Susanne Sundfør :: Ten Love Songs

De Noorse Sundfør kruist het sacrale, mystieke karakter van haar eigen werk met het meer popgevoelige materiaal dat ze voor onder meer Röyksopp, Kleerup en M84 inzong. Resultaat: tien songs die aantonen dat liefdesliederen niet altijd in Knuffelrockvorm hoeven te komen.

Aanvankelijk lijkt Ten Love Songs mooi aan te knopen bij de heersende sfeer van zijn voorganger The Silicone Veil. De opener “Darlings” lijkt de plaat van op een mistig veld binnen te wandelen. Het nummer zweeft binnen met een digitaal orgel en zwelt aan tot een epische koorzang die de liefde predikt. Het nummer luidt een plaat in die op eigenzinnige wijze het liefdeslied tracht te herdefiniëren en diversifiëren. Hier en daar gebruikt Sundfør daarvoor nog de mistige sprookjesfolk waarvoor ze het best bekend staat, bijvoorbeeld op “Silencer”, een betoverende ballade die het midden houdt tussen Karen Carpenter en Joanna Newsom.

De dominerende klank op Ten Love Songs is echter pop, het genre waarmee Sundfør op vorige platen hier en daar al eens experimenteerde, maar waaraan ze nu voor het eerst de bovenhand geeft, hoewel ze het laat duelleren met de nodige obscuriteit. De slim gekozen single “Fade Away” lijkt wel een ABBA-reünie op een begrafenis en is het zoveelste bewijs dat de Scandinaviërs enorm goed zijn in het popgenre: ze weten een kloppend hart en een zekere artistieke sérieux onder de kitschy melodie te schuiven. Het heerlijk springerige “Delirious” en de kitscherige midtempo “Slowly” klinken als samenwerkingen tussen Kim Wilde en Röyksopp. De laatstgenoemde invloed is geen toeval , want na een gastbijdrage van Sundfør op The Inevitable End kroop het duo voor haar plaat ook even achter de knoppen.

Hier en daar mag de elektronica-invloed nog iets steviger de overhand nemen. De afsluiter “Insect” doet aan The Knife denken. De dreunende loop, de nerveuze bleeps en de bijna mechanische keelstem zijn een winnende combinatie die het album op enigmatische wijze afsluiten en een diepe indruk nalaten. Het waanzinnig aanstekelijke “Accelerate” start met een nerveuze beat en smeert daar een raspende synthlaag over. Het nummer sleurt je mee en overspoelt je met een dijk van een refrein dat ergens tussen Fever Ray en Robyn in hangt. Zelfs het foute Hammer Horror orgelintermezzo past heerlijk in de track. Sundfør weet kitsch op de juiste manier in haar signatuur te verwerken.

Eén enkele keer slaagt ze daar niet in. Met “Memorial” zweeft ze te hoog de lucht in en worden we tussen sixties-Eurosong en de big ballads van de eighties gekatapulteerd. In het midden belandt de plaat dus even aan de foute kant van de popconventies waarmee ze voorts behoorlijk sluw speelt. Spijtig genoeg doet ze dat met de langste track van de plaat – tien minuten zowaar – die ook nog eens een veel te lange klassieke Disneystaart krijgt. Deze dominante aanwezigheid geeft die ene uitschuiver een bittere nasmaak, maar het is wel de enige blaam op een eigenzinnige popplaat die Sundfør eindelijk eens bij een groter publiek bekend zou kunnen maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + 19 =