Jenny Hval + Anna B Savage :: 18 juni 2015, Botanique

“You say I’m free now, that battle is over, and feminism is over” zingt Jenny Hval smalend in “That Battle Is Over”. Het mag duidelijk zijn dat Hval niet akkoord gaat. In de rotonde van de Botanique presenteerde ze een avantgardistische performance die vooral de problematiek rond clichématige verwachtingspatronen over vrouwen op de kaart zette. ’t Is te zeggen, dat denken we toch.

Ook voorprogramma Anna B Savage, een jonge Engelse singer-songwriter, zong ergens “I would say that I’m a feminist”, maar voegt er de gedachte aan toe dat “there seems to be some key I’ve missed”. Onlangs bracht ze haar door DM Stith geproducete debuut-ep 1 uit, waaruit ze vanavond alle songs (simpelweg “I”, “II”, “III” en “IV” getiteld) bracht. Tussendoor passeerde ook nog een cover van My Brightest Diamond’s “Something Of An End”, een logische keuze die duidelijk in het verlengde ligt van Savage’s eigen songs. Diezelfde ruwe maar warme klank van een elektrische gitaar gekoppeld aan een uitstekende zangstem die ook op de eerste platen van My Brightest Diamond te horen viel, vormde ook hier de centrale uitvalsbasis. Dat belooft veel goeds, al is Savage niet bepaald een podiumbeest à la Worden en zaten haar songs misschien nog iets te veel in conventioneel territorium.

Dat kan allerminst gezegd worden van wat Jenny Hval bracht. Lieten haar twee recenste platen al een sterke verschuiving weg van een eerdere muzikale focus horen, dan werd dat live resoluut doorgetrokken in een performance die bijna meer theater dan muziek kan genoemd worden. Centraal thema van zowel recentste plaat Apocalypse, Girl als deze show leek te zijn hoe je als vrouw om kan gaan met maatschappelijk opgelegde verwachtingspatronen, of tout court wat het kan betekenen om vrouw te zijn in een post-feministische wereld. Al had een andere toeschouwer er misschien een andere interpretatie aan gegeven.

Soit, in elk geval kregen we geen rondje hits voorgeschoteld. Er werd enkel recent materiaal gebracht. Dat kwam ofwel uit die laatste plaat of was simpelweg onuitgebracht, maar wel sterk in dezelfde lijn. Dreunende orgeltjes die bizarre modulaties doorgaan, enkele verdwaalde drumbeats, lawaaiierige uitbarstingen en Hval’s ijle vocals die zich er langs allerlei bochten omheen wringen. Dat en postmoderne teksten over seks, lichamelijkheid en ideologie die afwisselend gezongen, gedeclameerd en gekrijst worden. De muziek werd gebracht door twee mannen aan synthesizers en drumcomputers, terwijl Hval voor het theatrale aspect van deze show ondersteund werd door twee actrices en twee beeldschermen.

Voorbeelden van de theatrale ingrepen? Tijdens geluidscollage “Kingsize”, waarin Hval het onder meer heeft over de verwachting dat vrouwen zich in de keuken moeten bezighouden met taarten bakken, passeerden op het beeldscherm beelden van een taartfabriek, terwijl op een ander scherm een zwangere Kim Kardashian stond te pronken. Op verschillende momenten deden de actrices aan schabouwelijke fitness, maakten ze potsierlijke selfies van zichzelf (met belachelijk grote iPads) en alle drie dames droegen weelderige blonde pruiken. Een hilarisch hoogtepunt was wellicht wanneer in het midden van de set Hval en een van de actrices plots een opzettelijk vals gezongen karaokeversie van “Unbreak My Heart” inzetten. Vervreemdingseffecten

genoeg dus, enkel maar versterkt door de circusachtige kwaliteiten van de rotonde.

Net als met Apocalypse, Girl zelf, was de appreciatie bij het publiek afhankelijk van hoever ieder wou meegaan in die postmoderne theatraliteit. Nogal wat toeschouwers verlieten de zaal dan ook al na een handvol nummers. Wie wel wou meegaan in Hval’s narratief kreeg alvast een intrigerende performance voorgeschoteld die veel food for thought bood. Al lag het concept er hier en daar misschien toch iets te dik op, en zouden we Hval ook graag nog eens gewoon muziek willen horen maken zonder verdere poeha. Daar is ze namelijk ook erg goed in.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vijf =