is er ook plaats voor twee sobere pianoballades: “Invitation To A Funeral” en “Crow Jane”. De band oogt vermoeid — we verwachten bij momenten dan ook iets meer poer —, toch zijn er hoogtepunten genoeg met “Steady Rollin’”, “Some Trouble” en “Halcyon Days”. Stuk voor stuk nummers die diepgeworteld zitten in de Amerikaanse blues- én folktraditie. We zijn vooral mee wanneer de passionele, schuurpapieren stem van Adam Stephens volledig tot zijn recht komt. Van Reverend Robert Wilkins tot Black Keys: Two Gallants geeft opnieuw een mooi geschiedenislesje in goudeerlijke Amerikaanse muziek. Topoptreden nummer twee.

Is het een kloon van James Blake of Bon Iver die iets na half vijf op het podium staat? Neen, het is de Ierse folktronica-zanger James Vincent McMorrow, die constant aan de twee doet denken. Nog voor zijn debuut in België was uitgekomen, kon hij op Rock Werchter 2012 een hele Marquee vullen. Maar vandaag lijkt zijn glorietijd al voorbij, tenzij hij het origineler aanpakt.

Dat opvallende debuut nam hij op in een klein aan huisje aan zee, zijn tweede op een Amerikaanse hoeve tussen Texas en Mexico. Typisch voor zo’n weemoedig zangertje, niet? Maar nog kenmerkender is de treurige muziek die allesbehalve vernieuwend aandoet, ook al heeft de man een indrukwekkende kopstem. “Higher Love” was het meest bewonderenswaardige van de set en dat is dan nog eens een cover (van Steve Winwood, moest het u interesseren). Soms is het Mumford & Sons-gehalte zelfs iets te hoog. Sorry, maar eigenlijk had James Blake in Brugge moeten staan. Of we durven zelfs dromen: waarom geen Bon Iver volgend jaar?

Wél genoeg eigen smoel en intensiteit: het fenomeen Anna Calvi. Het is ondertussen van 2014 geleden dat ze haar tweede, naar verluidt mindere plaat uitbracht, maar op het podium vindt de popdiva, die in 2011 debuteerde met het imponerende Anna Calvi, nog steeds het ideale evenwicht tussen theatraliteit en intimiteit. Niet alleen heeft ze een podiumpresence om u tegen te zetten en een dito stem, ook haar hevige gitaarspel maakt indruk. Ze zweeft zonder problemen tussen The Shadows, country en meer filmische klanken. Ja, ook wij laten ons verblinden.

Calvi gaat van bij het begin van de set als een wilde te keer op het podium en de eerste nummers vliegen dan ook aan een rotvaart voorbij. “I”ll Be Your Man” is zonder meer indrukwekkend. Ze krijgt nog eens begeleiding van een keyboardist, drummer en harmoniumspeelster. Allemaal puike muzikanten, maar eigenlijk eist Calvi alle aandacht op, vooral wanneer ze de meer ingetogen passages bruusk onderbreekt met haar feedbackgitaren terwijl ze haar blik het oneindige in stuurt. Uitschieters zijn ongetwijfeld “Carry Me Over”, “Desire” en “Jezebel”. Alweer een toppertje dus.

Van Thurston Moore worden we nog rustelozer. Na hem vier keer in een jaar tijd gezien te hebben klinken Moore en zijn band niet zo verrassend meer, maar dankzij het onafgebroken touren wel venijniger dan ooit. Normaal krijgt hij naast gitarist James Sedwards en My Bloody Valentine-bassist Deb Googe het gezelschap van Steve Shelley, maar die blijkt op het laatste moment vervangen te zijn door een nobele onbekende.

Openers van de set “Forevermore” en “Speak To The Wild” zijn o zo herkenbare Moore-stijl: vuile noise-rock met heerlijke psychedelische en kraut-injecties. “Germs Burn” is dan weer meer punk-gericht, alsook een vlammend “Cease Fire”, dat bijna de takken van de bomen in het park doet knakken. Het overwegend oudere publiek geniet zichtbaar mee. Zelfs grijzende veertigers schudden de hoofden heftig mee op en neer: een plezier om te zien. De nostalgici hadden dus geen echte Sonic Youth-nummers nodig om tevreden gesteld te worden door Thurston en co. En dan hebben we het imponerende “Grace Lake” nog niet gehoord. Normaal zijn we geen voorstander, maar nu was een bis echt wel welkom geweest. Forever Moore dus!

Mogen we kort zijn over The Kooks? Ze klinken blijkbaar op hun vierde plaat wat r&b-achtiger onder invloed van hiphopproducer Info. Maar hits als “Naïve” en “She Moves In Her Own Way” zijn nog altijd hetzelfde als vroeger. Meer dan een uur frivole, voorgekauwde pop is dan ook veel te lang. Voor een festival dat zich wil onderscheiden van de doorsnee belegen popmuziek — kijk maar wat er de voorbije dagen op het podium stond en wie zondag afsluit — was The Kooks misschien wel een mismatch?

Uitgebreider zijn we met alle plezier over de afsluiter. dEUS houdt van Brugge en Brugge houdt van dEUS. Dat is te merken van bij opener “Slow”, dat enthousiast onthaald wordt. En de band imponeert van begin tot einde. Dat Tom Barman, Klaas Janzoons, Mauro Pawlowski, Alan Gevaert en Stéphane Misseghers in bloedvorm verkeren, voelen we tijdens het straf gespeelde tweede nummer “Via” al. Het heerlijk funky “The Architect” laat dan weer een andere dEUS horen, maar wordt daarom niet minder gretig gespeeld. Hetzelfde geldt voor het even dansbare “Girls Keep Drinking”. Met “Constant Now” (van Keep You Close) bewijzen ze dat de nog nieuwere nummers ook live kunnen bekoren.

Een van de hoogtepunten is uiteraard de tweede helft van “Instant Street”. Wanneer de rammelrock tussen de bomen giert, lijkt het of een 16-jarig bandje op het podium staat. Wat een gedrevenheid en energie! Het lijkt of we minutenlang meegesleurd worden in een draaikolk. De ontlading is dan ook groot wanneer de laatste noot van het zes minuten durende nummer weerklinkt. Ook “Little Arithmetics” (van In A Bar, Under The Sea) blijft een regelrechte crowdpleaser, want hoe catchy is dat refrein niet? We hebben zelfs even zin om onze buur bij de schouders te pakken.

Het nieuwere “Quatre Mains”, dat weer een andere dEUS laat horen, is ook om duimen en vingers bij af te likken. Een ingetogen “Serpentine” kan dan weer het hele Minnewaterpark muisstil krijgen. Een bloedmooi en ingetogen moment. Maar dan moet de grandioos verschroeiende finale nog komen. Die blijft tot daags na het optreden in de hersenpan plakken. Er is een bom van een gitaarsong (“Bad Timing”), uiteraard “Suds & Soda” (het veertiende nummer van de set dat er boenk op is) en de encore “Roses”, waarin de gitaren voor de laatste keer als straaljagers scheuren en Janzoons nog eens mag schitteren met zijn viool. Dus wie alsnog zou durven twijfelen om dEUS deze zomer te gaan bekijken op de Lokerse Feesten of Feest in het Park: gewoon doen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 2 =