Psycho 44 :: ”De beste manier om bekend te worden? Je kloten eraf spelen!”

Jochei! Psycho 44 heeft eindelijk zijn langspeeldebuut Suburban Guide To Springtide uit: een bom van een plaat die bol staat van loeiharde maar swingende gitaarriffs, energieke drums en enthousiast geschreeuw. Voor de releasedatum mochten ze zelfs al opwarmen voor Queens Of The Stone Age en de Marquee op Pukkelpop openen. Need to say more?

In december 2011 spraken we met de vier jonkies van Psycho 44 na de finale van FrappantPOP, waarin ze in 2009 al de finale haalden. Ondanks hun jeugdige leeftijd waren ze toen al serieus bezig met muziek. “We zijn al lang geen hobbybandje meer”, klonk het. En kijk, vandaag bestaat Psycho 44 uit (bijna allemaal) werkmensen die buiten de werkuren vooral veel strakke optredens geven, getuige hun set op Pukkelpop vorige zomer. De Kempische band heeft in twee jaar een eigen explosief geluid gecreëerd, met de volumeknop serieus naar rechts gedraaid, maar waarin nóg meer potentieel verscholen zit dan Suburban Guide To Springtide laat horen.

“Jonas (Vermeulen, gitarist) acteert en is vooral met theater bezig. Onze drummer werkt als montageman. Onze bassist werkt dan weer in een bedrijf. Ik studeer dit jaar nog af. Zeer uiteenlopende bezigheden dus. Soms is het wringen met de agenda’s, maar het gaat wel. We moeten wel een half jaar op voorhand repetities vastleggen omwille van praktische redenen”, legt Corluy uit. Jonas Vermeulen verscheen zelfs al in sketches van het Canvas-jeugdprogramma Magazinski. “Ik vond het wel lachen, al heb ik hem al serieuzere dingen zien doen. Hij is binnenkort te zien in de serie In Vlaamse Velden. Hij staat zelfs al op de filmsite IMDB” (lacht).

enola: Even een flashback naar juni dit jaar. Hoe was het om middenin je examens voor Queens Of The Stone Age te spelen?
Corluy: “Ik was de enige die examens had, de dag na het optreden. We zijn lang aan het twijfelen geweest, maar het is ons toch gelukt. Toen we begonnen te spelen zat de zaal niet volledig vol, maar op het einde wel. Er was weinig tijd tussen beide bands, dus veel fans van de Queens hebben ons zo leren kennen. De crew van de band was ook heel vriendelijk.”

enola: Over de nieuwe plaat. Het was lang wachten. Was het hard labeur om tot het eindproduct te komen?
Corluy: “We hebben inderdaad lang gewacht, we hebben twee jaar geleden een EP uitgebracht. We werken altijd in groep aan de nummers, en dat duurt ook gewoon langer. We wilden ons ook goed voorbereiden zodat de opnames zo vlot mogelijk konden gaan. Maar we hebben uiteindelijk ook niet heel snel opgenomen. Gedurende die maand in de studio hebben nog wat tijd genomen om wat te experimenteren.”

enola: Hebben jullie veel geleerd van de producer, dEUS-drummer Stéphane Misseghers?
Corluy: “Hij is zeer strikt, wat ervoor zorgde dat we ons aan het programma hielden. Hij is ook meer een muzikant dan een producer, dus hij had goeie input in zowel techniek als creativiteit. Hij bekijkt alles vanuit de invalshoek van een muzikant.”

enola: Hebben jullie bewust meer de nadruk gelegd op gitaren? Ik had op het album net iets meer elektronica verwacht.
Corluy: “Daar is geen specifieke reden voor, het paste gewoon niet honderd procent. De elektronica zit inderdaad meer op de achtergrond, de gitaren vormen de basis. Ons vroegere geluid, met meer elektronica, was zeker niet slecht, maar soms een beetje foorachtig, semi-marginaal dus” (lacht).

