Stromae :: 14 november 2014, Paleis 12

Je hebt artiesten die doorbreken. War On Drugs deed het bijvoorbeeld dit jaar. Oscar & The Wolf ook. En dan zijn er die ontploffen. Stromae is zo iemand. Ging van een uitverkocht duo AB’s in het najaar van 2013 naar een onverwachte headlinerspot op Rock Werchter afgelopen zomer, en dus mocht hij wel een zegerondje lopen in het Brussels Paleis 12.

Maar kun je een concertreeks van drie avonden in de grootste zaal van Brussel nog een zegerondje noemen? Dan spreek je van een fenomeen, zoals Clouseau met zijn Sportpaleisconcerten ooit was. Dit is een artiest die iedereen wil gezien hebben, zo valt aan een publiek te zien dat enkel in de Kuifje-achtige categorie “van 7 tot 77 jaar” te vatten is.

Het is te begrijpen. Stromae is een Michael Jackson – dié danspasjes! Dat professionalisme! Die visie! — die de Europese cultuur heeft ingeslikt en nu in hapklare brokjes van eigen vinding weer loslaat. Iedereen kan er wel iets in zien. De popliefhebber heeft zijn meezingbaar lekkers, het kind ziet een aardig stripfiguurtje, en de hipster kan eens beschaafd in zijn baardje monkelen bij de vele referenties terwijl hij al eens ernstig van “Belgisch absurdisme” gewaagt. Hij is onze wereldster-in-wording.

“Compatriottes/Landgenoten”, klinkt het dus. En hij gooit er zo’n typisch royaal wuifhandje achter. Hij mag dat, want hij is de koning van dit land momenteel. Een ererondje dus. Drie concerten in een soort vliegtuigloods die – moeilijk is het niet – gelukkig beter klinkt dan Vorst Nationaal of Het Sportpaleis op een schaal die je doet smeken om een verrekijker. Stromae heeft zich aangepast en brengt een licht-show en projecties mee die bij momenten naar adem doen happen. Terwijl hij en zijn band het op het podium al bij al nog kleinschalig houden, wordt zo een spektakel met grote penseelstreek geschapen.

Op zo’n momenten herken je de voormalige theaterstudent in de man die ooit nog als Paul Van Haver door het leven ging. Al is die natuurlijk nooit ver weg bij iemand die zelfs de meest vage muziekkenner al spontaan “Jacques Brel” ten berde doet brengen. Maar vanavond gaat het allemaal iets minder vanzelf, want er is een barstje in de voet gedetecteerd, en dus moet Stromae die op doktersbevel vier weken ontzien. Gebeurt natuurlijk niet, maar zeker in “Tous les mêmes”, pesterig opgebouwd als een om de haverklap stilgelegde “Leçon de Stromae”, zie je dat niet elk danspasje even vlot gaat, zelfs al zou hij dat wel willen.

Verder zit alles wel snor. Dat de stem nog wat onvast is tijdens het bombastische openingsnummer “Ta fête” kan gebeuren, het is vooral mooi hoe de groep de pompeuze schaal nadien meteen terugschroeft met het simpel handgeklap waarmee “Bâtard” aanvangt. Het is al snel duidelijk dat de slimme muzikale mix van Stromae – vlotte beats, vleugje chanson, handjevol exotisme à la Spaanse gitaar of een Sambadrumstukje – voor dit soort omvangrijk publiek is gemaakt. En zelfs wanneer met “Sommeil” en het triphopperig “Quand C’est”, dat Mezzanine-achtige visuals meekrijgt, even een introspectief moment ingebouwd wordt, blijft het vlot verteerbaar.

Jammer wel dat de show om de haverklap vaart mindert door weer een iets te omstandige en langgerekte uitleg in zo’n rad Frans dat wij er nauwelijks een woord van verstaan. Het zorgt ervoor dat er nauwelijks van “opbouw” sprake is; zowat elk nummer staat op zichzelf tussen twee lange pauzes. Maar wanneer doorbraakhit “Alors On Danse” overgaat in een prettig discotheekmoment waarin niet alleen “Gypsy Woman” van Crystal Waters, maar net zo goed een flard “Rhythm Is A Dancer” (Snap!) en “Insomnia” (Faithless) wordt verwerkt is het niettemin feest. Helemaal euforisch is hit “Papaoutai”, nochtans een bittere optelsom over een opgroeien zonder vader maar desondanks fel meegebruld, al wordt die minstens een kwartier te lang gerekt omdat de maestro er op staat om werkelijk elke medewerker persoonlijk te bedanken. Mocht u er nog aan twijfelen: dit is het werk van een ploeg.

Het grote probleem van Stromae is uiteindelijk de wisselvalligheid die zijn nummers kenmerkt. Natuurlijk is “Formidable” een wereldsong en een onwaarschijnlijke hit, zelfs al wordt de dronkenschap vandaag minder overtuigend gebracht dan we eerder zagen, maar gesandwicht tussen de ongein van “Moules Frites” en iets wat neigt naar Tomorrowland verliest het van zijn kracht. En bij een plat beukend nummer als “Humain à l’eau” kunnen we alleen maar concluderen dat de Brusselaar even “Dat kan ik ook” wilde roepen naar Major Lazer. Hij zou beter moeten weten; hij is meer waard dan dat.

Je krijgt echter het gevoel dat Van Haver dat zelf niet echt beseft. Ja, hij heeft een handvol ijzersterke hits, maar zijn beide platen zijn als geheel hoogstens middelmatig te noemen; alsof het allemaal nog moet beginnen en dit maar vingeroefeningen zijn. De visie en de ideeën om de wereld te verbluffen heeft hij echter. Als hij de juiste keuzes maakt staat er geen limiet op wat Stromae in de toekomst kan bereiken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + 19 =