The Sore Losers :: “We halen graag vergeten klanken terug”

Onze favoriete Limburgse rockers van The Sore Losers hebben twee jaar na hun debuut een nieuwe plaat klaar: Roslyn. Voor de opnames trokken de winnaars van zilver op Humo’s Rock Rally 2010 naar het Zweedse Göteborg waar Rudolf de Borst van The Datsuns achter de knoppen zat. Alsof opnemen met the motherfucker from hell nog niet genoeg was, zaten ze er aan een mengtafel die door Led Zeppelin gebruikt werd voor Coda en vroegen ze een Grammy-winnaar om het artwork van de plaat te doen.

Wie om een onverklaarbare reden nog nooit van The Sore Losers heeft gehoord, moet op de website van Studio Brussel de video van een cover van Led Zeppelins “Whole Lotta Love” maar eens bekijken. Liefst zeventig gitaristen coveren de klassieker voor de zeventigste verjaardag van gitarist Jimmy Page, en dat onder deskundige aanvoering van de vier rockers van The Sore Losers.

En dan te beseffen dat de band nog maar een kleine vier jaar bestaat. The Sore Losers bestond amper een jaar, en behaalde de tweede plaats op Humo’s Rock Rally in 2010 en speelde datzelfde jaar de Wablief?!-tent op Pukkelpop plat. Ook het grote publiek kon de stevige seventies-rock van de Limburgers smaken, want enkele puike singles van hun debuutplaat kreeg behoorlijk veel airplay. Enola hing aan de telefoon met zanger-gitarist Jan Straetemans en gitarist Cedric Maes (ex-El Guapo Stuntteam), die er al een druk dagje interviews hadden opzitten.

enola: Krijgt Roslyn nu meer aandacht dan jullie debuutplaat?
Straetemans: “Als ik af ga op het aantal persaanvragen, is er een evenveel belangstelling. We hadden vorig jaar al een eerste single gelanceerd en de AB Club uitverkocht. Toen de eerste plaat uitkwam, hadden we natuurlijk onze tweede plaats in Humo’s Rock Rally als aandachtstrekker.”

enola: De nieuwe plaat bewijst alvast opnieuw dat jullie veel meer dan een singleband zijn. “Tripper” en “Working Overtime” zijn maar twee voorbeelden van ijzersterke nummers.
Maes: “We hadden veel nummers bij elkaar geschreven en wisten heel goed wat we wilden maken. We hebben ook onze tijd genomen voor het schrijfproces. En we zijn ook allemaal gegroeid als muzikanten en als songschrijvers.”

enola: Een van de opvallendste nummers vind ik het pakkende “Reasons”. Werd het nummer bewust als rustpunt gekozen?
Straetemans: “Ja. Het staat bewust na het behoorlijk noisy “Shakey Painters” op de plaat. We hebben de nieuwe plaat meer in z’n geheel bekeken. We wilden op dat punt dus wat gas terugnemen.”

enola: Het nummer “Don’t Know Nothing” heeft iets Rolling Stones-achtig. Akkoord?
Straetemans: “Wij horen er meer een combinatie van The Who en The Raconteurs in. Alessio speelt een glansrol in dit nummer, hij draagt het echt naar hoger niveau met die knappe drumpartijen. De tekst is trouwens geschreven door Dolf, onze producer.”

enola: Jullie trokken naar Göteborg om de plaat op te nemen. De centjes die jullie in 2011 van de provincie Limburg kregen, werden goed besteed dan?
Straetemans: “Die sponsoring was uiteraard heel fijn. Het kost wat geld om een plaat goed te producen. Die mensen moeten ook betaald worden. Ook analoge productie is duurder dan digitale. Tegenwoordig kan je gewoon een plaat opnemen met je laptop. Een plaat opnemen blijft een momentopname, dus werken we telkens graag in afzondering. Het transport naar Zweden en praktische zaken daar kosten gewoon wat meer. Maar het was de investering waard.”
Maes: “De meeste nummers hadden we al voor Göteborg geschreven — de preproductie vond plaats in de Ardennen –, maar Rudolf heeft ons goed geholpen tijdens de opnames, onder meer met backing vocals en soms met de structuur van de nummers. Hij heeft een bredere muziek dan je zou denken.”

enola: Ook opmerkelijk is dat Rob Jones, bekend door zijn werk voor The White Stripes en Jack White, gestrikt werd om de albumcover te ontwerpen. Hebben jullie bewust voor hem gekozen?
Straetemans: “We kenden zijn werk al langer. Toen we aan het praten waren over de hoes, hebben we hem een mail gestuurd. Tot onze grootste verbazing wilde hij dat doen. Die man werkt samen met Third Man Records en Jack White! In Amerika maakt hij deel uit van een zeer aparte scene. Zoiets kennen we in België niet. We zijn heel fier op het feit dat hij dat wilde doen.”
Maes: “We hadden ook maar een heel beperkt budget, dus we zijn vereerd dat hij het wilde doen.”

enola: Is Roslyn een soort fictieve creatieve muze?
Straetemans: Het gaat heel mooi samen met de muziek. Er zit gelaagdheid in de hoes. Voor mij als tekstschrijver kan dat op verschillende dingen slaan: het meisje waarover ik zing, de naam van een stadje… Ik zing over verschillende thema’s. Ik schrijf mijn teksten op basis van flarden tekst die ik in de loop van de tijd verzamel. Ik heb altijd een boekje bij om woorden op te schrijven die in mij opkomen. Als de tijd rijp is, begin ik teksten te schrijven. Daardoor worden mijn woorden soms ook uit de originele context gerukt.”

