Bleri Lleshi :: De neoliberale strafstaat

“Kinderen werken in erbarmelijke omstandigheden op Amerikaanse tabaksvelden”, “Unizo komt met voorstel beperking werkloosheidsuitkering”, “Multinationals betalen minder belastingen dan een verpleegster”, “Vermogen Britse superrijken in vijf jaar verdubbeld”, “Vloerspijkers tegen daklozen zorgen voor ophef in Londen”, “Psychiatrische instelling in Gent is de eerste in privéhanden”: het zijn zomaar een handvol recente krantenkoppen die de gekte en de nare en immorele gevolgen van het neoliberalisme kenschetsen. Politiek filosoof Bleri Lleshi schreef een boek over deze mensonterende ideologie en haar hang naar controle en repressieve maatregelen.

Hoed af voor Bleri Lleshi (1981): als 18-jarige knul komt hij vanuit zijn geboorteland Albanië in Brussel aan en leert er in een knip Frans en Nederlands. Momenteel is hij werkzaam als docent filosofie en economie, als jeugdwerker, documentairemaker, blogger, opiniemaker en wereldburger tout court. En Lleshi kent de hoofdstad als zijn broekzak: hij kaart de immense problemen van de grootstad aan en integreert in zijn boek zijn eigen ervaringen met Brusselse jongeren. Lleshi maakt tevens duidelijk dat het marktdenken en de ideologie van competitie, vrijheid en consumptie sluipenderwijs het onderwijs, de justitie en de gezondheidszorg aantasten. Hij snijdt terecht de kortzichtigheid en het onvermogen aan van omzeggens alle politici tegenover socio-economische problemen.

De neoliberale strafstaat is een boek dat kwaad maakt: voorbeelden van miserie in sociale kerkhoven als de VS of Griekenland zijn er in overvloed en ook Duitsland is met zijn mini-jobs en miljoenen working poor allerminst na te volgen. Daarbij komt dat de neoliberale logica en concepten als consumptie, individualisme, flexibiliteit en de eigen-schuld-dikke-bult-mentaliteit ons mensbeeld beïnvloeden. In plaats van herverdeling, verzorgingsstaat, sociaaldemocratie, rehabilitatie-ideaal en Keynes kwamen de actieve welvaartsstaat, kapitaalfundamentalisme, strafideaal, Hayek, Friedman, Dalrymple en Homans. Verder duikt hier en daar een eye opener op (het hoofdstuk over de psy-wetenschappen) en ontmaskert Lleshi de flessentrekkerij genaamd De derde weg of het ‘de economische groei zal in een vrije markt de armoede een halt toeroepen’-praatje. Hij merkt op dat zelfs linkse kringen besmet zijn met het neoliberale virus.

De lezer krijgt hallucinant cijfermateriaal te slikken en de auteur zelf valt al eens, op het randje van drammerigheid, in herhaling, maar zijn info heeft voldoende samenhang en schetst een onthutsend beeld van de huidige neoliberale malaise. De onmacht en de angst voor een structurele aanpak van problemen uit zich in straffen als absurde GAS-boetes, de zinloze war on drugs, nultolerantie, lik-op-stukbeleid, clichédenken en subtiele manipulatie door media en beleidmakers. Bijzonder origineel is Lleshi hier echter niet (de Franse socioloog Loïc Wacquant schreef al in dezelfde teneur het boek Straf de armen) en er vallen hier en daar kanttekeningen te maken.

“Ze tellen in Brussel stad ‘maar’ 471 gezinnen met 8 kinderen of meer. Wel, dat zijn 471 gezinnen te veel. Het aantal gezinnen met meer dan 6 leden wordt op 2.000 geschat. Dat zijn er 2.000 te veel”, aldus moraalfilosoof Etienne Vermeersch. Ook ex-burgemeester Freddy Thielemans liet al van zich horen als voorstander van een fikse geboortebeperking om de bevolkingsgroei in het uit zijn voegen barstende Brussel in te perken. Lleshi somt problemen als (kinder)armoede, groeiende sociale ongelijkheid, en gebrek aan huisvesting en scholen in Brussel op, maar linkt die niet aan overbevolking. Voor de meeste linkse denkers blijft geboortepolitiek, naast een doordacht migratiebeleid, een taboe. Ze nemen aan dat het onvermijdelijk is dat de bevolking van een stad als Brussel tussen 2010 en 2020 met 13% zal toenemen. In tijden van overbevolking komen de democratie en de menselijke waardigheid in het gedrang en zou links moeten afstappen van het concept ‘groei’ en pleiten voor demografische inkrimping.

Lleshi gaat in zijn boek in tegen de dominantie van het culturalistische discours om op socio-economische oorzaken te wijzen, maar die insteek overtuigt niet altijd. Zo maakt hij een zijsprongetje naar de documentaire Femme de la Rue van Sofie Peeters: een jonge regisseuse krijgt op wandel in Brussel denigrerende opmerkingen naar het hoofd geslingerd, maar of de vrouwonterende reacties van de mannen enkel aan socio-economische factoren te wijten zijn blijft hoogst discutabel. De identiteit van heel wat moslimmannen wordt nu eenmaal gevormd door een geloofsstelsel waarin minachting voor de vrouw is ingebakken. Andere sociaaleconomisch achtergestelde groepen bezondigen zich niet tot veel minder aan dergelijk misogyn gedrag. Zo is het onbegrijpelijk dat in zogenaamd progressieve kringen kritiek op de islam vaak wordt afgedaan als een non-probleem. Er wordt te onverschillig gereageerd op woekerend moslimextremisme dat, naast sociale ongelijkheid of armoede, segregatie in tal van Europese grootsteden danig aanwakkert en de seculiere maatschappij op losse schroeven zet. Lleshi schrijft ook over het racisme van politiediensten en Brusselse politici maar had meer met voorbeelden moeten onderbouwen omdat met een term als ‘racisme’ uiterst behoedzaam omgesprongen moet worden. Vandaag de dag wordt de kreet ‘racisme’ maar al te vaak en foutief in debatten bovengehaald wanneer de rationele argumenten op zijn en vervalt het woord in een vorm van hysterie die de echte mistoestanden op basis van ras bagatelliseert.

Behoudens enkele voorstellen als coöperatieven, een Marshallplan voor Brussel of de Tobintaks houdt Lleshi zich wat op de vlakte over de uitwegen uit de neoliberale impasse en op de slotbladzijden vergaloppeert hij zich aan pamfletachtige, sloganeske taal. Volgens de Albanese Brusselaar stapt de sociaaldemocratie schaamteloos mee in het neoliberale verhaal. Hijzelf is het marxisme genegen. De geschiedenis heeft ons echter ook geleerd dat samenlevingen van marxistisch-leninistische ‘wereldverbeteraars’, dromend van de grote utopie, zich algauw ontpopten tot huiveringwekkende, totalitaire nachtmerries waarin personencultus, onderdrukking, geheime politie, massamoord, machtshonger en eigenbelang gingen domineren.

Het staat buiten kijf dat meer empathie, betrokkenheid en solidariteit, maar vooral meer regelgeving of een basisinkomen nodig zijn om de schandvlek die het neoliberalisme en haar Heilige Markt is, af te remmen en te temmen. Bleri Lleshi doet nadenken, legt de vinger op de wonde, maar helaas zijn in De neoliberale strafstaat de alternatieven, ondanks enkele concrete positieve voorstellen, onbevredigend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × drie =