enola: Jij draagt steevast een Black Flag-shirt tijdens optredens. Op de plaat staat minstens één onvervalst punknummer. Ben jij de grootste punker van de band?
Corluy: “(lacht) Dat valt best mee, ja. “Surfer’s Shell” is inderdaad redelijk vinnig. Maar veel nummers op de plaat zijn al lang geleden ontstaan. Dat hielden we in ons achterhoofd. Nu roepen en schreeuwen we ook vaak op plaat, maar het zou tof zijn om voor de volgende plaat voor meer melodieuze zanglijnen te gaan, maar muzikaal wel heel luid te blijven klinken. Vinnige nummers met een melodie eronder. Ik ben tevreden over de nieuwe plaat, maar we zijn ook al bezig met nieuwe nummers. We willen zeker iets anders doen. Er zijn al ideeën voor de volgende plaat. Het gaat dus sowieso weer gebald en luid zijn, maar met meer melodie.”

enola: Hoe oefenen jullie nieuwe nummers? Moet de band zich volledig kunnen afzonderen?
Corluy: “We oefenen hard op nieuwe nummers tijdens repetities, om die vervolgens live uit te proberen. Zo hadden we tussen eind februari en Pukkelpop niet veel shows. Toen we in april voor Palma Violets speelden, waren we super zenuwachtig, maar het is toch goed gegaan, want de try-outs daarvoor waren wat minder. Van onze optredens op Rock Herk en Pukkelpop waren we ook super tevreden.”

enola: In 2011 zeiden jullie dat het hard werken was om als rockband wat bekendheid te verwerven. Denken jullie daar nog steeds hetzelfde over?
Corluy: “Om live te kunnen spelen, gaat dat al iets vlotter. Ik vind ons dan ook veel meer een liveband. Maar het is niet evident om in de playlist op de radio te geraken, al heb ik nu wel de indruk dat onze laatste single meer gespeeld wordt. Maar anderzijds: we spelen niet echt een genre dat vandaag commercieel bekeken wordt. Ik heb ook het gevoel dat het publiek dat ons leuk vindt, niet echt een mainstreamgezind of radio luisterend publiek is. We hebben wel onze fans, maar als je elke dag gedraaid wordt, word je sneller gespot en krijg je betere optredens.”

enola: Jullie sound doet soms enorm nineties aan voor zo’n jonge bende. Hebben jullie die muziek van iemand specifiek meegekregen?
Corluy: “We zijn allemaal supergrote fans van Nirvana, Pixies, alles wat Steve Albini heeft geproduced, Barkmarket, The Jesus Lizard … Dat is tijdloze muziek. Het meeste hebben we allemaal zelf ontdekt. Voor de opnames van onze plaat hebben we dan ook gekeken naar opnametechnieken van de jaren negentig: die van Bryan David “Butch” Vig op Nevermind bijvoorbeeld. Die werkte met tien gitaarlijnen over elkaar en zag dan welke het beste paste. Hij werkte ook met heel wat effecten op de basgitaar. Of zoals bij Barkmarket: gitaren met een zeer kleine versterker opnemen. Onze producer Stéphane heeft, toen hij nog bij Soulwax zat, toevallig opgenomen met Dave Sardy van Barkmarket (voor Much Against Everyone’s Advice uit 1998). En hij heeft echt wel zijn trucs gebruikt.”

enola: Iedereen van de band is afkomstig uit het Kempische Grobbendonk als ik mij niet vergis. Valt er daar wat te beleven op muzikaal vlak of trekken jullie allemaal naar andere oorden?
Corluy: “Geen kloten! We wonen er nog altijd officieel, maar ik heb het gevoel dat we allemaal stilaan aan het wegtrekken zijn. Jonas zit bijvoorbeeld al een tijdje veel meer in Antwerpen, onze drummer Olivier gaat naar Brussel verhuizen. Maar we blijven repeteren in Grobbendonk. We hebben daar ook ons eigen publiekje, het blijft tenslotte de plaats waar we elkaar hebben leren kennen. Er blijft dus wel een groep mensen in een boerengat die naar dezelfde muziek luisteren.”

enola: Psycho 44 is ondanks jullie jonge leeftijd al lang geen beginnende band meer. Geef eens wat raad voor startende bands?
Corluy: “Je kloten eraf spelen! Dat is de beste manier om bekend te worden. Het is ook geen schande om lang te wachten met een eerste plaat want het moet meteen goed zijn. Je mag er dus gerust je tijd voor nemen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 1 =