enola: Cedric, schrijf jij op dezelfde spontane manier je riffs?
Maes: “De gitaarlijnen komen zeer onverwacht. Sommige songs hangen in de lucht, ze komen spontaan. In Göteborg hebben we wel twee weken samen gespeeld. Daar zijn ook nog enkele nummers ontstaan.”

enola: Hoe moeilijk is om die rauwe seventies-sound te behouden en toch niet als een kloon van pakweg Led Zeppelin en Rolling Stones te klinken?
Maes: “We zijn allemaal grote fan van de goeie ouwe analoge sound, maar we proberen ook een warm geluid te maken. Onze invloeden gaan ook breder dan de rockbands van vroeger.”
Straetemans: “We luisteren bijvoorbeeld ook naar Tom Petty, Wilco en St. Vincent, artiesten die misschien niet meteen associeerbaar zijn met ons.”

enola: In België zijn jullie intussen al een klinkende naam. Hebben jullie al aanbiedingen uit Europa na jullie optreden op Eurosonic?
Straetemans: “Eurosonic was heel leuk. Het was de bedoeling om wat Nederlandse bookers aan te trekken. Onze plaat komt daar via het bekende Excelsior Records uit. Maar het is hard werken om daar weer naam te maken na twee jaar afwezigheid. Het is niet dat de Nederlanders een andere muzieksmaak hebben, Nederland is gewoon al buitenland hé.”
Maes: “Natuurlijk wil je als band je actieradius verbreden. Maar we zijn daar ook realistisch in. We hebben een eigen busje en we kunnen in cafés gaan spelen in Duitsland, maar wat heb je daar als band aan? In België en Nederland hebben we een goede booker, we willen dat ook daarbuiten. Vroeger heb ik genoeg in cafés in het buitenland gespeeld, maar nu bekijken we dat anders. Er moet een plan achter zitten.”

enola: Hebben jullie als twee oudste leden de meest nuchtere kijk op het muzikantenbestaan?
Straetemans: “Ik draai al een tijdje mee, dus ik ga niet snel beginnen dromen. Maar op vlak van praktische dingen, om bijvoorbeeld tot een bepaalde klank te komen, helpt onze ervaring ook wel. Eigenlijk zijn we een beetje zoals The Daltons. Er zit telkens twee jaar tussen onze leeftijden. De combinatie van verschillende leeftijden en leefwerelden maakt het alleen maar interessanter.”
Maes: “Bovendien vormen Kevin (Maenen, bassist) en Alessio (Di Turi, drummer) een power house van een ritmesectie. We zijn superblij met die gasten. Het is echt geweldig om met hen samen te werken. Ze zijn zelfs betere muzikanten dan wij.”

enola: Wie spreekt het mooiste Limburgs van jullie allemaal?
Straetemans: “Natuurlijk vindt iedereen zijn eigen dialect het mooiste. Maar we zijn allemaal Limburgers, dat hoor je goed en we zijn trots op onze gemeenschappelijke Limburgse afkomst, dat schept toch een extra band.”

enola: Wat vonden jullie van het opiniestuk van Bart Steenhaut in De Morgen over de kloof tussen wat Studio Brussel draait en de luisteraar wilt horen? Worden die goeie ouwe groepen te weinig gedraaid?
Straetemans: “Ik zou het ook fijner vinden als er wat Jimi Hendrix gedraaid zou worden, maar misschien zingen die mannen van vroeger over dingen die niet meer relevant zijn, alhoewel… (lacht) Ik snap de muziekkeuze op de radio wel. En je hebt ook nog altijd iets als Classic 21. Een muziekliefhebber vindt op de een of andere manier zijn favoriete groepen, ook die van veertig jaar geleden. Ik heb het de groepen van weleer ook pas jaren na datum leren kennen.”

enola: Misschien is The Sore Losers wel een aanknopingspunt om de groepen van veertig jaar geleden te leren kennen?
Straetemans: We zijn een beetje zoals missionarissen hé. Je koopt een plaat van een band die je goed vindt, en die band werd op zijn beurt door andere beïnvloed. Die leer je dan op eigen houtje ontdekken. Dat kan gerust zonder de radio. Veel bands vinden een publiek zonder veel op de radio gedraaid te worden.
Maes: “Ik vind het fijn om op de radio gedraaid te worden. Hoe meer mensen ons leren kennen, hoe beter. De mama is ook eens fier om ons op de radio te horen.”

enola: Zegt de naam Simon Reynolds jullie iets? Dat is een Engelse muziekcriticus die bewees dat de popmuziek altijd al geobsedeerd was door haar eigen verleden.
Straetemans: “De meeste groepen ontstaan uit mensen die beïnvloed zijn door andere muzikanten. Ik werd ook gepassioneerd door bepaalde groepen. Eerst probeer je die na te spelen, maar op den duur maak je zelf je eigen muziek. We zijn eerder op die manier geëvolueerd. Ik hou ook gewoon van een klassieke sound. Ik ben niet bezig met nieuwe muziek uitvinden, ik haal graag vergeten klanken terug.”

enola: The Sore Losers wordt vaak vergeleken met alles van Jack White. Wat is je favoriete project van de man?
Maes: “Voor mij zijn dat The Raconteurs. Ik houd vooral van de dubbelzang met Brendan Benson en de ritmesectie. Pas op, ik vond The White Stripes en zijn solowerk ook goed hoor.”
Straetemans: “Ik sluit mij daar volledig bij aan.”

Roslyn verschijnt op 17 februari. The Sore Losers stellen de plaat live voor op 22 maart in een uitverkochte Muziekodroom in Hasselt, maar geen nood indien u geen ticket heeft. De Limburgers spelen ook op 1 maart in de Brusselse Botanique, op 19 maart in Het Depot in Leuven en, voor de West-Vlamingen, op 21 maart in de 4AD in Diksmuide.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 5 =