Fen :: Carrion Skies

Om een of andere bizarre reden zwelgen Britse metalbands doorgaans meer in melancholie dan die van het vasteland. Of het aan het druilerige weer ligt, weten we niet, maar postrock/black metalcollectief Fen heeft met Carrion Skies een behoorlijk weemoedig werkje met weerhaakjes afgeleverd.

Het is de laatste jaren een trend bij veel black metalgroepen om stelselmatig meer de post-richting op te zoeken, maar Fen heeft nooit anders gedaan. Met Carrion Skies komt die koers nu ook tot volle wasdom, met uitgesponnen, af en toe erg spaarzaam ingeklede, tracks die zich in een sfeertje hullen dat perfect past binnen de mistige bossen van Albion. Het trieste en ingetogen geluid dat deze heren bezigen, meandert als een kabbelend riviertje en sijpelt langzaam de geest binnen.

Relatief magere distortion weeft in het openende duo “Our Names Written In Embers” repetitieve patronen op een basis van soms jazzy aandoende drumlijnen. De opvallende ritmetracks mogen meer naar voor schuiven in akoestische interludia of passages. Wanneer de gitaren zacht beginnen tokkelen, worden de drumlijnen opvallender en meer jazzgericht. Zo zorgt Fen er voor dat het geheel niet saai wordt of verwatert.

Die aanpak duikt ook op in het sterke “Sentinels”. Hier zijn de rustige stukken spannend gemaakt door meer speltechniek te bezigen (met meer opvallende afwisseling), al is het niet zo dat de band de song overlaadt met zijn technisch kunnen. Eerder kiezen de muzikanten voor een frisse wind in een nummer dat anders allicht te herhalend zou worden. Ook het iets grimmiger “Menhir – Supplicant” kent een dergelijk sjamanistisch karakter met aparte tussenstukken.

Als de groep op dreef is, voelt dat rituele kantje als een kille vinger over de ruggengraat: beklijvend en een tikkeltje onrustwekkend. De giftige raspzang van frontman The Watcher is venijnig, maar nooit schril en sluipt als een doodse rochel door het geheel. Doordat de groep de gitaren vrij droog houdt, wordt die afgemeten klank een rauwe tong die de gehoorgang uitschuurt.

Die gestripte aanpak van Fen werkt helaas niet altijd. Bijna traditiegetrouw worden nummers een eind uitgerekt, maar met dat beperkt aantal riffs voelt het bij momenten ook een tikkeltje langdradig. Zo is afsluiter “Gathering the Stones” té rustig en té zweverig en dat vooral te lang. Jammer, want met de meeste andere songs laat Fen horen dat ze het post-black metalkunstje best wel beheersen.

Carrion Skies ent zich overduidelijk nog op black metalprincipes, maar het zou best kunnen dat Fen in de toekomst de zweverige toer verder gaat verkennen. Dit album werkt omdat de afwisseling tussen beide einden van het spectrum wordt verzorgd: net wanneer het iets te lang grimmig blijft, komt een rustige passage de gehoorgang zalven. Omgekeerd geldt ook dat zodra er een eindje sfeer geweest is, een fikse opstoot van agressie de boog weer opspant. Het valt te hopen dat de groep die tweedeling in evenwicht houdt, want volledig zacht en melancholisch beginnen doen, zou het geheel te hard verwateren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + dertien =