Heli

Op het Filmfestival van Cannes van 2013 mocht Amat Escalante de prijs voor beste regie komen halen bij juryvoorzitter Steven Spielberg. Een behoorlijke prestatie voor een 34-jarige filmmaker die nog maar aan zijn derde wapenfeit toe was, maar blijkbaar niet indrukwekkend genoeg om de prent een Belgische release te gunnen. Want ja, het speelt zich af in Mexico, het is in het Spaans en moeilijk, moeilijk, moeilijk allemaal. Erg jammer, want Heli is een fascinerende, ijskoude blik op leven en dood in de schaduw van de drugskartels.

Heli (Armando Espositia) is een arbeider in een Mexicaanse autofabriek, die niet alleen samenwoont met zijn vrouw en dochtertje, maar ook met zijn vader en zijn jongere zus Estela (Andrea Vergara). Zo twaalf als Estela is, heeft ze toch al een relatie met de 17-jarige soldaat Beto (Juan Eduardo Palacios). De zaken gaan faliekant fout wanneer Beto een paar kilo geconfisqueerde cocaïne steelt, om met de opbrengst te kunnen gaan lopen met Estela. Het drugwereldje kan daar niet mee lachen en ontvoert zowel Beto als de onschuldige Heli om eens een uitgebreid babbeltje met hen te doen. Het soort babbel waar stokken, messen en aanstekers bij horen.

Over het algemeen zou je van dit soort thriller-drama een visuele stijl verwachten die vaagweg afkomstig is van Steven Soderberghs Traffic: veel geel in het kleurenpalet, veel overbelichting, snelle camerabewegingen en vooral een drukkend gevoel van hitte, van broeierigheid. Dat is de manier waarop dezelfde setting ongeveer in beeld werd gebracht in pakweg Oliver Stone’s Savages, Ridley Scotts The Counselor en zelfs in Breaking Bad, maar het is mijlen ver verwijderd van wat Escalante hier doet. Heli is vrijwel volledig opgesteld uit lange, statische shots, waarin de camera ofwel simpelweg op een statief staat, of anders zeer langzaam en doelbewust een trage beweging maakt. De camera durft af en toe al eens aan een slakkengangetje naar links of naar rechts te gaan, maar meer ook niet.

Escalante gebruikt dan ook voornamelijk wide shots, waarin er maar zelden naar een close-up wordt gegaan. Hele conversaties worden gewoon in één opname uitgespeeld, zonder het traditionele over-en-weer monteren tussen de personages. En ook tijdens het gewelddadige middenstuk van de film, waarin Heli en Beto worden gefolterd door de drughandelaars, laat deze afstandelijke visuele stijl zich voelen: geen snelle cuts om het geweld te suggereren, maar gewoon stabiele shots waarin je van begin tot eind alles kunt zien, inclusief een duidelijk niet bijster plezierige combinatie van een penis, een flesje aanstekervloeistof en een vlammetje. Ouch. Mocht Michael Haneke ooit een film maken over de Mexicaanse drugkartels, dan zou die er wellicht ongeveer uitzien als Heli.

Op zich is dat een interessante keuze, omdat het ingaat tegen de conventies en omdat het elke vorm van entertainment uit het geweld filtert – er is niets, maar dan ook niets prikkelend of opwindend aan wat de personages elkaar aandoen. Door die bedachtzame, trage stijl, kruipt er een deprimerend gevoel van fatalisme de film binnen, alsof hetgeen er gebeurt, vanaf het begin onvermijdelijk was en de kijker enkel machteloos kan toekijken.

Maar dat wil daarom nog niet zeggen dat Escalante echt vernieuwend te werk gaat. Hij heeft een clash tussen stijl en inhoud opgezocht, die absoluut interessante resultaten oplevert, maar met al dat is zijn verhaal of thematiek niet bepaald wereldschokkend. De laatste akte van de film – die na het geweld dat vooraf ging, een beetje aanvoelt als een lange epiloog – is een poging om te onderzoeken wat voor trauma’s dergelijk geweld kan achterlaten, en hoe de slachtoffers hun eigen menselijkheid kunnen kwijtspelen, als ze al het geluk hebben om te overleven. Maar echt ver komt Escalante daar niet mee; zijn uiteindelijke punt laat zich net iets te makkelijk samenvatten in een paar handige citaten. Iets over mensen die te veel met monsters omgaan en dan zelf een monster worden, zoiets. Of iets over te lang in een afgrond staren, zodat de afgrond ook in jou staart. Heli werkt beter als pure observatie van een bepaalde levensstijl en een bepaalde setting dan als moraliteitsfabel – wat jammer is, aangezien dat wel is wat Escalante in gedachten had.

Maar geen zorgen, want die observatie en het stilistische experiment dat Heli is, is op zich al genoeg reden om de film te bekijken. Er hangt een bevreemdend sfeertje over de prent, dat, net zoals zo vaak bij Haneke, tegelijk fascineert en afstoot. Je wil het niet gezien hebben, maar je kunt niet wegkijken. Doorleefde acteerprestaties van een grotendeels van straat geplukte cast helpen ook. Vooral Andrea Vergara is indrukwekkend als Estela – Escalante heeft geen schrik om haar in een seksuele context te plaatsen (op zichzelf best al gewaagd met zo’n jong meisje), maar dan, op gezette tijden, plaatst hij haar zodanig in beeld dat haar echte leeftijd er plots doorheen komt schijnen. Vooral een scène aan het einde van de film, waarin Estela onder de douche wordt gezet door haar schoonzus, is veelzeggend: dat meisje dat zich zo graag volwassen voordeed, lijkt opeens in elkaar te krimpen en weer kind te worden, en het slaat je in het gezicht hoe jong ze eigenlijk nog is. Dat heeft te maken met Escalante’s beeldvoering, natuurlijk, maar het heeft ook veel te maken met Vergara’s lichaamstaal, haar vermogen om de would-be, prepuberale vamp uit te hangen, en dan met een vingerknip weer kind te worden.

Of Heli het verdiende om prijzen te winnen in Cannes, laten we even in het midden, maar het is wel een film die het verdient om gezien te worden. Een gedurfd stijlexperiment, waarin de toon, de sfeer en de acteerprestaties compenseren waar het scenario te kort schiet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vijf =