Eric Thielemans :: Sprang

Eric Thielemans heeft een nieuwe soloplaat uit die klinkt als een plaat die enkel Eric Thielemans had kunnen maken. De meest eigenzinnige drummer/percussionist van het land creëert immers een universum dat verwachtingen rond solowerk volledig aan z’n laars lapt en mikt op het hart van de creativiteit.

Hoewel hij ooit vooral functioneerde binnen een jazzcontext, heeft hij de voorbije jaren resoluut gekozen voor een hyperpersoonlijk parcours. Als hij al een bijzondere aanpak laat horen ten dienste van anderen, of dat nu in het Jozef Dumoulin Trio is, bij Tape Cuts Tape of als muzikant bij DAAU of Chantal Acda; het is pas in zijn eigen werk dat hij de teugels volledig laat vieren. Thielemans lijkt haast wel een combinatie van Charles Hayward, Sven-Åke Johansson en Tony Oxley (die hier een eerbetoon meekrijgt).

Net als Hayward beperkt Thielemans zich soms tot de essentie – de aangehouden snare-roffel van A Snare Is A Bell werd eerder al het (voorlopige) leidmotief van z’n carrière genoemd. Maar net als Johansson en Oxley is Thielemans ook een drummer voor wie het niet ophoudt bij een drumstel of ‘traditionele’ percussie zoals potten en pannen. Toen we hem een paar jaar geleden aan het werk zagen met Marshall Allen en James Harrar voor hun Cinema Soloriens-project, was dat onder meer. met zijn favoriete attributen van toen: een kloeke basdrum, een fietswiel en een strijkstok. Thielemans heeft zo z’n eigen muze.

Vorig jaar, tijdens het door Bert Dockx gecureerde ‘A Track’ was er nog steeds een gigantische, op z’n zijkant bespeelde basdrum, die ook als ondergrond diende voor een fascinerend hoorspel van allerhande objecten. Even opmerkelijk was daarbij de speelhouding van Thielemans. Een toevallige passant zou de ongedwongenheid kunnen omschrijven als nonchalance, maar de performance liet een artiest aan het werk zien die zich compleet op z’n gemak voelde in z’n klankenwereld, die nergens de druk voelde om een showtje op te voeren of zelfs een kwart van z’n technisch vermogen aan te spreken. Creativiteit heeft immers weinig van doen met hoogstandjes die de menselijke grenzen van snelheid en complexiteit uittesten.

Dat onze hoofdredacteur vernomen had dat dit album “zéér obscure, abstracte shit” zou zijn, zegt misschien ook genoeg over de verwachtingen die gekoesterd worden over muziek, zelfs door mensen die er dag in dag uit mee bezig zijn, en hoe conventioneel doorgaans gedacht wordt. Is dit obscuur of abstract? Eigenlijk niet. Niet voor oren die iets nieuws willen horen. Dit is geen kabaal, gehoorpijnigend gerammel of een heksenketel van over elkaar struikelende ritmes. Thielemans is een muzikant die uitprobeert wat hij kan doen met de essentie van musiceren en een beperkt arsenaal aan middelen, zonder tegemoet te komen aan bepaalde verwachtingspatronen. Obscuur? Ach nee. Minimalistisch, vrij en ongeforceerd? Dat wel. Het is zoeken, ook voor de luisteraar. En dat kan natuurlijk al een brug te ver zijn, ook voor getrainde oren.

Veel heeft waarschijnlijk te maken met een fixatie op melodie en harmonie, die bij soloalbums als deze vaak van ondergeschikt belang lijkt. Nochtans word je meteen op je plaats gezet door opener “Sprang”, dat van start gaat met een marimbapatroon dat even postrock lijkt aan te kondigen, maar al snel vergezeld wordt van resonerend metaal, gerammel op het vel van de basdrum en allerhande getik, waardoor het na een tijdje iets van een geluidenjungle krijgt. Speels en exotisch, maar geen ideeëndiarree of een klinische demonstratie. Sprang blijft van voor tot achter vooral ademen, gebruik maken van non-activiteit en subtiele verschuivingen en variaties.

“Tptptptp”, een geknetter van gedempte roffels en glas- en metaalgetik (zo klinkt het alleszins) en afsluiter “River”, dat laat horen wat er gebeurt als de onderdelen van een staande klok tot leven komen, zijn druk en haast neurotisch, maar het zijn uitzonderingen op een plaat die het vooral moet hebben van ideeën en patronen die voortdurend afgewisseld worden, waar de ene spontaan klinkende ingeving instinctief voortvloeit uit de andere. Dat is niet altijd even spannend en Thielemans werkt ook niet met nadrukkelijke spanningsbogen, dus het komt erop aan om met open en actieve geest te luisteren naar nuances.

Zo krijgt het toepasselijk getitelde “Sprrrrrrr” iets van het bespelen van een springveer, klinkt de marimba in “Rocks” alsof er kiezeltjes op geworpen worden en is “Post Soldiers’ Hymn” puur koptelefoonvoer, waarin geruis, gewrijf en roterende resonanties een ritualistische draai meekrijgen. Dat alles zorgt ervoor dat Sprang helemaal geen wereldvreemde plaat is, geen onontwarbaar complex van geluiden die per se gedefinieerd moeten worden, maar wel een oefening in muzikale vrijdenkerij die een luisterhouding afdwingt die traditionele verwachtingen even laat voor wat ze zijn. En dat heeft dan niks te maken met intellectueel geëpateer of een noodzakelijke, taaie investering, maar met een beetje goede wil.

Thielemans stelt het album – verkrijgbaar op cd en vinyl – op vrijdag 4 april voor in Les Ateliers Claus. Luisteren kan via Soundcloud.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × een =